mercredi 17 mars 2010

Introductie

In 2001, werden de straalvliegtuigen verpletterd in het World Trade Center en het Pentagon. Duizenden mensen werden verwond en gedood. In de dagen na deze aanval, die op een onverwacht moment en methode werd gericht op de enige wereld van supermacht, begon de wereld het begrip terrorisme te debatteren dat achter hen lag.

Een sfeer van vrees en paniek groeide, vooral in de Verenigde Staten. Maar dat duurde niet lang meer: Spoedig begon de wereld benieuwd te zijn naar hoe het terrorisme het beste te bestrijden.Geen land kon zich afzijdig houden en het volgende verklaren: “Die aanvallen werden niet op ons gericht”. De burgers van elke natie realiseerden dat het duistere gezicht van het terrorisme hen kon confronteren op elk ogenblik: tijdens het slapen in hun bedden, tijdens het televisie kijken, tijdens het brengen van hun kinderen naar het park, of op werk in de kantoor. Het doel van het terrorisme, realiseerden zij, was de maatschappij te verlammen, de burgers tegenstrevend te maken zich op straat te wagen, het openbaar vervoer veel minder te gebruiken, of snel inkopen te doen, om een permanent klimaat van vrees te creëren. Zodra Amerika zich herstelde van de schok, werkte het met een groot aantal andere landen om een wereldwijde oorlog te voeren tegen het terrorisme. Vanaf het begin, nochtans, verklaarden de ambtenaren van deze krachtige coalitie openlijk dat het niet genoeg voor hen zou zijn om alleen op het militaire gebied te bestrijden.

Hoe zou de strijd tegen het terrorisme anders moeten worden nagestreefd? Om die vraag te beantwoorden, moeten wij de wortels van het terrorisme identificeren. Om dit te doen, moeten wij de gang van de afgelopen eeuw onderzoeken, toen het terrorisme eerst als belangrijke bedreiging tevoorschijn kwam.

De twee Wereld Oorlogen van de 20ste eeuw, met vele regionale conflicten en diverse handelingen van lokaal geweld, hebben het de bloedigste eeuw ooit gemaakt. Naast dat, tegen het eind van het millennium, hebben de constante technologische vooruitgangen slechts de terroristen geholpen om hun bereik te verwijden. Nu, kan één aanraking van een knop honderden onschuldige mensen doden. Hightech terrorisme zou biljoenen dollars schade kunnen toebrengen aan elke economie van de natie en zou de wereldpolitiek kunnen aanpassen, zonder ooit te voorschijn te komen aan het daglicht. Duidelijk, na de aanvallen op New York en Washington D.C. in de Verenigde Staten – Werelds grootste technologische macht – kan geen ander land zich veilig beschouwen tegen het terrorisme of zijn dodelijke greep. Slechter nog, als de noodzakelijke tegenmaatregelen niet worden genomen, zal het terrorisme van de 21ste eeuw krachtiger groeien, tot één enkel chemische, biologisch product, of zelfs de kernaanval tientallen duizenden kan vermoorden.





DE WARE DEFENITIE VAN
HET TERRORISME


Met het terrorisme dat de agenda van de wereld overheerst, veronderstellen de definities terreur, terrorist, en terrorisme een geheel nieuw belang. Vele landen definiëren het terrorisme, stellen terroristenprofielen op, en publiceren lijsten van terroristenorganisaties in het licht van hun eigen nationale belangen. De “organisaties van het terrorisme” zijn voor sommige landen vrijheidsvechters voor anderen. Wat één land als “terroristennaties” ziet, verwelkomen anderen als “loyale bondgenoten”. Bijgevolg, wie definieert het terrorisme? Wie beslissen – en hoe beslissen zij – wat een terrorist is? Om een criterium te bepalen, kan men op twee verschillende kenmerken van het terrorisme wijzen:

1) Het richten op de burgers: elk bezet land heeft het recht zich tegen een leger te verzetten dat zijn grondgebied bezet, maar als die weerstand aanvallen op burgerlijke doelstellingen bevat, is er sprake van onrechtvaardigheid, en het terrorisme zal beginnen. Zoals wij later in het boek zullen zien, is deze definitie volledig in overeenstemming met de islamitische regels betreffende de oorlog. De profeet Mohammed (vrede en zegeningen zijn met hem) beval zijn aanhangers om te strijden tegen diegenen die oorlog op hen verklaarden. Maar ook gaf hij als opdracht om burgers nooit als doelstellingen te beschouwen. In tegendeel, elke moslim werd bevolen, en nog verplicht, om de veiligheid van niet-strijders te verzekeren.

2) Het vernietigen van vrede: als er geen staat van oorlog bestaat, dan kan het terrorisme ook aanvallen op militaire of officiële doelstellingen omvatten. Aanvallen met de intentie vreedzame relaties van landen of gemeenschappen op te splitsen zijn handelingen van terrorisme, zelfs wanneer er gericht wordt op militaire doelstellingen.

Alle aanvallen die vrede bedreigen, of die worden gericht op burgerlijke doelstellingen, zelfs in een staat van oorlog, zijn terrorisme. Er kan geen kwestie zijn om dergelijke aanvallen te verdedigen, goed te keuren of te rechtvaardigen. Nochtans, dergelijk geweld is zeer verspreid in de moderne wereld. Dat is waarom elke oorlog op het terrorisme breed opgezet moet worden. Zijn elke stadium zou zorgvuldig moeten worden gepland, met als definitief doel: de totale uitroeiing van het volledige concept. Dat vereist, beurtelings, individuen in elke natie zichzelf op een afstand te houden van het terrorisme. Elke vorm van terrorisme moet duidelijk veroordeeld worden, welke de doelstellingen of oorzaken ook moge zijn, waar het zich voordoet, of hoe het wordt uitgevoerd. Op dezelfde manier, zou iedereen die oprecht tegengesteld is aan het terrorisme, zelfde empathie voor duizenden onschuldige slachtoffers moeten tonen die vermoord zijn, niet alleen op het World Trade Center, maar ook op aanvallen in Japan en Spanje, in Oost-Turkije en Indonesië, in de moordpartij van meer dan een half miljoen Hutu’s in Rwanda, in de moord van weerloze mensen in Palestina, Israël en alles over de hele wereld.

Zodra elke vorm van het terrorisme hevig wordt veroordeeld, dan zullen de daders van geen enkel land steun ontvangen, of door geen enkel land worden toegestaan schuilplaats te zoeken binnen zijn grenzen. Vrij letterlijk, zullen de terroristen zich nergens kunnen verbergen.


DE IDEOLOGISCHE STICHTING
VAN HET TERRORISME

Voordat de oorlog tegen het terrorisme aan welk conclusie dan ook kan komen, moet zijn onderliggende filosofie eerst worden geïdentificeerd, samen met de middelen die moeten worden gebruikt. Dit boek behandelt daarom het fundamentele uitgangspunt van het terrorisme, evenals de rampen waartoe het leidt. Zijn uitgangspunt is de veronderstelling dat het geweld een deugd op zichzelf is en een krachtig middel is om sociale politieke problemen op te lossen. Terwijl onschuldige mensen worden gedood, openbare orde wordt beschadigd, en vrede word onderbroken, handelt elke terrorist onder de invloed van ideeën die zijn opgelegd aan hem, welke hem overhalen te geloven dat hij in een gerechtvaardigde strijd is gewikkeld. Het terrorisme kan slechts worden geheeld wanneer dergelijke mensen het verkeerde, onlogische van elk ideologie begrijpen die het terrorisme inspireert en wanneer zij realiseren dat het samen gaan met hen hem nergens naartoe kan brengen. Totdat de fouten en tegenspraken van die ideologieën worden geopenbaard, kunnen alle maatregelen die tegen het terrorisme worden getroffen slechts op een korte termijn worden genomen. Spoedig zal het terrorisme weer tevoorschijn komen, in verschillende plaatsen en in verschillende omstandigheden.

Wij kunnen een eind maken aan het terrorisme door slechts zijn ideologische infrastructuur te vernietigen. In recentere hoofdstukken zult u zien dat de ideologische stichtingen van het moderne terrorisme teruggaan naar het sociale Darwinisme en de materialistische tendensen die daaruit worden afgeleid. De mensen die aan deze indoctrinatie worden blootgesteld geloven dat het leven een gebied van strijd is en dat slechts de sterken zullen overleven. De zwakken worden veroordeeld door geëlimineerd te worden. De mens en, in feite, het heelal zijn beide producten van toeval. Daarom is niemand verantwoordelijk voor zijn daden of handelingen ten opzichte van anderen. Deze en gelijkaardige ideeën overhalen onvermijdelijk de mensen in het leiden naar een dierlijke vorm van leven, waar meedogenloosheid, agressie en geweld aanvaardbaar worden beschouwd of zelfs positief.

Iedereen wie het terrorisme tot zijn toevlucht neemt, handhavend dat geweld de enige manier is om zijn doelstellingen te bereiken, is eigenlijk onder de invloed van het Sociale Darwinisme en het materialistische gedachte, het maakt niet uit wat zijn goddienst of ras is, of tot welke groep hij behoort. De moderne terroristengroepen die in naam van goddienst eisen te handelen zijn ook onder de invloed van het darwinisme en het materialisme, hoewel zij eisen om hun terroristische handelingen in naam van goddienst uit te voeren. Dit is omdat voor iedereen die volgens de ethiek van een goddienst leven die door God is geopenbaard, het onmogelijk is elk soort geweld goed te keuren en een “hoger” doel te bereiken door anderen te vermoorden. Zij die tot dergelijke methodes hun toevlucht nemen, streven daarom het exacte tegengestelde van de morele waarden na die door de goddienst worden bevestigd, en voeren hun acties uit onder de invloed van de materialistische ideologieën.

In het boek: De Islam Veroordeelt het Terrorisme, werd duidelijk gemaakt dat islam hevig alle vormen van terrorisme verwerpt, het maakt niet uit waartegen het geleid kan worden. In het licht van de Koranverzen werd verklaard hoe de ethiek van de goddienst aan de mensen vrede, tolerantie en gemak afkondigt. Ook werd de oneerlijkheid van het vooroordelen van slechts die terroristische handelingen die tegen zijn eigen kant worden geleidt beklemtoond: een dergelijke houding verzwakt slechts de bestrijding van het terrorisme; en iedereen die volgens de Islamitische ethiek leeft, moeten terreur in al zijn vormen bestrijden. De stichting van die intellectuele strijd is gebaseerd op het openbaren van de ware ethiek van de godsdienst.

De politici van vandaag, de politieke commentators en academici keuren het alleen goed, dat militaire kracht niet genoeg is om het terrorisme uit te roeien. Dit legt de nadruk op de enige manier waardoor het uitgeroeid kan worden, namelijk door middel van vrede, tolerantie en liefde. Alle goddelijke-geïnspireerde goddiensten die God verzond door middel van Zijn boodschappers, zijn nuttige gidsen. Dit boek biedt voorbeelden aan van de Koran evenals van de Bijbel (alhoewel het laatstgenoemde boek gedeeltelijk is vermomd) om aan te tonen hoe elk van de drie goddelijke goddiensten het gebruik van onrechtvaardig geweld verbieden. Het geeft ook voorbeelden om aan te tonen dat de enige manier om het terrorisme te bestrijden het helen van de wortel is, welke veroorzaakt kan worden door liefde, affectie, medeleven, nederigheid, vergiffenis, tolerantie en concepten van rechtvaardigheid die de ethiek van de goddienst in mensen bijbrengen – degenen die het Koranvers volgen: “Allah roept naar het Huis van de Vrede…” Dergelijke gelukzaligheden zal hun uiterste best doen om een wereld te bouwen vol vrede en liefde.






DE BLOEDIGE SLACHTOFFER
VAN TERREUR


Het terrorisme is één van de ernstigste dreigingen die onze 21ste -eeuwwereld onder ogen zien, omdat het terrorisme geweld als de enige manier ziet om politieke doelstellingen te bereiken. Het bijzondere doel of probleem hangt af van het individuele wereldbeeld van de terrorist. In de ogen van een terrorist, kunnen de politieke dilemma’s en de conflicten die door etnische en culturele verschillen worden veroorzaakt alleen door geweld worden opgelost. Geen groep kan krijgen wat het wil, behalve door “bloed en ijzer’.

De terrorist gelooft dat zijn doelstelling, namelijk zijn eisen afdwingen, de propaganda van zijn organisatie uitspreiden – slechts kan worden bereikt door het samenstel van de maatschappij te beschadigen; wanneer ongerustheid, vrees en conflict tot stand komen om het dagelijkse leven te overheersen. Sommige groepen trachtten uit het klimaat van chaos voordeel te halen dat hun acties bewerkstelligen. Zij denken dat het gemakkelijker zal zijn om hun doelstellingen te bereiken waar de sociale stabiliteit is ingestort en waar de individuen te gronde zijn gericht met vrees en onzekerheid. Van vernietiging, beweren zij, zal volgens hen “oprechtheid en rechtvaardigheid” toenemen. Maar de gedachte dat handelingen van terrorisme oprechtheid en rechtvaardigheid tot stand kunnen brengen, of dat problemen door geweld kunnen worden opgelost, is een vreselijke fout. Het geweld werkt averechts: Iedereen die door het zwaard leeft zal door het zwaard omkomen.

In de koran, beschrijft God dergelijke mensen als “degenen die het verbond met Allah na de bekrachtiging ervan schenden en die verbreken wat Allah bevolen heeft om te verbinden en die verderf zaaien op de aarde…”. Tot dusver, zijn zij erin geslaagd om het aantal sterfgevallen onder de onschuldige mensen – en onder hun eigen verdedigers eveneens – te verhogen. Elk jaar veroorzaken terroristische aanvallen duizenden in vrees en bezorgdheid te leven en aan economisch schade te lijden, zonder diegenen te vermelden die gewond of gedood zijn.


HET TERRORISME IS DICHT
BIJ HUIS!

Er zijn geschat 500 terroristengroepen in de wereld. Deze omvatten internationale kartels die de handel in drugs controleren, wapens en prostitutie, evenals ondergrondse organisaties, marginale bewegingen, diverse radicale ideologische groepen, en afwijkende aanbiddingen dat naar verluidt handelingen opvoert in naam van de goddienst. Vele terroristenorganisaties werken binnen de grenzen van hun eigen landen, maar een aantal kiezen hen als doel die zij als “vijandelijke” landen hebben vastbesloten aan te vallen, door aanvallen op prominente plaatsen en individuen te richten die, volgens hen, een reusachtige openbare reactie zal onthullen. Van de reactie, hebben zij tot doel om bekendheid te bereiken, in feite beruchtheid, welke zij hopen hun macht te vergroten.
Hoewel er terrorisme sinds de vroegste tijden heeft bestaan, door esoterische organisaties als Sicarii of Assassins, en in de moderne tijd zijn gebloeid door revolutionaire kaders als de sans-cullottes van de Franse Revolutie of de Russische Nihilisme in de 19e eeuw, kwam zijn bedreigingen werkelijk gedurende de 20ste eeuw voort, welke een uitbarsting van terroristische handelingen en het aantal terroristen die hen begingen meemaakte. De massavernietigingswapens en de snelle vooruitgang van de technologie maakten terroristenaanvallen veel gemakkelijker en verhoogden hun vernielingskracht enorm.
In de jaren ’60, begonnen de mensen ernstig benieuwd te zijn naar wat zou kunnen gebeuren, als een terroristengroep erin slaagde om één of ander soort kernwapen te verwerven dat in sterfgevallen van tientallen duizenden zou kunnen resulteren. Een biologische of chemische aanval zou de gehele bevolking kunnen vernietigen. Geen dergelijke aanval is gelukkig gebeurd. Maar wel verhoogde in de jaren ’90 de kansen van dergelijke aanvallen. Deze bezorgdheid verhoogde slechts met de instorting van de Sovjetunie en het verzwakken van de controle over zijn kernarsenaal. De verspreiding van het Internet en het vergemakkelijken van alle vormen van inlichtingen verhoogde de vrees nog meer.1 De vrees van het terrorisme werd het onderwerp van honderden films en boeken. Rapporten werden geschreven over mogelijke gevolgen; het onderzoek werd uitgevoerd. Nu, maar al te duidelijk, zouden de terroristen verder dan welbekend kunnen gaan, handelingen kunnen beperken zoals het bombarderen, diefstallen bewapenen, kapingen en ontvoeringen, om alle gemeenschappen aan te vallen. Dergelijke aanvallen zouden door verre controle of computers kunnen worden uitgevoerd, zonder directe menselijke tussenkomst.

Een aantal recente angsten in de V.S. die biologische wapens zoals de bloedzweer bacteriën impliceert, openbaarde de schaal van bedreigingen die door bio-terrorisme en biologische wapens worden gevormd. Met behulp van een ervaren chemicus in een eenvoudig laboratorium, kunnen de terroristen nu het leven van duizenden mensen bedreigen. Een van de eerste voorbeelden kwam in 1984 voor, toen 750 mensen in vier restaurants werden vergiftigd in een kleine stad in Oregon.2 Later, openbaarde men dat een Hindoes-geïnspireerde vervormde Cultus onder de leiding van Baghwan Shree Rajneesh verantwoordelijk was. De discipelen hadden salmonella’s bacteriën op hun landbouwbedrijven gekweekt en hen in saladebuffet in restaurants geplaatst. In 1995, gaf de Aum Shinrikyo (“hogere waarheid”) groep het vergiftgas sarin vrij in het ondergrondse metrosysteem van Tokio, welke tot de dood van 12 mensen leidde en nog eens tot 5.500 andere verwonde mensen. De verdere onderzoekingen openbaarden dat de groep geprobeerd had biologische wapens in zijn eigen laboratoria te construeren – om enkel te openbaren hoe groot een bedreiging het terrorisme stelt aan de publiek.3

De aanval van Oregon was een belangrijke teken van de bedreiging die door de terroristengroepen werd gevormd die biologische wapens bezitten. (Rechts) Aum Shinrikyo

In de 21ste eeuw speelt de computertechnologie een belangrijke rol in terroristenaanvallen. Ondertussen, gaan meer “conventionele” manieren van het terrorisme, zoals het bombarderen, brandstichtingaanvallen, kapingen en ontvoeringen, nog steeds voort over de hele wereld, van Europa tot Amerika, en van Azië tot Afrika. Sinds 1962, bijvoorbeeld, hebben de leden van de ETA (Euskadi Ta Askatasuna) terroristenorganisatie, die voor de onafhankelijkheid van het Baskische gebied vechten, vele terroristenaanvallen in Spanje uitgevoerd, resulterend in sterfgevallen van meer dan 800.4 Jarenlang kwam het Ierse Republikeinse Leger (IRA) met zijn bloedige aanvallen in het wereldnieuws om onafhankelijkheid van Noord-Ierland te bereiken. Het centrale doel van IRA is om de Britse controle over Noord-Ierland te beëindigen en om de hereniging van het eiland Ierland te bereiken. Over het algemeen heeft het in Noord-Ierland en Londen gewerkt, maar ook betrok het bij het bombarderen van diverse Europese landen zoals Duitsland. Sinds 1969, hebben de terroristenaanvallen van IRA, en de Britse methode betreffende het “antiterrorisme”, sterfgevallen van meer dan 3.200 veroorzaakt.5 Miljoenen dollars aan schade is veroorzaakt door IRA bombardementen van luchthavens en ondergrondse stations, opnieuw gericht op burgers. Gedurende een Europese Voetbalkampioenschap op 15 juni, 1996, resulteerde een IRA gebombardeerde auto, in een winkelcentrum van Manchester, in zowat 200 verwondingen.

Momenteel kan geen land, zich door deze soorten bedreigingen veilig voelen. Enkele voorbeelden die net werden benoemd, tonen enkel aan hoe diep het terrorisme is gekomen om het leven van volkeren te beïnvloeden. Het is niet meer het probleem van enkel een paar specifieke naties, het is een bedreiging die de hele mensheid onder ogen zien. Omdat niemand kan vertellen wanneer, waar of hoe de terroristen zullen mishandelen, kan de bestrijding van hen niet meer als de plicht van een handvol landen of organisaties worden beschouwd. Het terrorisme, dat de hele wereld vernietigt, kan slechts worden opgelost wanneer goedbedoelde mensen elkaar steunen in het zoeken naar vrede, vriendschap en broederschap.


HET DONKERE GEZICHT VAN
HET TERRORISME

Het terrorisme dient momenteel het lijden en de fysieke schade over de hele wereld toe. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in de Afrikaanse landen zoals Oeganda, Angola en Nigeria; in de Europese Naties zoals Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje; in Aziatische landen zoals Japan, en in heel het Middenoosten en Latijns-Amerika. Op elke ogenblik kunnen de burgers tegenover een terroristenaanval komen te staan, hetzij zittend thuis of tijdens een filmtheater, in een winkelcentrum, tijdens het berijden van een bus, of op hun werk. Natuurlijk heeft de capaciteit van het terrorisme om de huizen van volkeren in te gaan geleid tot aanzienlijke bezorgdheid en ongerustheid. De mensen zijn aarzelend om overvolle gebieden in te gaan of om een openbaar vervoer te gebruiken; hun dagelijks leven wordt ondraaglijk. Maar dat is precies wat het terrorisme wil bereiken, namelijk om de gehele gemeenschap in vrees en ongerustheid te laten leven.
Het bewijsmateriaal van de vreselijke aanvallen in de hele wereld bevestigt zeker die zorg. In 1996, waren er 296 incidenten met 314 doden en 2.912 verwonde mensen. In 1997, begon het werkingsgebied van het terrorisme zich uit te breiden: van de 439 aanvallen, werden 398 gericht op het werk of niet-ambtelijke gebouwen, leidend tot het verlies van 139 burgerlijke levens, 39 van hen ambtenaren of militaire manschappen.6
Volgens De V.S. Departement van Buitenlandse Zaken, doorzag de hoeveelheid terroristenaanvallen in 2000 een acht percentenstijging ten opzichte van het jaar 1999, met 423 sterfgevallen en 791 verwondingen. Tussen 1981 en 2000, was het totale aantal doden, voortvloeiend uit terroristenaanvallen, 9.184.7 Noch omvatten deze cijfers alle mensen die in alle terroristenaanvallen in de hele wereld stierven. Het rapport onderzocht slechts die aanvallen die door internationale terroristenorganisaties zijn veroorzaakt, en niet die opgelegd zijn door lokale terroristengroepen. In Turkije alleen waren er 11.866 terroristenaanvallen tussen 15 augustus, 1984 en 31 oktober, 2001, welke de levens kostte van 5.605 veiligheidspersoneel en 4.646 burgers. Verder waren er 16.562 veiligheidskrachten en 5.091 burgers verwond.8
De fysieke en economische schade van de terroristenacties voegen nog een andere sobere omvang aan het beeld toe. De chaos en anarchie die door dergelijke incidenten worden veroorzaakt, verhinderen investeringen in beïnvloede gebieden. De aanvallen die op de economische infrastructuur worden gericht houdt niet alleen de ontwikkeling achter. De bestaande middelen worden ook vernietigd, welke economische moeilijkheden creëert die het sociale leven over een breed spectrum van gebieden belemmeren, in het bijzonder het onderijs. De militaire kosten voor de strijd tegen het terrorisme leggen nog een andere last op. Deze afwending van middelen die voor het opheffen van levensstandaards zou moeten worden besteed, beïnvloed niet alleen de natie in kwestie, maar ook de volledige wereldeconomie.
Deze samenvatting openbaart het onverbiddelijke beeld dat het terrorisme vertegenwoordigt – welke vernietiging aanbrengt over de hele wereld en zeer grote schade aan het menselijke leven veroorzaakt.
Grafieken die door de U.S. Departement van Buitenlandse Zaken werd voorbereid. De bovenste grafiek toont de regionale distributie van terroristenincidenten tussen 1995 en 2000 aan. De onderste grafiek geeft de chronologische distributie van dergelijke incidenten vanaf 1981 tot 2000 weer.
Op 30 augustus, 1996, stierven 300 mensen toen een bom in een trein explodeerde in het gebied Assam in India. De aanval wordt verondersteld uitgevoerd te zijn door separatist Bodo guerrillas.
Als resultaat van bomexplosies bij U.S. ambassades in Kenia en Tanzania op 7 augustus, 1998, werden 224 mensen gedood en honderden werden verwond.
Op 21 oktober, 1999, resulteerde een raketaanval op een overvol winkelcentrum in het Tsjetsjeense kapitaal van Grozny in 110 sterfgevallen en 400 verwondingen.


DE BLOEDIGE TERREUR VAN
HET LICHTENDE PAD

Deze Marxistische-Leninistische-Maoistische guerrillagroep is in Peru van kracht. Opgericht in de jaren ’60 door Abimael Guzman, een professor van filosofie, werd de organisatie oorspronkelijk beschouwd als enkel een andere politieke beweging. In de jaren ’70, nochtans, werd het lichtend pad omgezet in een primitieve guerrillagroep die nu één van de bloedigste terroristenorganisaties in de wereld is.
Guzmans verklaringen van steun voor geweld zijn bijzonder merkwaardig. In 19 april, 1980, verklaarde de leider van het lichtend pad het volgende, “De toekomst ligt in wapens en kanonnen”.9 Één van zijn guerrilla-aanhangers prijsde het gebruik van geweld: “Het bloed maakt ons sterker… en als het stroomt, doet het ons geen kwaad, maar geeft het ons sterkte”. De organisatie verklaarde openlijk dat zijn strijd door het gebruik van geweld werd voortgebouwd en debatteerde hoe dit in Peru zou kunnen worden verhoogd. Dientengevolge, werden zowat 30.000 Peruvianen gedood in het conflict.ichtend pad van Peru, een maoïstische terroristenorganisatie, heeft meer dan 30.000 mensen gedood.In de jaren ’80 zag men het einde van Guzmans onderwijscarrière, en het begin van het terrorisme in heel Peru. Net zoals de Japanse kamikazes tijdens de tweede wereld oorlog, romantiseren Guzman en het lichtend pad de dood. Zij geloofden dat het een kleine prijs was om te boeten voor de beloningen die hen stond te wachten achter wat Guzman “de rivier van het bloed” noemde. Vele onschuldige burgers werden ontvoerd, verkracht, gemarteld en gedood; meer dan één percent van de bevolking stierf aan wrede sterfgevallen met betrekking tot politiek geweld. Om hun proces te bevorderen, zochten en doodden Guzman – die toen algemeen bekend stond als “President Gonzalo” – en zijn lichtend pad vooral de bescheiden bemiddelde mensen, met inbegrip van leraren, burgemeesters en burgerleiders.10
Jarenlang legde het lichtend pad fysieke en psychologische schade op, welke de Peruviaanse bevolking dwong in vrees te leven wat een natuurlijk gevolg is van het terrorisme, en zoals door dit boek zal worden benadrukt, is de liefde de enige manier om zijn worteloorzaken te verslaan. Een dergelijke liefde voor het mensdom zal de blinde haat en de politieke necrofilie waarvan het terrorisme wordt opgevoed overwinnen.



DE IDEOLOGIEËN VAN DE ATHEÏST EN
DE STIJGING VAN HET TERRORISME


Als een zieke persoon behoorlijk moet worden behandeld, is een nauwkeurige diagnose essentieel totdat de ziekte definitief van het lichaam wordt verdreven. Ook al moet de diagnose bijzonder nauwgezet en ontegenzeglijk worden gevolgd. Zo niet, dan zal de ziekte onvermijdelijk terugkomen. Hetzelfde geld voor de meest ernstige ziekte die de maatschappij beïnvloed. Een van de belangrijkste redenen dat wij efficiënte oplossingen van de sociale problemen van deze eeuw niet kunnen vinden, is dat hun oorzaken niet geïdentificeerd zijn. Wanneer elk sociaal probleem wordt behandeld, kan men op de eerste plaats constateren welke oorzaken tot dat probleem leiden. Anders, kunnen welke maatregelen dan ook die zijn genomen, slechts tijdelijk worden getroffen.

De wortels van het terrorisme worden vaak gezocht in concrete kwesties, en dus kan de bestrijding van het, welke naar deze oppervlakkige doelstellingen streeft, niet duurzame resultaten opleveren. Om de wereld van het terrorisme te bevrijden, moeten de belangrijkste factoren die achter het terrorisme zitten worden geïdentificeerd en geëlimineerd.


HET VERWARDE WEB VAN
DE TERRORISTISCHE LOGICA

Het is niet mogelijk om het terrorisme door veiligheidsmaatregelen te verslaan. De militaire kracht, alleen, zal slechts waarschijnlijk toenemend geweld aantreffen, welke een wrede cirkel veroorzaakt waarin het bloedvergieten steeds wordt opgelost door meer bloedvergieten. Wanneer wij ons wagen in de strijd tegen de terroristen, moeten wij begrijpen, en vervolgens bestrijden, wat hun manier van denken is, welke de manier is waarop zij het leven en levende wezens bekijken, en hoe zij hun gebruik van geweld rechtvaardigen.
Een terrorist gelooft dat hij slechts door geweld kan slagen. Hij wil dat mensen rond hem vrezen, en henzelf bemantelen in meedogenloosheid, genadeloosheid en agressie die die vrees teweeg brengen. Iedereen die zijn idee verzet is een vijand, die hij als een voorwerp beschouwt dat geëlimineerd moet worden. In zijn artikel, De terroristen bekijken ons als doelstellingen, niet als mensen, onderzoekt de psychotherapeut en de schrijver van het tijdschrift Sentinal Philip Chard de denkrichting van de terroristen en hoe zij hevige aanvallen rechtvaardigen die op weerloze mensen worden gericht:
De onderzoekers hebben een kijkje genomen op de aspecten van (terroristische) psyche. Het prominentst onder deze is hun capaciteit om hun slachtoffers te bekijken als dingen, voorwerpen, als statistieken, welke zij hopen te zullen ontmaskeren op een verlieslijst.
De terroristen geloven dat zij hun doelstellingen slechts kunnen bereiken door geweld. Door geweld spreiden zij vrees in de maatschappij uit, welke zij hopen hun macht te vergroten.
Zij willen niet hun slachtoffers als mensen ervaren, zoals met hun vrienden of geliefden. Eerder, streven zij ernaar om hen als panden op een politiek schaakbord te bekijken. Daarom, van hun eigen voordeelpunt, nemen de terroristen het niet als het doden van ‘mensen’ waar. Om met gemak en verharde onverschilligheid te vermoorden, ontmenselijken zij ons geestelijk in ‘doelstellingen’…Hun ‘oorzaak’, wat het ook moge zijn, is heilig, edel of wanhopig genoeg dat het bloedbad rechtvaardigt die zij hebben aangespoord…Voor de meeste terroristen berust hun voornaamste belangstelling in resultaat, niet in personen… Zij streven naar… het resultaat van de vermoording, en niet naar de ervaring van de vermoording zelf. De terroristen willen hoop, of een manier van leven, of de geest van een groep mensen, of een volledige natie vermoorden. Zij vernietigen mensen, omdat zij geloven dat dergelijke handelswijze de snelste en de meest directe route is naar dat doel.11
Philip Chard vestigt onze aandacht op een belangrijkste kwestie: dat de terroristen niet eens de lichtste pijn van berouw voelen bij de dood van anderen. In tegendeel, hoe meer zij kunnen doden, des te meer zij henzelf succesvol overwegen te zijn, en verheugd zijn over dat feit. Dergelijke meningen kunnen vrij gelukkig onschuldige mensen doodschieten en kleine kinderen bombarderen. Voor hen wordt het afwerpen van bloed een bron van genoegen. Zij staken menselijk te zijn en veranderen in primitieve monsters. Als één van hen blijk geeft aan het lichtste berouw, is hij onmiddellijk als een verrader gebrandmerkt door zijn radicalere kameraden. Het meer radicaal en bloeddorstig zijn wordt beschouwd als het meer godsvruchtig zijn voor de zaak, dus de ijver om te doden verhoogd constant. Aangezien elk geschil gemakkelijk als verraad kan worden gedefinieerd gebruiken de terroristen onveranderlijk kanonnen tegen elkaar en voeren aanvallen op andere splintergroepen binnen hun eigen rangen uit.
Deze hartstochtelijke gehechtheid aan geweld gaat dieper voorbij politieke ideologieën en stamt in feite uit een onderliggende misvatting over de menselijke aard. De terroristendenkrichting vindt zijn inspiratie uit de materialistische filosofie en het Darwinistische gedachte. Het Darwinisme beschouwt mensen als dieren en beweert dat levende dingen evolueren door een strijd voor overleving in de natuur. Het elimineren van de zwakken, zodat de sterken overwinnend te voorschijn komen, vormt de essentie van elk terroristische afwijkende gedachte.


DE TERRORISTENDENKRICHTING WERD
GESTICHT DOOR DARWINISME

Volgens Charles Darwin’s evolutietheorie, is er een altijddurend gevecht in de natuur en een meedogenloze concurrentie voor overleving. De sterken verslaan altijd de zwakken, zodat vooruitgang mogelijk wordt gemaakt. Uit dat concept kwam het idee van de “strijd voor overleving” en dergelijke termen zoals “de bevoorrechte rassen” (blanke Europeanen) en de “ondergeschikte” rassen (Aziatische of Afrikaanse rassen). Deze racistische logica legde de grondslag voor haat en conflicten over de hele wereld. Beurtelings, rechtvaardigde Darwin’s idee van “de overleving van het fitste” een grote hoeveelheid bewegingen die mensen tot haat, vijandschap, conflict en oorlog leidde.
Het Darwinisme indoctrineert nog steeds de mensen met het bedrog dat de mensen niet meer dan hoogontwikkelde dierlijke soorten zijn, als resultaat van blinde toeval zonder een Schepper. De theorie beweert dat de wereld eens bestond uit niets dan levenloze rots, grond, en gassen. Door zuiver toeval, kwam het leven tevoorschijn als resultaat van het effect van de natuurlijke krachten op organische moleculen zoals wind, regen en bliksem. De theorie verklaart verder het leven van de wereld, met inbegrip van mensen, als het product van zuivere toeval en blinde krachten van de natuur. Toch is deze evolutietheorie een reusachtig bedrog, dat de meeste basiswetten van chemie en biologie overtreedt en alle oorzaken en logica tart. (Voor meer informatie wat betreft dit onderwerp, zie hoofdstuk 7, Het bedrog van de Evolutieleer). Nochtans, wordt de theorie opgelegd aan de moderne maatschappij met een enorme propaganda en de mensen die met dit idee worden geïndoctrineerd zien zichzelf als producten van chemische en biologische ongevallen – vrij van alle verantwoordelijkheden van de Schepper en Zijn zedenwet. Voorts, degenen onder de bekoring van de Darwinistische logica – die het leven als een slagveld zien en daarom allerlei verdorvenheden in de strijd van overleving rechtvaardigen – zijn gehersenspoeld met het vreselijke idee dat het normaal is om andere mensen als dieren te behandelen, en hen zelfs uit te roeien.

De mensen die met dergelijke ideeën zijn opgeleid veranderden de 20ste eeuw in wreedheid, steunden het conflict als een deel van het darwinisme, en beschouwden zelfs de oorlog als de belangrijkste middelen om hun doelstellingen te bevorderen. Het “dialectische conflict” werd de zogenaamde rechtvaardiging voor de moordpartij die door communistische ideologieën worden uitgevoerd. In de loop van de eeuw, kostte de communistische terreur het leven van zowat 120 miljoen mensen. Darwins onzinnige “strijd om het bestaan tussen rassen” en de “natuurlijke selectie” werden de stichtingen van het Nazisme. Adolf Hitler beweerde dat slechts de superieure rassen kunnen- of zouden moeten- overleven. De fascistische terreur die hij inspireerde veroorzaakte een vloedgolf van bloedbaden over de hele wereld. Zowat 55 miljoen mensen stierven in de tweede Wereld Oorlog, welke als resultaat van het Nazi’s beleid van oorlog en bezetting geschiedde. Degenen die in de 21ste eeuw die ideeën nog volgen, beschouwen geweld als de enige oplossing en willen deze eeuw als één van grootste terroristische tijden in de geschiedenis maken.
De darwinistische theorie, namelijk dat de mens als een vechtend dier is, die het darwinisme onderbewust aan de mensen heeft opgelegd, heeft vreselijke kwaad op de mensheid opgelegd. De aanvallen van de terroristen zijn de echo’s van die theorie. Darwinistische slagzinnen, die beweren dat slechts de sterken kunnen overleven, prijzen geweld, steunen strijd, en zien oorlog als een deugdbehoefte om, eens en niet weer, in de vuilnisbak van de geschiedenis geworpen te worden. De omverwerping van het darwinisme kan elk van die ideologieën ondermijnen die conflict en geweld steunen.
Enerzijds, is de definitie van de menselijke aard door monotheistische religies erg verschillend. Het christendom, jodendom en de islam, de drie godsdiensten die door de meeste mensen in de wereld worden geloofd, verzetten zich allen tegen de sociale darwinistische waarde, genoemd conflict. Zoals wij in groter detail in verdere secties zullen zien, beoogt elk van deze godsdiensten het brengen van vrede en veiligheid aan de wereld, terwijl onderdrukking, marteling en het doden van de onschuldigen worden verzet. Conflict en geweld, overeenstemmen zij, zijn abnormale en ongewenste concepten, welke de ethiek die God voor de mens heeft opgesteld overtreedt. Het darwinisme, anderzijds, beschouwd geweld en conflict als essentieel, en zijn daarom gerechtvaardigd. In het kort, ligt de bron van de terroristennachtmerrie van de wereld in het atheïsme en zijn eigentijdse equivalenten: Darwinisme en Materialisme.

Aangezien de scholen in vele landen het darwinisme als een duidelijk, wetenschappelijk feit onderwijzen, zijn de nieuwe generaties van terroristen onvermijdelijk. Vanuit dat standpunt, is het dringend om te verhinderen dat die jonge mensen worden onderwezen dat zij het resultaat van toeval zijn, afstammend van dieren, totaal vrij zonder plichten tegenover God en slechts kunnen overleven door overwinnend in de strijd voor het bestaan te voorschijn te komen. Iedereen die is grootgebracht om dergelijke concepten te geloven, zullen onvermijdelijk egoïstisch, agressief, meedogenloos, en geneigd zijn tot geweld. Dergelijke jonge mensen zijn gemakkelijk vatbaar voor anarchistische en terroristische indoctrinatie. Na dergelijke ideologieën, kunnen zij wreed genoeg worden om kinderen te doden en hun eigen broers en zusters te vermoorden, zonder een spier te vertrekken. De communistische, racistische en fascistische terreurgroepen, die de laatste honderd jaar de wereld hebben geteisterd, zijn producten van enkel een dergelijk onderwijssysteem.
Zodoende, moeten wij de ware beroerdheid van de terroristenlogica blootstellen. De mensen moeten zo effectief mogelijk beseffen, dat al diegenen die het darwinisme steunen en geloven verkeerd zijn. De mens is niet vrij en onverantwoordelijk. Wij hebben een Schepper Die op elk moment op ons let en zelfs onze diepste gedachte kent en Wie, in het hiernamaals, ons zal bijeenroepen om rekenschap te geven van al onze daden. Onze Heer heeft de Mens anders gecreëerd dan de dieren, in zoverre bezitten wij een ziel, verstand, vrije wil, oordeel en onderscheidingsvermogen. Als een zwakgewilde persoon, gemakkelijk geïrriteerd, zichzelf en anderen als zuivere dieren beschouwt, kan hij op een totaal meedogenloze manier handelen en hen gemakkelijk kwaad doen. Het maakt niet uit of die anderen totaal onschuldige kinderen zijn. Maar iedereen die het verstand en geweten bezit en weet dat hij een ziel draagt, gegeven door God, houdt zijn woede in controle, ongeacht de omstandigheden. Zijn oordeel en geweten zullen altijd heersen. Nooit zal hij het kleinste ding doen voordat God een dag rekenschap zal geven.

In de Koran (91:7-10), openbaart God dat de mens zowel geïnspireerd wordt door het kwaad als de wil om het te vermijden. Daarom is het niet een één of ander denkbeeldig evolutionair proces dat aan de morele degeneratie en de commissie van misdaad ten grondslag ligt. Immoraliteit en misdaad komen uit de kwade kant van de menselijke aard voort, welke slechts door persoonlijke toewijding aan de morele waarden kan worden verslagen die God het mensdom heeft onderwezen. Als de mensen geen geloof in God hebben en niet geloven dat zij ooit aan Hem rekenschap moeten geven van hun daden, hebben zij geen reden om het kwaad te vermijden in de vorm van persoonlijke hebzucht en oneerlijkheid of sociale kwaden zoals oorlogen, racistische moord, troep oorlogen of meedogenloze skinheadaanvallen. Voor een minder dramatisch niveau, verklaart het waarom de mensen worden verlaten om te verhongeren, en de toenemende onrechtvaardigheid en meedogenloosheid in de wereld vandaag. Er komt geen einde aan de wreedheden van diegenen die de Mens als slechts een dierlijke soort beschouwen, gelovend dat zij als dieren bezig zijn geweest met een strijd voor overleving. Terwijl zij niet in een God en het Hiernamaals geloven, brengen zij ook anderen teweeg om Hem te vergeten.

Elk menselijk wezen draagt een ziel die in hem door God wordt geademd, en is verantwoordelijk voor de Schepper die hem uit het niets heeft gecreëerd. In de Koran (75:36-40), herinnert God diegenen eraan, die van zichzelf denken dat zij totaal vrij zijn, dat zij gecreëerd werden, en na de dood zullen herleven: “Denkt de mens dat hij ongemoeid zal worden gelaten? Was hij niet eerst een druppel van uitgestort sperma? En vervolgens een bloedklonter waarna Hij (hem) schiep en nauwkeurig vormde? Zo maakte Hij daarvan de twee geslachten, de man en de vrouw. Is Degene met zo’n macht niet in staat de doden tot leven te brengen?”

Tot dusver hebben wij ons geconcentreerd op hoe het Sociaal Darwinisme, dat gelooft dat geweld de oplossing is van elk probleem , geweld aanmoedigt en de stichting is van het terrorisme. Dat is waarom het vernietigen van Darwins theorie – die onderwijst dat de mens een dier is, dat slechts fysisch krachtig kan overleven, en dat het menselijke leven een slachtveld is – ook één van de steunpilaren van het terrorisme zal vernietigen. Het meest belangrijke middel om mensen tegen de nachtmerrie van het terrorisme te beschermen is geestelijk onderwijs. De maatschappijen kunnen permanente vrede bereiken slechts wanneer hun individuen volgens de juiste ethiek proberen te leven. Daarachter, kunnen andere maatregelen, regels en voorzorgsmaatregelen om het leven van de maatschappijen te regelen slechts tot dusver gaan, maar nooit kunnen ze de plaag van het terrorisme ontwortelen.


SLECHTS LIEFDE KAN
HET TERRORISME BESTRIJDEN


In de koran (32:9), openbaart God dat Hij Zijn eigen ziel in de mensen, Zijn schepping, heeft geademd, en dat die mensen ter wereld Zijn vertegenwoordigers zijn (Koran, 6:165). Eén van de belangrijkste verschillen tussen de mensen en de dieren is dat de mens met zowel aardse verlangens als met een geweten werd gecreëerd. Elk persoon bezit verlangens die hem tot het kwaad oproepen, samen met een geweten die hem inspireert het kwaad te vermijden. Naast dergelijke aangename eigenschappen, die door dat geweten worden geïnspireerd – liefde, offer, medeleven, nederigheid, affectie, eerlijkheid, loyaliteit en vriendelijkheid – bezit hij ook vernietigende en ongewenste tendensen, afstammend van zijn aardse verlangens. Dankzij zijn geweten, nochtans, kan het gelovige onderscheid maken tussen goed en slecht en kan het kiezen wat moreel juist is. Sterk geloof in en vrees voor God, geloof in het Hiernamaals, de krachtige vrees voor de eindeloze kwellingen van de hel en een sterk verlangen naar het paradijs houden allen de verleidingen van zijn aardse verlangens van het lijf. Daarom gedraagt hij zich altijd goed ten opzichte van de mensen, vergeeft, antwoord met goed aan verdorvenheid, helpt de behoeftige, en toont medeleven, liefde, affectie en tolerantie.

Terroristen luisteren anderzijds naar hun aardse verlangens voor geweld in plaats van hun geweten, en kunnen gemakkelijk richten op alle vormen van verdorvenheden. Zij worden liefdeloos, agressieve mensen die gemakkelijk anderen kwetsen zonder de lichtste gewetenswroeging. Terwijl zij geen vrees hebben voor God, kennen zij niet de ethiek van de godsdienst, noch oefenen zij het uit. Niets kan hen van het begaan van misdaden tegenhouden.

Bij het bedwingen van hun burgers, kunnen de heersende regels van de maatschappij slechts tot dusver gaan. Dankzij zijn wetshandhavingeenheden, zou de staat straten en openbare ruimten gedeeltelijk kunnen beschermen, en – dankzij een krachtig systeem van rechtvaardigheid – zou het noodzakelijke middelen kunnen nemen om openbare orde te verzekeren en ervoor kunnen zorgen dat het misdaadtarief daalt. Maar aangezien het onmogelijk is om 24 uur per dag toezicht te houden op elk individu, is het belangrijk dat het geweten van de volkeren de vergelijking in sommige stadiums binnentreed. Diegene die niet de aandacht besteedt aan de stem van zijn geweten kan zich gemakkelijk richten op misdaad. Het resultaat is de maatschappij van individuen die graag liegen wanneer zij voelen dat het noodzakelijk is, die geen spijt hebben van het genieten van oneerlijke winsten, en die geen twijfel over de onderdrukking en het exploiteren van de zwakken voelen. In de maatschappij die al zijn geestelijke waarden heeft verloren en waarin geen vrees voor God is, lossen de zuivere fysieke maatregelen duidelijk niet het probleem op. De ethiek van de godsdienst, anderzijds, beveelt een persoon om kwade akten te vermijden, zelfs ten opzichte van zichzelf en wanneer hij weet dat niemand in zijn gemeenschap hem ooit zal straffen voor zijn misdaden. De persoon die weet dat God hem zal roepen om rekenschap te geven van elk daad, besluit en woord – en hem dienovereenkomstig in het hiernamaals zal belonen – zal altijd het kwaad vermijden.

Terroristische organisaties kunnen mogelijk geen enkele plaats vinden in de maatschappij wiens mensen het kwaad zullen vermijden vanuit hun eigen wil. Waar de ethiek van godsdienst heerst, zullen de problemen die leiden tot organisaties die het gebruik van geweld ondersteunen natuurlijk verdwijnen. Als de gehele maatschappij superieure deugden zoals eerlijkheid, offer, liefde en rechtvaardigheid bezit, kan geen plaats voor dergelijke dingen zijn zoals armoede, ongelijke distributie van inkomen, onrechtvaardigheid, onderdrukking van de zwakken, of beperkingen op vrijheden. Integendeel, de sociale orde zal te voorschijn komen die voldoen aan de wil van de behoeftige; waar de rijke de arme en de sterke de zwakke beschermt; waar iedereen van de beste gezondheidszorg, onderwijs en vervoerssystemen kan genieten. Daar zullen tolerantie en begrip het verband tussen verschillende etnische groepen, godsdiensten en culturen overheersen.

Om deze redenen, is de juiste ethiek de sleutel van het oplossen van vele sociale problemen. De bron van die sleutel is, beurtelings, de Koran, welke God als gids voor de mensheid heeft geopenbaard.


MATIGE ISLAM, MET ANDERE WOORDEN,
DE WARE ISLAM

Een halve eeuw nadat het eerste vers werd geopenbaard aan Profeet Mohammed (Mogen de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), onderging islam een dergelijke uitbreiding zoals zelden is gezien. Het spreidde van het Arabische Schiereiland uit naar heel het Midden-Oosten, Noord-Afrika en zelfs Spanje, waarin de aandacht van velen in het Westen getrokken werd. Zoald de woorden van een beroemde islamitische deskundige John L. Esposito, “ Wat het merkwaardige is van de vroegere uitbreiding van de Islam, is zijn snelheid en succes. De westelijke geleerden hebben dat bewonderd.12 In de loop van de volgende eeuwen, bereikte Islam alle hoeken van de wereld, van Indonesië tot Latijns-Amerika. Vandaag, wordt Islam geaccepteerd als de snelst groeiende religie, en zijn ruwweg één miljard aanhangers vertegenwoordigen één vijfde van de wereldbevolking. Interesse in de islam steeg in het bijzonder na de terroristenaanvallen van 11 september, 2001. (voor meer details, zie The Rise of Islam door Harun Yahya)
Terwijl men de islamitische wereld van vandaag bekijkt, zien wij een brede waaier van godsdienstige praktijken, afhankelijk van verschillende maatschappelijke gewoontes en tradities, hun cultureel erfgoed, en wereldmeningen. Dit heeft sommige individuen geleidt de islam op een dergelijke manier te onderzoeken of proberen te begrijpen om verkeerde indrukken te vormen. Die verschillen kunnen slechts de traditionele waarde van de maatschappij symboliseren, en niet de Islam zelf. De enige manier om aan een nauwkeurige opinie over de islam te komen is deze verschillen terzijde te leggen en te richten op de Koran, waar de essentie van de Islamitische ethiek wordt opgesteld, en op de handelingen van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn).
Zelfs als de meerderheid van de gemeenschap uit moslims bestaat, betekent het niet dat het gedrag, de meningen en de oordelen van die gemeenschap noodzakelijk wat te maken hebben met de islam, noch dat zij in de naam van de islam moeten worden verdedigd. Wanneer men de waarde bepaalt van een individuele – of gemeenschappelijke – mening over de islam, moet dat altijd in gedachte worden gehouden. De verschillen kunnen uit heersende voorwaarden stammen. De enige manier om na te gaan of die meningen correct zijn is zich te richten op de Koran, de nauwkeurigste bron van de waarheid over de islam, en op de handelingen van onze Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zijn met hem).
Het is oneerlijk om te oordelen over de islam en de moslims zonder ook maar de Koran te hebben bestudeert om te leren of een bepaalde praktijk daarin verschijnt. Het onderzoeken van de levensstijl van slechts één enkele gemeenschap kan iedereen misleiden die probeert de islam te begrijpen en daarover zijn meningen te vormen. Wat als eerst gedaan moet worden is vanuit zijn ware bron de islam te bestuderen. Zodra, vervolgens, de diverse meningen in verschillende delen van de wereld volgens die criteria worden overwogen, zullen velen die, slechts veronderstelden dat zij de islam kenden, eigenlijk de islam voor het eerst kennen; en kunnen zij henzelf bevrijden van de dwaling waarin zij tot dusver verkeerden.


ISLAM VERBIEDT DE ONSCHULDIGEN
TE VERMOORDEN

Volgens de Koran (5:32) is het een grote zonde om een onschuldige persoon te doden, en iedereen die dit doet, zal aan grote kwelling in het Hiernamaals lijden:

“…voor wie een ziel doodt – niet (als vergelding) voor een ziel of het verderf zaaien op aarde – het is alsof hij alle mensen doodde en dat voor wie iemand laat leven, het is alsof hij alle mensen deed leven. En voorzeker, Onze Boodschapper kwamen tot hen met duidelijke Tekenen, velen van hen (de Kinderen van Israël) waren daarna overtreders op de aarde.”

Dit vers maakt het doden van één onschuldige mens gelijk aan het vermoorden van de gehele mensheid. Een ander vers (25:68) drukt het belang uit dat de gelovige kleeft aan het leven:

Degenen die naast Allah geen andere god aanroepen en die niemand doden, waarvan (het doden) door Allah verboden is, behalve volgens het recht. En die ontucht plegen, want wie dat doet zal een bestraffing ontmoeten.

In nog een ander vers (6:151), geeft God het volgende bevel uit:

Zeg: “Komt, ik zal voorlezen wat jullie Heer jullie verboden heeft verklaard: dat jullie iets als deelgenoot aan Hem toekennen. Wees goed voor jullie ouders, en doodt niet jullie kinderen uit (angst voor) armoede. Wij schenken voorzieningen aan jullie en aan hen. En nadert niet de zedeloosheid, de openlijke noch de verborgene, en doodt niet de ziel die Allah verboden heeft verklaard, tenzij volgens het recht. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie begrijpen.”

Elke moslim die met een oprecht hart in God gelooft, die gewetensvol aan Zijn heilige verzen houdt en vreest voor het Hiernamaals, zal zelfs één andere persoon vermijden te berokkenen. Hij weet dat de Heer van Oneindige Rechtvaardigheid hem passend zal belonen voor al zijn daden. In één van de hadith, maakt onze Profeet (moge de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn) een lijst van soorten mensen die God niet tevredenstellen:
“Degenen die wreed en (volgens hen) terecht in het heilige land handelen, degenen die verlangen naar manieren van onwetendheid, en degenen die verkeert het menselijke bloed storten.13


ISLAM BEVEELT DE MENSEN OM ZICH
JUIST TE GEDRAGEN

De islamitische ethiek beveelt de gelovigen om zich juist en moreel te gedragen tijdens het nemen van een besluit, het spreken of het werken – in het kort, in elk moment van hun leven. De bevelen van God in de Koran en de Soennah van de Profeet Mohammed (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) beschrijven dat begrip rechtvaardigheid zeer gedetailleerd. Alle boodschapper brachten met hun waarschuwingen vrede en rechtvaardigheid aan alle gemeenschappen waarin zij werden verzonden. De Profeten hielpen wreedheid en despotisme op te heffen ronduit de gelovige gemeenschap. Zoals God in één vers heeft geopenbaard (10:47):

Voor elk volk is er een boodschapper. Wanneer daarom hun boodschapper komt, wordt er met rechtvaardigheid onder hen geoordeeld en hun wordt geen onrecht aangedaan.

De belangrijkste eigenschap van het islamitische begrip van rechtvaardigheid is dat islam rechtvaardigheid op elk moment beveelt, zelfs als men een persoon behandelt die dichtbijgelegen en het beste is. Zoals God beveelt in een ander vers (4:135):

O, gij die gelooft, weest voorstanders der rechtvaardigheid, getuigen voor Allah, zelfs al was het tegen uzelf, of ouders en verwanten. Hetzij rijk of arm, Allah is beter dan beiden. Volgt niet de begeerten, opdat gij niet onrechtvaardig zult zijn. En als gij de waarheid omzeilt of er u van afwendt, Allah is goed op de hoogte van wat gij doet.

Dat vers geeft het duidelijk aan een gelovige op; de rijkdom of de sociale status van iemand, is van geen belang. Wat belangrijk is, is rechtvaardigheid – niemand zou onrechtvaardig behandeld moeten worden – en de heilige verzen van God ten uitvoer te brengen. In een ander vers (5:8), wordt het bevolen:

O, gij die gelooft, weest oprecht voor Allah en getuigt met rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen, om onrechtvaardig te handelen. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij de vroomheid en vreest Allah, voorzeker, Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.

In dat vers geeft God de opdracht tot de gelovige om altijd juist te handelen, zelfs ten opzichte van hun eigen vijanden. Geen moslim kan een ongedwongen besluit nemen, gebaseerd op het feit dat de persoon waarmee hij handelt hem eens heeft berokkend of in een moeilijke situatie heeft verlaten. Zelfs wanneer hij een persoonlijke vijand is, en de vijand echt ongelijk heeft, heeft elke moslim de plicht om met genade te reageren en de ethiek te tonen die God heeft aanbevolen.
God heeft aan de gelovigen het volgende bevel (60:8) uitgegeven: Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief. Hier deelt Hij de moslims mede hoe hun relatie met andere mensen zou moeten zijn. De verzen zijn de eigenlijke stichting van de houding van de gelovigen ten opzichte van de anderen, die niet gevormd zijn door het karakter van de mensen met wie hij omgaat, maar door de openbaringen van God in de Koran. Dat is waarom de moslims die een zuivere hart hebben altijd steunen wat juist is. Hun bepaling betreffende deze kwestie wordt geopenbaard in deze termen (Koran, 7:181): En er is onder hen die Wij hebben geschapen een volk, dat de mensen met waarheid leidt en rechtvaardig oordeelt.
Andere verzen in de Koran wat betreft rechtvaardigheid gaan als volgt:

Voorwaar, Allah gebiedt u het u toevertrouwde over te geven aan hen die er recht op hebben en dat, wanneer gij tussen mensen richt, gij rechtvaardig handelt. En waarlijk, voortreffelijk is datgene, waartoe Allah u maant. Voorzeker, Allah is de Alhorende, de Alziende.
Zeg: "Mijn Heer heeft rechtvaardigheid bevolen. En dat gij uw aandacht behoorlijk richt, ter gelegenheid van aanbidding en Hem aanroept in zuivere gehoorzaamheid aan Hem. Zoals Hij u deed ontstaan, zo zult gij wederkeren.
Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt.

Over de hele wereld, worden de mensen onderworpen aan wrede behandelingen wegens hun ras, taal of huidskleur. Maar toch is volgens de islam, zoals die in de Koran wordt opgesteld, het behoren tot een bepaalde etniciteit, ras of geslacht van een persoon van geen belang, omdat islam beweert dat alle mensen gelijk zijn. De woorden van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), “iedereen behoort tot één voorgeslacht van Adam, en Adam werd gecreëerd uit klei”14, beklemtonen dat er geen verschil tussen mensen is. De kleur van de huid, de sociale status en de rijkdom verlenen geen superioriteit aan iemand.
Volgens de Koran, is er één reden waarom verschillende stammen, volkeren en naties werden gecreëerd, namelijk zodat zij “elkaar zouden kunnen herkennen”. Iedereen is een dienaar van God en moet elkaars verschillende culturen, talen, drachten en capaciteiten gaan leren kennen. Eén bedoeling van het bestaan van verschillende naties en rassen is culturele rijkdom en geen oorlog en conflict. Alle ware gelovigen weten dat alleen godvruchtigheid – in andere woorden de vrees van God en het geloven in Hem – superioriteit kan verlenen. Zoals God in de Koran (49:13) heeft geopenbaard:

O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander mocht kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend.
Elders (30:22), heeft Hij het volgende vers geopenbaard:

En tot Zijn tekenen behoort ook de schepping der hemelen en der aarde, en de verscheidenheid van uw talen en (huids) - kleuren. En dit zijn voorzeker tekenen voor degenen, die willen begrijpen.

De geschiedenis biedt vele voorbeelden aan van het zich gelovig gedragen met volledige rechtvaardigheid ten opzichte van andere volkeren, welke de islam helpt om met een ongelooflijke snelheid over een breed gebied te groeien, dat Afrika, het gehele Midden-Oosten, en zelfs het Iberische schiereiland omvat. Door middel van deze veroveringen werden beleefdheid en tolerantie door de islamitische ethiek uitgespreid aan vele rassen, naties, gemeenschappen en individuen, welke miljoenen samenbracht voor wederzijdse tolerantie, de voorliefde die nooit voordien werd gezien. De beroemde onderzoeker Joel Augustus Rogers heeft de diverse rassen onderzocht en het verband tussen het zwarte ras en andere landen. In zijn boek Geslacht en Ras, beschrijft hij de islamitische invloed op de wereld in deze termen:
Eén reden waarom islam zo helder eeuwenlang kon overleven is de bijna volledige afwezigheid van waarde- en normenoordelen die op ras en klasse worden gebaseerd in, het negeren van de huidskleur van een individueel of zijn sociale klasse en het feit dat de bevordering tot het hoogste niveau van een gemeenschap alleen gebaseerd werd op capaciteit…De islam vestigde de grootste en tezelfdertijd de meest vrije racistische smeltkroes in de geschiedenis, en het mengen van deze rassen vond binnen het lichaam van het uitgebreidste imperium plaats dat de wereld ooit heeft gezien. Met zijn grootste macht rekte het islamitische imperium zich van Spanje en centraal Frankrijk in het westen uit naar India, China en Pacifische Oceaan in het Oosten, met inbegrip van centraal Azië. De heersers van deze uitgebreide gebieden waren van diverse kleuren. De kleuren van de huiden van de volkeren waren zelfs minder belangrijk voor de Moslims dan de kleuren van de bloemen in een tuin voor de bloemen zelf.15
Professor Hamilton Alexander Rossken Gibb is één van de belangrijkste deskundige in de islam van de wereld. In zijn boek Waarheen ook Islam?, beschrijft hij de islamitische kijk op andere rassen:
Geen andere maatschappij heeft een dergelijke gedenkschrift van succes dat zich verenigt in gelijkheid van status, mogelijkheden, en zo vele inspanningen en diverse rassen van de mensheid. De islam heeft nog steeds de bevoegdheid om blijkbaar onverzoenlijke elementen van ras en traditie in overeenstemming te brengen. Indien ooit de oppositie van de grote maatschappijen van het Oosten en het Westen door samenwerking moet worden vervangen, is de bemiddeling van de islam een onontbeerlijke bepaling.16
De islamitische ethiek beoogt de maatschappij, die op broederschap en vrede, vrijheid en veiligheid wordt voortgebouwd. Dat is waarom alle gemeenschappen die in contact met de islam komen hun onderdrukkende, wrede en agressieve manieren hebben opgegeven, en in plaats daarvan, vreedzame en beschaafde maatschappijen hebben opgebouwd. (voor verdere details, zie Rechtvaardigheid en Tolerantie in de Koran door Harun Yahya). In hun werken, hebben vele westelijke historici diepe en positieve effecten van de islam op de gemeenschappen gedocumenteerd, die in contact met de islam kwamen. In The making of Humanity, bespreekt Professor Robert Briffault het verband tussen de westelijke maatschappijen en de Islam:
De ideeën die de Franse Revolutie en de Verklaring van Rechten inspireerden, dat tot het ontwerpen van de Amerikaanse grondwet leidde en de strijd voor onafhankelijkheid in de Latijns-Amerikaanse landen (en elders) deed ontsteken waren geen uitvindingen van het Westen. Zij vinden hun uiteindelijke inspiratie en bron in de Heilige Koran.17
Deze passages wijzen erop hoe, gedurende de eeuwen, de islamitische ethiek de mensen over vrede, tolerantie en rechtvaardigheid heeft onderwezen. Tegenwoordig, zoekt bijna iedereen enkel naar een dergelijk model, en is er geen reden waarom een dergelijke cultuur niet nogmaals tot stand zou moeten komen. De enige wat wordt vereist is de wens van de mensen om volgens de ethiek van de Koran te leven. Om te beginnen met zichzelf en vervolgens inspanningen te leveren om anderen te overhalen hetzelfde te doen. Wanneer iedereen, van de hoogste rangen tot de laagste, de ethiek beginnen uit te voeren die in de Koran wordt bevolen, zullen zij rechtvaardig, medelevend, verdraagzaam, liefdevol, eerbiedig en vergevend zijn. Dat zal, beurtelings, vrede aan elke maatschappij bijbrengen.


MOSLIMS ZOUDEN VRIENDELIJKE WOORDEN
MOETEN GEBRUIKEN OM MENSEN AAN
DE ETHIEK VAN DE ISLAM TE ROEPEN

Elke moslim heeft de plicht om anderen aan de ethiek van de islam te roepen, om hen te informeren over het bestaan van God en de bewijzen van Zijn verwezenlijking. God zelf heeft die verantwoordelijkheid in vers 3:104 geopenbaard:

En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die de welslagenden zijn.

Hij openbaart ook hoe die uitnodiging moet worden gemaakt:

Nodig uit tot de weg van jouw Heer, met wijsheid en goed onderricht, en wissel met hen van gedachten, op de beste wijze. Voorwaar, jouw Heer weet het beste wie van Zijn weg afgedwaald is en Hij weet beter wie de rechtgeleiden zijn. (16:125)

(het uitspreken van) vriendelijke woorden en vergeving is beter dan een liefdadigheid die door kwetsing gevolgd wordt. En Allah is Behoefteloos, Zachtmoedig. (2:263)

Ware gelovigen kennen het belang van deze verantwoordelijkheid, die beschreven is in vers 3:114:

Zij geloven in Allah en de Laatste dag en zij roepen op tot het goede en zij verbieden het verwerpelijke en zij haasten zich goede werken te verrichten, zij zijn degenen die tot de rechtschapenen behoren.
Daarom nodigen zij iedereen rondom hem heen uit, vrienden, verwanten, iedereen die zij kunnen bereiken, om in God te geloven, Hem te vrezen en een juiste ethiek te tonen. Dit aangename kenmerk van de moslims wordt beschreven in vers 9:71:

En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaar helpers, zij roepen op tot het behoorlijke en verbieden het verwerpelijke en zij onderhouden de shalaat en geven de zakaat en zij gehoorzamen Allah en Zijn boodschapper. Zij zijn degenen die Allah zal begenadigen. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.

Vanuit dit vers, is het duidelijk dat alle gelovigen, in de loop van hun leven, worden belast met het verklaren van die juiste ethiek, het adviseren van goede akten aan anderen en het adviseren van het vermijden van het kwaad. God beveelt de gelovigen om vriendelijke woorden te gebruiken:

En zeg tot Mijn dienaren dat zij spreken wat het beste is…... (17:53)

God beschrijft de goede en de slechte woorden in deze analogie in de Koran (14:24-27):

Zie je niet hoe Allah een vergelijking maakt met een goede uitspraak, die als een goede boom is, waarvan de wortel stevig staat en de takken naar de hemel reiken? Hij geeft zijn vruchten in elk seizoen, met verlof van zijn Heer. Allah maakt de vergelijkingen voor de mensen. Hopelijk zullen zij er lering uittrekken. En de vergelijking met een slechte uitspraak is als die met een slechte boom, die ontworteld op de aarde staat, en die geen stevigheid heeft. Allah versterkt (het geloof van) degenen die geloven met de standvastige uitspraak (de geloofsbelijdenis) tijdens het wereldse leven en in het Hiernamaals; en Allah laat de onrechtplegers dwalen en Allah doet wat Hij wil.

Iedereen die wenst om een positief leven te leiden, zou anderen tot deugdzaamheid moeten aanzetten. Iedereen die graag wil zien dat anderen zich volgens hun geweten gedragen zou hen moeten aanmoedigen om dit te doen, en iedereen die wreedheid verzet zou hen moeten waarschuwen die zich daaraan bezighouden. In het kort, iedereen die wil dat het goede heerst, zou al het anderen moeten uitnodigen om zich daaraan te houden. Tijdens het uitnodigen, nochtans, is het belangrijk om te onthouden dat slechts God de mensen kan inspireren om Moslims te worden, en kan veroorzaken dat woorden die hen tevredenstellen invloed op hen kan hebben. God heeft geopenbaard dat onze Profeet (Moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), als resultaat van het edele karakter en superieure ethiek, de mensen altijd goed heeft behandelt, en God heeft hem als rolmodel voor al de mensheid aanbevolen.


ISLAM BEVEELT SOLIDARITEIT
EN SAMENWERKING ONDER MENSEN

In de koran (5:2), heeft God dit bevel uitgegeven:

….ondersteunt elkaar bij het goede en Taqwa. En steunt elkaar niet bij zonde en overtreding. En vreest Allah. Voorwaar, Allah is streng in de bestraffing.

Zoals dat vers duidelijk maakt, strijd de gelovige slechts voor datgene wat goed is. Zij overwegen de woorden van God in vers 4:127 van de Koran: “er is niets wat jullie van het goede doen of, voorwaar, Allah weet ervan.” Zij vergeten nooit dat zij zullen worden gecompenseerd voor alles wat zij in het gezicht van onze Heer doen. Maar God openbaart dat de aangename wederzijdse ondersteuning in een kader van “het goede en Taqwa” moet zijn. De betekenis van het goede wordt ook verklaard in vers 2:177:

Het is geen vroomheid dat jullie je gezichten naar het Oosten en het Westen wenden, maar vroom is wie gelooft in Allah en het Hiernamaals en de Engelen en de Schrift en de Profeten en die het bezit dat hij liefheeft weggeeft aan de verwanten en de wezen en de behoeftigen en de reiziger (zonder proviand) en de bedelaars en (het gebruikt) voor het vrijkopen van slaven, en die de shalaat onderhoudt, de zakaat geeft en die trouw zijn aan hun belofte wanneer zij een belofte hebben gedaan en de geduldigen in tegenspoed, in rampspoed en in oorlogstijd. Zij zijn diegenen die oprecht zijn, en zij zijn het die de Moettaqoen zijn.

Ware goedheid is daarom eerder verschillend van de manier waarop de maatschappij het over het algemeen waarneemt. Zij die niet volgens de ethiek van de Koran leven zien goede akten als gunsten die zij hebben verleend, wanneer zij er zin in hebben. Gewoonlijk beperken zij dergelijke goede akten tot het geven van geld aan een bedelaar, of het afgeven van hun zitplaatsen in de bus aan een bejaarde persoon.
Maar toch, aangezien wij het bovengenoemde vers hebben gezien, beschrijft de Koran goedheid als een concept dat het hele leven van een gelovige omvat, als een verplichting die in de loop van zijn leven moet worden voldaan. Niet alleen wanneer hij er zin in heeft of wanneer hem overkomt dat te herinneren. Als een dienaar, bezit elke moslim ware oprechtheid en helpt hij of zij de behoeftigen en de armen, zelfs wanneer hij in een behoeftige omstandigheid verkeert, zelfs wanneer hij datgene opgeeft wat waardevol is (Koran, 76:8). In vers 51:19, welke leest, “En van hun bezittingen was een rechtmatig deel voor de bedelaar en voor degene die zich weerhield van bedelen,” heeft God geopenbaard dat het geven van hulp, het helpen van anderen, en het goede doen allemaal een plicht van de moslims zijn. Zij geven onvoorwaardelijk hulp; en de gelovigen zijn bereid om elke offer te maken om anderen aan te zetten tot wat goed is. Zij verwachten niets in ruil daarvoor, behalve voor het winnen van Gods genoegen. In vers 76:9-10, beschrijft God een dergelijke gedrag die de gelovigen uiten:

(Zij zeiden:)”wij voeden jullie slechts omwille van het welbehagen van Allah, wij verlangen van jullie geen beloning en geen dank. Voorwaar, wij vrezen van onze Heer een angstaanjagende, huiveringwekkende Dag.”

De moslims weten dat God de Heer van de oneindige rechtvaardigheid is, en vergeten nooit dat hun goed gedrag geschikt in het Hiernamaals zal worden beloont. Noch vergeten zij dat het leven in deze wereld slechts tijdelijk is, en dat hun ware huis in het gezicht van God ligt. In de Koran, waarschuwt Hij de mensen voor het onvermijdelijke einde, en nodigt hen allen uit om zich op die manier te gedragen die Hem tevredenstelt:

En Wij hebben de Hemelen en Aarde en wat er tussen is niet geschapen behalve met de Waarheid. En Voorwaar, het Uur zal zeker komen, geeft daarom een passende kwijtschelding. (15:85)

En aanbid Allah en kent Hem in niets deelgenoot toe, en wees goed voor de ouders en de verwanten en de wezen de behoeftigen en de verwante buren en de niet-verwante buren en de goede vrienden en de reiziger en de slaven waarover jullie beschikken. Voorwaar Allah houdt niet van trotse hoogmoedigen. (4:36)

De beloning voor degenen die aangenaam gedrag tonen is voor iedereen goed nieuws, en wordt geopenbaard in deze verzen:

Maar voor degenen die geloven en de juiste daden verrichten, zullen Wij de beloning van de goede dader niet laten verspillen. (50:30)

En er zal tot degenen die Allah vreesden gezegd worden: “wat is het dat jullie Heer heeft doen neerdalen?” Zij zullen zeggen: “Het Goede.” Voor degenen die het goede in deze wereld deden, is er (in het Hiernamaals) het goede. En het Huis van het Hiernamaals is zeker beter. En het Huis van de Moettaqoen is zeker het beste. Zij zullen de Tuinen van ‘Adn (het Paradijs) binnengaan, waar onder door de rivieren stromen. Voor hen is daarin wat zij willen. Zo beloont Allah de Moettaqoen. (16:30-31)


ISLAM BEVEELT ONS OM HET GOEDE TE DOEN
EN HET KWAAD TE VERMIJDEN

De gelovigen leren de ware betekenis van het goed en het kwaad vanuit de Koran, een boek dat door God als de Maatstaf wordt geopenbaard om de waarheid van valsheid te onderscheiden. Concepten zoals goed en slecht, juist en onjuist, zijn nader toegelicht in de Koran met voorbeelden die iedereen kan begrijpen. De vrees van de gelovigen voor God geeft hen het licht en het begrip om hen te helpen onderscheid te maken tussen goed en slecht. (8:29)

Moslims brengen heel hun leven door met het uitvoeren van hun besef van goed en kwaad, zoals beschreven staat in de Koran. Toch nemen zij een ander belangrijke verantwoordelijkheid tot zich: het uitnodigen van anderen om de waarheid te zien, om het kwaad te vermijden, en om volgens de ethiek van de Koran te leven. De gelovigen brengen hun leven door met het vertellen van de verschillen tussen het goede en het kwade, omdat, voor een gelovige, God het volgende bevel heeft uitgegeven (3:104):

En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die de welslagenden zijn.

In vers 3:110, beklemtoont God hoe degenen die aan dit bevel houden veel gunstiger zijn dan anderen:

Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, (zolang) jullie tot het goede oproepen en jullie het verwerpelijke verbieden, en jullie in Allah geloven. En als de lieden van de Schrift zouden geloven, zou dat beter voor hen zijn, onder hen zijn er gelovigen, maar de meeste van hen zijn de grote zondaren.

De gelovige voert die plicht niet alleen uit ten opzichte van de onbekendheid met het verschil tussen goed en slecht en het geen kennis hebben van de godsdienst, maar ook ten opzichte van de gelovige zelf. De mensen vallen niet alleen door onwetendheid in de fout, maar soms ook door vergeetachtigheid, of door het maken van fouten, of wanneer zij gedreven worden door aardse verlangens. Dus, moedigt de gelovige aan om goede werken te verrichten en verhindert het kwaad door elkaar te herinneren aan de bevelen van de Koran. Zij waarschuwen elkaar dat in deze wereld, degenen die er niet in slagen het kwade te vermijden, aan de kwellingen van de Hel zullen lijden; dat slechts degenen die goede werken verrichten en met oprechtheid hun godsdienstige plichten uitvoeren met het Paradijs zullen worden beloond. Die verrukkelijke verantwoordelijkheid betekent dat zij nooit afgeraden of vermoeid hoeven te voelen terwijl men anderen meedogend en liefhebbend blijft waarschuwen, ongeacht de fouten die ze gemaakt zouden kunnen hebben. In vele verzen openbaart God dat Hij van diegenen houdt die geduld hebben, en nodigt Hij de gelovigen uit om geduldig te zijn bij het uitvoeren van de ethiek van de Koran:

O jullie die geloven, zoekt hulp door middel van geduld en shalaat. Voorwaar, Allah is met de geduldigen. (2:153)

….Degenen die geduldig zijn en goede werken verrichten. Zij zijn degenen voor wie er vergeving en een grote beloning is. (11:11)


ISLAM BEVEELT OM KWAAD MET
GOED TE VERGELDEN

En het goede en het kwade zijn niet gelijk: beantwoord (het kwade) met wat beter is, dan zal degene met wie je in vijandschap leefde als een oprechte vriend worden. (41:34)

Weer het slechte af met het beste. Wij weten het beste wat zij toeschrijven. (23:96)

In deze verzen, belooft God de gelovigen dat zij positieve resultaten kunnen krijgen, mits zij een prettige houding aannemen ondanks het wangedrag. De koran benadrukt dat zelfs wanneer een gelovige een vijand behandelt, hij nog een warme vriendschap kan vestigen. Het reageren op kwaad met goed is ook een essentieel onderdeel van medeleven. Wanneer elke gelovige anderen een gedrag ziet ontlenen die God niet tevredenstelt, overweegt hij eerst en vooral hoe dat hen in het Hiernamaals zal beïnvloeden. Dan nadert hij hen met tolerantie en nederigheid, weigerend om opgeblazen te worden van trots.
In de loop van hun leven, kunnen de gelovigen mensen aantreffen van zeer verschillende karakters. Maar toch zullen zij hun kijk op de ethiek niet veranderen volgens de mensen die zij ontmoeten. Anderen kunnen spottend spreken, gebruiken lelijke woorden, worden boos, of gedragen zelfs op een vijandige manier. Maar toch houdt de ware gelovige nooit op beleefd, bescheiden en medelevend te zijn. Hij zal niet op dezelfde manier reageren op lelijke woorden. Hij zal niet diegenen uitlachen die hem bespotten, nog zal hij woede beantwoorden met woede, maar blijft geduldig en verdraagzaam. In aanwezigheid van beledigend gedrag, zal hij met juiste de ethiek antwoorden, en met een zodanige medeleven dat de andere beschaamd zal voelen.

Dat is de ethiek die onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) ons adviseert. In één van de Hadith, zei hij, “Beantwoord het kwaad niet met het kwaad, maar met verontschuldiging en vergeving”18 In een andere hadith nodigt hij de gelovige uit in deze termen: “Niemand van u moet zo’n soort zwakke persoon zijn die zegt, ’Hij die geen medeleven heeft zal niets ontvangen’ “19
In de koran (5:13), werd onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) verteld om te vergeven toen hij werd verraden door de kinderen van Israël:

...Zij vergaten een gedeelte van hetgeen waarmee zij mee vermaand waren. En jij (O Moehammad) zult verraderlijkheid van hen blijven ondervinden, behalve van enkelen van hen. Vergeef hun en scheld (het) kwijt. Voorwaar, Allah houdt van de weldoeners.

zoals dit vers aantoont, is de slechte ethiek die door iemand anders wordt getoond geen verdediging voor het tonen van hetzelfde gedrag. Elk individu is alleen verantwoordelijk voor zijn daden die in de naam van God worden verricht. Volgens de Koran is het handelen met medeleven, affectie en juiste ethiek in aanwezigheid van slecht gedrag van iemand anders, een teken van superieure ethiek die de uitbreiding van iemands overgave aan God aan het licht brengt. Een vers (10:26) openbaart de beloning die dergelijke handelingen met zich meebrengen:

Voor degenen die het goede verrichten is er het beste en meer. Grauwheid noch vernedering zal hun gezichten bedekken. Zij zijn degenen die de bewoners van het Paradijs zijn, zij zijn daarin eeuwig levenden.


ISLAM BEVEELT DE GEVOVIGEN
OM ALTIJD TE VERGEVEN

Een belangrijke teken van medeleven is het vermogen van een persoon om te vergeven. In vers 7:199, verzoekt God zijn bedienden om het volgende te doen:
Aanvaard de verontschuldiging en roep op tot het behoorlijke en wend je af van de ontwetenden.

Sommigen kunnen deze houding moeilijk vinden, maar in de ogen van God zal het goed beloond worden. Degenen die overvallen worden door woede kunnen goed weigeren om fouten te vergeven. Maar God heeft voor de gelovigen geopenbaard dat het beter is te vergeven en in vers 26:40 de volgende ethiek geadviseerd:

De aflossing van een slechte daad is gelijkwaardig het (de slechte daad), maar als iemand vergeeft en dingen herstelt, zijn beloning is bij Allah…

In een ander vers (26:43), openbaart God, “maar als iemand standvastig is en vergeeft, dat is de meest vastberaden weg om te volgen.” Vers 24:22 benadrukt dat dit een zeer superieure vorm van ethiek is:

En laat hen van jullie die bemiddeld en gefortuneerd zijn niet zweren niet uit te geven aan de verwanten en de armen en de uitwijkers op de Weg van Allah; laat hen kwijtschelden en lankmoedig zijn: houden jullie er niet van dat Allah jullie vergeeft? En Allah is vergevensgezind, Meest Barmhartig.

In dit vers moedigt Hij de gelovigen aan om hun eigen posities te overwegen, wanneer het om vergiffenis gaat. Omdat iedereen wil dat God vergeeft, beschermt of Zijn genade toont, zouden ook wij willen dat iedereen onze fouten zullen excuseren en ons zullen vergeven. Daarom heeft God de gelovigen aanbevolen om anderen op dezelfde manier te behandelen als hoe zij behandeld willen worden. Die belangrijke verantwoordelijkheid moedigt de gelovigen aan om elkaar te vergeven. Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) moedigde hen in deze woorden aan: “Een persoon is het dichtst bij God, als hij diegenen vergeeft die hem heeft gekwetst, en wanneer hij iemand in zijn macht heeft.” 20
De gelovigen, die weten dat zij op elke ogenblik een fout kunnen maken, gedragen zich tolerant ten opzichte van de anderen. De Koranverzen, betreffende het berouw, maken duidelijk dat het nooit maken van fouten niet zo belangrijk is als de beslissing om het maken van die fouten nooit meer te herhalen. Eén van deze verzen zijn:

Voorwaar, Allah aanvaardt slechts het berouw van diegenen die het slechte uit onwetendheid bedrijven en vervolgens snel berouwvol zijn. Zij zijn degenen van wie Allah het berouw aanvaardt en Allah is Alwetend, Alwijs. (4:17)

In de omstandigheden, die de oprechtheid van een persoon openbaren, gedraagt de gelovige zich vergevensgezind en medelijdend tegenover de anderen. Als iemand, die fouten heeft begaan, met oprechtheid berouw toont, kunnen zij hem niet beoordelen op de fouten die diegene in het verleden heeft gemaakt. Zelfs wanneer de gelovigen totaal in hun rechten zijn en de anderen totaal ongelijk hebben, nog hebben zij geen spijt van het vergeven, omdat God dergelijke gedragingen aanbeveelt als een voorbeeld van juiste moraliteit (3:134):
(Zij zijn het) die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed, en die woede inhouden en vergevers van de mensen zijn. En Allah houdt van de weldoeners.

Wanneer het op het vergeven neerkomt, maakt de gelovige geen onderscheidt tussen grote en kleine fouten, noch passen zij hun mening op vergiffenis aan. Iemand kan een fout hebben begaan zoals het toebrengen van een erg kwaad op anderen, of groot financieel verlies, of zelfs het levensverlies. Maar toch weet de gelovige dat alles volgens de toestemming van God gebeurt, als deel van Zijn lot. Zij berusten daarom in handen van God en voelen geen persoonlijke woede.

Als iemand, beurtelings, deze regel van de Koran overtreedt en de grenzen overschrijdt die door God worden geplaatst, kan alleen God het gedrag van die persoon beoordelen. Het is niet aan de gelovige om iemand te beoordelen of om te weigeren te vergeven, in welke situatie dan ook. Een persoon die daadwerkelijk berouw toont en spijt heeft, zal slechts zijn beloning van God ontvangen. In vele verzen heeft God dat geopenbaard, afgezien van “het toekennen van anderen naast God”, Hij zal de fouten van de gelovigen vergeven die oprecht spijt hebben. Aangezien een persoon de spijt van iemand anders niet kent, vergeeft de gelovige gewoonweg op de manier waarop God het heeft geopenbaard. Als de koran iets te zeggen heeft over een bepaald onderwerp, behandelen zij de persoon die, in dit licht bezien, een fout heeft begaan.


ISLAM BEVEELT DE MENSEN
OM ZICH ZACHTAARDIG TE GEDRAGEN

God heeft een oneindige medeleven, en is vergevend, beschermend en zachtaardig tegenover de mensen. De Milde en de Genadevolle heeft alle zegen in het heelal, in de beschikking van een mens, geplaatst, welke de mens beschermd door middel van boodschappers, om de ware weg aan het licht te brengen. Hij geeft de mens de opdracht om Zijn oprechte dienaren te zijn door middel van Zijn openbaring, welke de wegwijzer is voor die weg. Onze Heer is de Halim (de Zachtmoedige), adl (de Rechtvaardige), ‘Afuw (de Schenker van vergiffenis), ‘Asim (de Grote), Barr (de Bron van Alle Goedheid), Ghafir (de Vergever), Hafiz (de Beschermer), Karim (de Edelmoedige), Latif (de Subtiele), Muhsin (de Optekenaar), Ra’uf (de Milde), Salam (de Bron Vrede), Tawwab (de Berouwaanvaardende) en Wahhab (de Gever).

De gelovigen weten dat zij in bescherming van onze Heer zijn en zijn zich bewust van Zijn oneindige Goedheid en Zachtaardigheid. Om die reden verlangen zij ernaar om een dergelijke dienaar te worden die Hem tevredenstellen en die Zijn genade en het Paradijs verdienen. Zoals wij hebben gezien, zijn de gelovigen vervuld van liefde en medeleven. Een moslim gedraagt zich zeer zachtmoedig en behandeld de anderen altijd vriendelijk. God heeft het zachtmoedige karakter van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) als voorbeeld aan alle gelovigen aangeboden (3:159):

En het was dankzij de Barmhartigheid van Allah dat jij zacht met hen was. En als je streng en hardvochtig was geweest, dan waren zij rondom jou uiteengegaan. Vergeef hen dus (hun fouten) en vraag vergeving voor hen en raadpleeg hen bij de zaak. En wanneer je dan besloten hebt, vertrouw dan op Allah. Voorwaar, Allah houdt van degenen die (op Allah) vertrouwen.

Dit vers beschrijft hoe het zachte, morele karakter van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) een positieve invloed op de mensen uitoefende, waardoor zij meer gewijd waren aan hem. De Koran beschrijft het zachte karakter van andere geliefde Profeten als voorbeeld. Een vers (11:87) verhaalt hoe zij, toen Profeet Shuayb (vrede zij met hem) naar de mensen van Midian werd gestuurd, hem vertelden, “…Voorwaar, je bent zeker zachtmoedig, verstandig.” De superieure moraliteit van Profeet Abraham (vrede zij met hem) is een ander voorbeeld voor iedereen. De koran vertelt ons dat hij gevoelig, zacht en vervuld was van liefde. De verzen betreffende deze zaak gaan als volgt:

En Ibrahim’s verzoek om vergeving voor zijn vader was slechts vanwege een belofte die hij aan hem had gedaan. Toen het hem dan duidelijk was geworden dat hij een vijand van Allah was, verbrak hij (de band) met hem. Voorwaar, Ibrahim was zeker nederig, zachtaardig. (9:114)

Voorwaar, Ibrahim is inderdaad zachtmoedig, teder, berouwvol. (11:75)

God heeft zijn gelovigen bevolen altijd op een zachtmoedige manier te gedragen, om vriendelijk te spreken, en om anderen goed te behandelen. Zijn Profeten gedroegen zich dienovereenkomstig. Bijvoorbeeld, toen Profeet Mozes (vrede zij met hem) op de punt stond naar Farao te gaan, één van de meest onderdrukkende en wrede heersers van alle tijden, nodigde God Mozes in de volgende termen uit (20:42-44):

Gaat heen jij en je broeder, met Mijn Tekenen, en veronachtzaamt niet Mij te gedenken. Gaat naar Farao: voorwaar, hij overtrad. En spreekt mild tot hem, moge hij zich laten vermanen, of er bang van worden.

De verzen zijn belangrijke herinneringen voor iedereen om zich volgens de ethiek te leven die de Koran heeft geopenbaard, en om de ethiek van de Profeten over te nemen. De koran stelt de volgende idealen voor de mensheid voor: Heb alle schepselen lief die God heeft gecreëerd; Wees aardig en vriendelijk op de beste, mogelijke manieren; geef altijd de voorkeur aan compromissen en tolerantie; spreek nooit op een strenge manier, zelfs onder de meest moeilijke omstandigheden; met tevredenheid en wil offers brengen; altijd het beste voor anderen wensen en verlangen; eigen persoonlijke wensen negeren; voor je broeder wensen wat je voor jezelf wenst; altijd snel zijn met hulp geven in nodige situaties; en het afkeuren van alle vormen van wreedheid. Dat is, zonder twijfel, precies het ethische voorbeeld waarnaar de mensheid zoekt.


ISLAM STEUNT VRIJHEID
VAN GELOOF

Islam biedt de mensen, betreffende het geloof, volledige vrijheid aan, in een zeer duidelijke taal. Dat geldt al sinds de islam voor eerst werd geopenbaard, en het vormt de basis van de huidige islamitische moraliteit. De verzen (2:256) zijn wat dat betreft volkomen duidelijk:

Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Thaghoet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.

Volgens de islam hebben de mensen de vrijheid om te kiezen welk geloof zij willen volgen, en niemand kan de anderen daartoe verplichten. Wel heeft een moslim de plicht om over de islam te informeren, en het bestaan van God te verklaren, om te verklaren dat de Koran het boek van Zijn openbaring is, dat Profeet Mohammed (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) Zijn boodschapper was, en om te praten over het Hiernamaals en de Dag des Oordeel en de islamitische ethiek. Maar toch is die plicht slechts beperkt tot het verklaren van de godsdienst alleen. In een vers (16:125) informeert God onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) dat hij slechts een boodschapper is:

Nodig uit tot de Weg van jouw Heer, met wijsheid en goed onderricht, en wissel met hen van gedachten op de beste wijze. Voorwaar, jouw Heer weet het beste wie Zijn Weg afgedwaald is en Hij weet beter wie de rechtgeleiden zijn.

Een ander vers (18:29) wordt het volgende verklaart: “…De Waarheid is van jullie Heer: dus wie wil, laat hem geloven; en wie wil, laat hem ongelovig zijn.” In vers (26:3) waarschuwt onze Heer de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), “Misschien zou je jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn.” Hij geeft ook Zijn Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) deze herinnering uit (50:45):

Wij weten het beste wat zij zeggen en gij zijt er niet om hen te dwingen. Vermaan dus met de Koran hem die Mijn bedreiging vreest.

De mensen hebben de vrijheid om op een goede of op een foute manier te kiezen. Wanneer Islam – de ware weg die God heeft geopenbaard – wordt verklaard, kunnen zij volgens hun eigen vrije wil geloven, en nemen zij dit besluit zonder ook maar te worden onderdrukt. Als zij verkeerde keuzes maken, zullen zij de consequenties in het Hiernamaals aantreffen. De koranvers (10:99) bevat wat dat betreft het duidelijkste bevel en herinnering:

En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?

Als één van de gelovige een zaak verklaart, zou een persoon op staande voet kunnen bekeren, terwijl een andere persoon een bespottende en agressieve houding zou kunnen ontlenen. Degenen die zijn geweten volgt zou kunnen beslissen zijn leven toe te wijden aan het tevredenstellen van God, zelfs wanneer een ander, die dezelfde doet zoals de ontkenners het doen, met verdorvenheid zou kunnen reageren op dezelfde soort verklaring. Maar toch zal zijn ontkenning degene die de uitnodiging uitgaf niet leiden tot het lijden of wanhoop. In de verzen (12:103-104), heeft God het volgende verklaard:

En de meeste mensen willen niet geloven zelfs als wenst gij het vurig. Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan alle werelden.

Wat belangrijk is, is dat de persoon die zich aan de Koran houdt dergelijke ethiek blijft vertonen die behaaglijk is voor God, ondanks de reacties die hij zou kunnen treffen, en weigert om een concessie daarop te doen en laat de kwestie verder over aan God. God heeft ons verteld dat Zijn godsdienst op de aangenaamste manier moet worden verklaard (29:46):

En twist met de mensen van het Boek slechts op de goede wijze; doch zegt tegen de onrechtvaardigen: “Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem onderwerpen wij ons”.

Wij moeten niet vergeten dat elke gebeurtenis, groot of klein, plaatsvindt volgens het lot dat door God is gecreëerd. Hij openbaart de ware weg aan iedereen die uitgenodigd wordt om in Hem te geloven. Om die reden voelt de gelovige geen benauwdheid bij het gedrag van hen die hem verwerpen. De koran geeft verscheidene voorbeelden. In vers 18:6 vertelt God aan onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) om niet te worden verontrust wanneer diegenen die hij uitnodigt tot het geloof weigeren dit te doen:

Misschien zult gij uit droefheid over hen sterven, omdat zij niet in deze Boodschap geloven.

Een ander vers (28:56) luidt als volgt:

Waarlijk, gij zult hen die gij wilt niet kunnen leiden, maar Allah leidt wie Hij wil; en Hij kent hen het beste die geleid willen worden.

Dat betekent dat elke uitnodiging die een persoon uitgeeft, zijn welgevallige woorden, en elke detail waarop hij ingaat slechts effect heeft door de wil van God.

De enige verantwoordelijkheid die een gelovige tot zich moet nemen is de mensen uit te nodigen tot de Koran. Hij is niet verantwoordelijk voor de weigering van de atheïsten om hun manieren te wijzigen, noch voor hoe zij de kwellingen van de hel zullen verdienen. In vers 2:119 vertelde onze Heer onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn),

Voorzeker Wij hebben u als drager van blijde tijdingen en waarschuwer gezonden met de Waarheid. En gij zult niet verantwoordelijk worden gesteld voor de bewoners der hel.

God heeft de mensen zowel het verstand als het geweten gegeven. Zijn boodschappers en goddelijke boeken die aan hen worden geopenbaard hebben de ware weg getoond, en de mensen zijn verantwoordelijk hun eigen keuze te maken. Men kan slechts door een oprechte beslissing volgens de islamitische ethiek leven – door overgave aan God en naar zijn geweten te luisteren, welke altijd iemand beveelt het goede te doen. Het is een totale schending van de islamitische ethiek om iedereen te dwingen te geloven, omdat wat van belang is, is dat een persoon met al zijn hart zich aan God overgeeft en met oprecht gelooft. Als welke systeem dan ook de mensen verplicht te geloven, dan zullen die ‘bekeerlingen’ slechts uit vrees geloven. De enige aanvaardbare manier om volgens een religie te leven is binnen een milieu dat zijn geweten volledig vrijlaat. Dit is wat God aan onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) heeft geopenbaard (88:21-26):

Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner. Gij zijt geen waker over hen. Maar hij die zich afwendt en niet gelooft, Allah zal hem straffen met de strengste straf. Voorwaar, hun terugkeer is tot Ons. Dan zullen Wij rekenschap van hen vragen.

Het is de moeite waard te benadrukken dat islam de mensen vrijlaat om hun eigen keuze te maken betreffende de godsdienst en hen beveelt om andere godsdiensten te eerbiedigen. Zelfs als iemand gelooft in wat de Koran beschrijft als bijgeloof, nog kan hij in vrede en veiligheid in moslimlanden leven en met vrijheid zijn eigen godsdienstige verplichtingen uitvoeren. In verzen 109:2-6 beval God onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) aan om aan diegenen die Hem ontkenden het volgende te zeggen:

“Ik bid niet aan, wat gij aanbidt. Noch gij bidt aan, wat ik aanbid. Noch wil ik aanbidden, wat gij aanbidt. Nogmaals gij wilt niet aanbidden wat ik aanbid. Derhalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst.”

Onder de ethiek van de islam, kan iedereen zijn verplichtingen uitvoeren in overeenstemming met zijn eigen persoonlijke geloof. Niemand kan wie dan ook verhinderen hun persoonlijke godsdienstige plichten uit te voeren, noch kan hij hen verplichten om op zijn gewenste manier te aanbidden. Dat overtreedt de ethiek van de islam, welke is onaanvaardbaar voor God. In de Islamitische maatschappij komt als voorbeeld te voorschijn dat iedereen vrij is te aanbidden en zijn verplichtingen uit te voeren volgens zijn persoonlijk geloof. De koran (22:40) beschrijft de kloosters, synagogen, en de plaatsen van vereringen van de mensen van het Boek als allen onder Gods bescherming:

Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat zij zeiden: "Onze Heer is Allah." - En indien Allah sommige mensen niet met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, afgebroken zijn. Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt - Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.
Het leven van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) is vol van dergelijke voorbeelden. Toen de Christenen hem in zijn eigen moskee zagen bidden, verliet hij voor hen de moskee om te gebruiken.21 Dergelijke tolerantie werd in stand gehouden in de tijden van de Kaliefen die de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) opvolgden. Nadat Damascus werd veroverd, werd een kerk, die omgezet werd in een moskee, in tweeën verdeeld, zodat de Christenen in de ene helft konden bidden en de Moslims in de andere.22


ISLAM BEVEELT ONS DE ONDERDRUKKING
AF TE SCHAFFEN

Moslims zouden nooit moeten zwijgen in aanwezigheid van onderdrukking die zij getuigen, of zelfs van iemand anders horen. Hun medeleven, welke uitstamt van de moraliteit uit de Koran, leidt hen tot het verzetten van alle tirannie, verdorvenheden en onderdrukkingen, om de onderdrukte te verdedigen, en om een oorlog van gedachten te voeren in hun naam. Hetzij omgang met hun vrienden of met vreemdelingen met wie zij geen belangen delen, zij gedragen zich op een dergelijke manier om dergelijke onderdrukkingen te verhinderen. Eerder grijpen zij deze kans om de genoegens van God te winnen en de ethiek van de Koran uit te voeren. Gezien het geweten van de gelovige zeer gevoelig is, laat zijn medeleven hem nooit een oogje toedoen voor de kleinste onrechtvaardigheid of wreedheid. Hij zal zijn plaatsen in de voorhoede van die ethiek nemen door elke handelingen te vermijden die oneerlijk voor anderen zouden kunnen zijn of die anderen zouden kunnen onderdrukken. Wanneer hij iemand anders op die manier ziet handelen, laat zijn geweten hem niet met rust totdat hij al het mogelijke heeft gedaan om de zaak te herstellen. Ware medeleven kent geen aanleiding tot het vergeten, het negeren of het onderschatten van onderdrukking.
De onwetendheid zal zelden optreden totdat de onderdrukking zal naderen. Dit stamt af van het negeren of het vergeten van het feit dat zij in het Hiernamaals tegenover elkaar met alle goede en slechte daden worden gebracht die zij in deze wereld treffen. Maar de gelovige die zich goed bewust is van dit feit, zal zelfs totale vreemdelingen die hij nooit heeft ontmoet met medeleven behandelen en hen van onderdrukking willen redden. Zelfs als niemand hem steunt, zal hij al zijn sterkte verzamelen om verdorvenheid te verhinderen. Hoewel de meerderheid zich verschillend kan gedragen, gaat hun gebrek aan geweten nooit over op de ware gelovigen. De Moslims weten dat zij in het Hiernamaals zullen worden geroepen om rekenschap te geven voor zij hebben gedaan voor het verhinderen van het kwaad Zij zullen zichzelf uit die situatie nooit kunnen redden met excuses als: “Ik heb het niet gezien”, of, “ik heb het niet gehoord”, of, “ik heb nooit geweten wat er aan de hand was”.
Zoals het in Koran (19:80) is geopenbaard, “En Wij zullen al hetgeen waarover hij spreekt erven en hij zal alleen tot Ons komen. De mensen zullen in aanwezigheid van God worden gebracht, aan de proef worden gesteld, en geroepen worden om rekenschap te geven van hun daden in deze wereld. Slechts degenen die de voorschriften van hun geweten hebben gevolgd zullen goed uit die ondervraging afkomen. Zij die zich goed hebben gedragen, zich hebben verzet tegen alle vormen van verdorvenheden, het kwaad hebben bestreden, en op de weg van God zijn gebleven, kunnen een verdiende beloning verwachten. God vermeldt deze kwestie in een ander vers (2:112):
Neen, wie zich volledig aan Allah onderwerpt en goede daden verricht, zal zijn beloning bij zijn Heer hebben. Vrees noch droefheid zal over hem komen.

EEN VRAAG NAAR VREDE

Het voorafgaande gedeelte nam de aanmaning van de Koran in aanmerking voor mensen om in vrede en veiligheid te leven, met de nadruk dat de islam een godsdienst van vrede is. Net zoals andere goddelijke godsdiensten stelt de islam een voorbeeldmaatschappij voor van medelevende, rijpe, gematigde, milde, vriendelijke, zachtaardige, sympathieke, loyale, begripvolle, vergevende en tolerante mensen die het gevecht en conflict vermijden. Het beveelt de gelovigen te streven om een dergelijke maatschappij te verwezenlijken.

De goddelijke boeken die vóór de Koran zijn geopenbaard kunnen een aantal vervormingen hebben ondergaan, maar bevatten nog steeds secties die met de Koran akkoord gaan. Deze boeken zijn de Thora en de Evangelies. Vandaag vormen zij de kern die ook wel de Bijbel wordt genoemd. De twee basisdelen van de Bijbel, het Oude en het Nieuwe Testament, zijn betrekkelijk gebaseerd op de Thora en de Evangelies, met inbegrip van heel veel andere boeken en brieven. Zowel het Nieuwe als het Oude Testament moedigen vrede en tolerantie aan, en belemmeren terreur en onderdrukking. In deze paragraaf zullen wij overwegen hoe de joden en de christenen van de hele wereld, gezien deze bevelen, actieS moeten ondernemen om het terrorisme te verzetten.

Het oude Testament bestaat uit 5 boeken welke de Thora bevat die aan Profeet Mozes (vrede zij met hem) werd geopenbaard, de Psalmen, en andere geschriften van Joodse Profeten en beschrijvingen van hun leven. De Joden geloven in het oude Testament. De Christenen geloven ook in het Nieuwe Testament, een toevoeging van het Oude Testament, welke uit de vier evangelies, de handelingen van de Apostelen na de dood van Jezus (vrede zij met hem), en een aantal brieven bestaat. Volgens de Koran, nochtans, werden de goddelijke boeken van de Bijbel vervormd nadat ze aan de mensen werden geopenbaard. Dat betekent dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament niet meer het onvervalste woord van God zijn. Wij zouden hen als het Boek moeten beschouwen die goddelijke elementen bevatten die overeenstemmen met de Koran, maar ook diverse menselijke fouten. Wanneer wij gebruikmaken van het Nieuwe en het Oude Testament, moeten wij daarom overwegen of hun inhoud in harmonie met de Koran is.


MEDEDELINGEN VAN HET OUDE TESTAMENT
WELKE TERREUR AFKEURT EN LIEFDE
EN VREDE AANMOEDIGT

Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt. Haat het boze, en hebt lief het goede…..(Amos 5, 14-15)

Zoals het eerder werd benadrukt, beschrijven de heilige boeken die door God zijn geopenbaard om zijn dienaren te leiden, een ideale maatschappij die vol liefde, vrede tolerantie en rechtvaardigheid is. In de Koran beschrijft God bijvoorbeeld de Thora die aan de joden als een gids is geopenbaard:

Voorwaar, Wij hebben de Thora neergezonden met daarin Leiding en Licht. De Profeten, die zich (aan Allah) overgegeven hadden, oordeelden ermee over de Joden. En de Rabbijnen en schriftgeleerden (oordeelden ook), met behulp[ van hetgeen hun van de Schrift van Allah was toevertrouwd en zij waren daar getuigen van...(5:44)

Vandaag kunnen wij een deel van de bevelen van de Thora in het oude Testament vinden, welke de mensen de opdracht geeft om het kwaad, tirannie, diefstal, corruptie, leugens, en wreedheid te vermijden; en om de juiste moraliteit te vertonen. In feite verklaart God in de Koran dat:

Hij (Allah) zei: “O Mozes, voorwaar, Ik heb jou uitverkoren boven de (andere) mensen, door middel van Mijn Boodschap aan jou en Mijn Woord. Neem dan wat Ik aan jou heb gegeven (de Thora) en behoor tot de dankbaren.” En Wij schreven hem voor in Tafelen over alle zaken, als een vermaning en als een uiteenzetting over alle zaken (en Wij zeiden:) “Grijpt dit stevig vast en beveel jouw volk dat zij zich er op de beste manier een houden. Ik zal jullie woonplaatsen van de zwaar zondigen tonen.”


ALLE VORMEN VAN GEWELD
EN ONDERDRUKKING ZIJN VERBODEN

Het oude testament beschrijft in aanzienlijke details het lot dat op hen wacht die het kwade begaan en het willen uitspreiden, en waarschuwt de mensen voor het ondergaan van die weg. Woedend worden en anderen kwaad doen, proberen om hen van de ware weg te houden, bloed storten en ruzie maken zijn allen beschreven als vormen van gedrag dat onaangenaam is voor God, welke Hij heeft verboden. Hij veroordeelt al degenen wie de weg van het kwaad en onderdrukking ondergaan, met als openbaring dat zulke mensen nooit gered zullen worden. Sommige verslagen van het Oude Testament benadrukken dit:

Simeon en Levi zijn gebroeders! Hun handelingen zijn werktuigen van geweld! Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt. Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig; en hun verbolgenheid, want zij is hard! ik zal hen verdelen onder Jakob, en zal hen verstrooien onder Israel. (Genesis 49, 5-7)

Doch de goddelozen zijn als een voortgedreven zee, want die kan niet rusten, en haar wateren werpen slijk en modder op. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede. (Jesaja 57, 20-21)

Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israels! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is; Maar vloeken en liegen, en doodslaan, en stelen, en overspel doen; zij breken door, en bloedschulden raken aan bloedschulden. Daarom zal het land treuren, en een iegelijk, die daarin woont, kwelen, met het gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels; ja, ook de vissen der zee zullen weggeraapt worden. Doch niemand twiste noch bestraffe iemand; want uw volk is als die met den priester twisten. (Hosea 4, 1-4)

Gilead is een stad van werkers der ongerechtigheid; zij is betreden van bloed. Gelijk de benden der straatschenders op iemand wachten, alzo is het gezelschap der priesteren; zij moorden op den weg naar Sichem, waarlijk, zij doen schandelijke daden. (Hosea 6, 8-9)

Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees. De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon. Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt. De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen. Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen. (Spreuken 11, 17-21)

Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur. Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend. Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is. Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad. De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden. De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt. (Spreuken 16, 27-32)

De HEERE is ver van de goddelozen… (Spreuken 15, 29)

Het Oude Testament beschrijft op een aanzienlijk detail de daden van de mensen die kwaad deden en zich tiranniek gedroegen, en maakt duidelijk dat de goddelozen hun verdiende loon zullen krijgen. Maar het verklaart ook dat degenen die berouwen als goed zullen worden aanvaard, als zij zich houden aan de goddienst van God:

Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven. Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven. Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht? Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven. Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden; Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven. Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht? Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden. Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft. (Ezechiël 18, 21-32)

Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed. Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart. (Jeremia 18, 11-12)

Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE. (Zacharia 1, 4)


HET IS VERBODEN OM ANDEREN
KWAAD TE DOEN

Vele bevelen van het Oude Testament belemmeren het doen van kwade, het doden, beslissingen zonder rechtvaardigheid en oneerlijke gedragingen.

Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uw naasten huis; gij zult niet begeren uw naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uw naasten is. (Exodus 20, 13-17)

Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten. Gij zult niet wandelen als een achterklapper onder uw volken; gij zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben de HEERE! Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstiglijk berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen. Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE! (Leviticus 19, 15-18)

Opdat het bloed des onschuldigen niet vergoten worde in het midden van uw land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft, en bloedschulden op u zouden zijn. (Deuterononium 19, 10)

Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt. Wanneer gij zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal den mens vergelden naar zijn werk. (Spreuken 24, 11-12)

Hij heeft u het Boek met de waarheid nedergezonden, vervullende, hetgeen er aan voorafgaat en Hij zond voordien de Torah en het Evangelie als leiding voor het volk en Hij heeft het Verschil geopenbaard.
4. Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.


WEES GOED VOOR ANDEREN

Het Oude Testament bevat een aantal verklaringen, welke broederschap en liefde, opoffering en nederigheid beveelt. Net zoals de moslims, zijn de joden en de christenen bevolen om anderen goed te behandelen, om goede daden te verrichten, om nooit van het rechte pad af te wijken, en om zachtaardig, verdraagzaam en vergevend te zijn. Sommige voorbeelden omvatten:

Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden. (Hosea 10, 12-13)

Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt. Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken. Want Ik weet, dat uw overtredingen menigvuldig, en uw zonden machtig vele zijn; zij benauwen den rechtvaardige, nemen zoengeld, en verstoten de nooddruftigen in de poort. Daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn. Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt. Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn. (Amos 5, 10-15)


DE MENSEN WORDEN UITGENODIGD
OM GOED TE LEIDEN

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God? (Micha 6, 8)

Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela. Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme. Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand. (Psalmen 82, 2-4)

De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen. Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood. De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid. De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid. (Spreuken 11, 3-6)

De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid. (Spreuken 11, 23)

Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen. (Spreuken 11, 27)

De weg der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar dien, die de gerechtigheid najaagt, zal Hij liefhebben. (Spreuken 15, 9)

Door goedertierenheid en trouw wordt de misdaad verzoend; en door de vreze des HEEREN wijkt men af van het kwade. Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen. Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht. (Spreuken 16, 6-8)

De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart. (Spreuken 16, 17)

Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn. Want hun hart bedenkt verwoesting, en hun lippen spreken moeite. (Spreuken 24, 1-2)

Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet. Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen. Verblijd u niet als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen; Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere. Ontsteek u niet over de boosdoeners; zijt niet nijdig over de goddelozen. Want de kwade zal geen beloning hebben, de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden. (Spreuken 24, 15-20)


DE MENS WORDT BEVOLEN OM AAN
DE KANT VAN VREDE TE STAAN

Net zoals de moslims, worden de joden en de christenen bevolen oorlog te vermijden en om in het bijzonder vrede te stichten. Het boek Hristiyan Ahlaki (De Christelijke moraliteit) beschrijft het soort gedrag dat een Christen zou moeten tonen, volgens het Oude en het Nieuwe Testament, en sommen deze situatie in deze termen op:
“In het Heilige Boek wordt de strijd met de bedoeling van zelfverdediging vermeld”.23 Het is verboden om bij de non-combattanten schade te veroorzaken, zoals kinderen in het geval van oorlog.

Het geschiedde nu, als het koninkrijk in zijn hand versterkt was, dat hij zijn knechten sloeg, die den koning, zijn vader, geslagen hadden, Doch de kinderen der doodslagers doodde hij niet; gelijk geschreven is in het wetboek van Mozes, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen voor de kinderen niet gedood worden, en de kinderen zullen voor de vaders niet gedood worden; maar een ieder zal om zijn zonde gedood worden. (2 Koningen 14, 5-6)


WANNEER VOLGENS HET OUDE TESTAMENT
DE ETHIEK VAN DE GODSDIENST HEERST

Op dezelfde manier als de Islam, stellen het jodendom en het christendom de maatschappij een voorbeeldig model voor. Met hun sterk geloof, juiste moraliteit en nauwgezette trouw aan Zijn verzen, zijn de boodschappers, die God als gidsen naar de Mensheid heeft gestuurd, de meest uitstekende voorbeelden. Om deze reden is het voor de gelovigen belangrijk te proberen de ethiek van de Profeten over te nemen, en op dezelfde wijze te leven. Als de eigenschappen van de juiste ethiek van de godsdienst over de mensheid kan uitspreiden, zal de nauwsluitende overeenkomst vertonen met de hemel. In dergelijke maatschappij zullen de nachtmerries van anarchie en terreur verdwijnen. Zich nauwgezet houden aan de bevelen van God, degenen die Hem vrezen en in Hem geloven, zullen gretig alle vormen van verdorvenheden en ellende vermijden. De wereld zal vervuld worden van vrede en tolerantie, gematigde en verstandige mensen. Het Oude Testament beschrijft met een aantal voorbeelden de levensstijl, zodra de ethiek van godsdienst heerst:

En het recht zal in de woestijn wonen, en de gerechtigheid zal op het vruchtbare veld verblijven. En het werk der gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid. En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen. (Jesaja 32, 16-18)

De woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen, en zal bloeien als een roos. Zij zal lustig bloeien, en zich verheugen, ja, met verheuging, en juichen; de heerlijkheid van Libanon is haar gegeven, het sieraard van Karmel en Saron; zij zullen zien de heerlijkheid des HEEREN, het sieraad onzes Gods. Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieen vast. Zegt den onbedachtzamen van harte: Weest sterk, en vreest niet; ziet, ulieder God zal ter wrake komen met de vergelding Gods. Hij zal komen en ulieden verlossen. Als Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis. dan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden. (Jesaja 35, 1-6)

Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie; Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. ( Jesaja 33, 15-16)

……dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen. Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid; En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag. ( Jesaja 58, 6-10)


DE AANBEVELINGEN VAN HET NIEUWE
TESTAMENT VOOR EEN WERELD VAN LIEFDE EN

“…Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven”. (Matthëus 22, 37-39)

De Christelijke Nieuwe Testament bevat ook vele secties die kwaad en onderdrukking verbieden. De mensen worden uitgenodigd om op elk moment vergevend, vreedzaam, verdraagzaam en compromitterend te zijn. Om deze redenen, verwacht het christendom dat de mensen verstandig en vriendelijk zijn, en zich onthouden van het conflict. De christenen die zich houden aan de bevelen die door Profeet Jezus (vrede zij met hem) zijn geopenbaard en zijn moraliteit tot zich nemen zijn als volgt beschreven in de Koran (57:27):

Dan deden Wij Onze boodschappers in hun voetsporen treden en Wij deden Jezus, de zoon van Maria, opvolgen en Wij gaven hem het Evangelie. En Wij legden zachtmoedigheid en barmhartigheid in het hart zijner volgelingen….

In een ander vers (5:82), verklaart God: “… En gij zult degenen die zeggen: "Wij zijn Christenen" het vriendschappelijkst vinden jegens de gelovigen. Dit is, wijl er onder hen geleerden en monniken zijn en wijl zij niet trots zijn”, en prijst Hij de christenen die zich overgeven aan God met een oprecht hart.

Deze positieve ethiek van de Christenen is gebaseerd op de bevelen van de Bijbel. Zij worden bevolen om op een ondeugdzame handeling met een deugdzame daad te reageren, om onvoorwaardelijk van hun medemensen te houden en om op dezelfde manier de behoeftigen te helpen. In feite gebruikt het Nieuwe Testament een speciaal woord voor de “onvoorwaardelijke liefde” die de gelovigen voor Onze God en de gelovige hebben. Een werk dat het christendom behandelt beschrijft de situatie in deze termen:

Het woord ‘ten hoogste verbaasd” wordt 116 keer gebruikt in 105 verzen in het Nieuwe Testament. Het is een zeer hoge vorm van liefde. Ten hoogste verbaasde Onderneming betekent eenvoudigweg “Ondernemingen van de Liefde”. Onze geestelijkheid bereikt diegenen die het nodig hebben en niets te vergelden hebben.24
Een aantal uitreksels van het Nieuwe Testament bevelen de mensen om het kwaad en bloedvergieten te vermijden en moedigt hen aan om de juiste ethiek te tonen.


ONVERWAARDELIJKE LIEFDE
EN MEDELEVEN

“Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt”.(Johannes 13, 34)

De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan. Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande. Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere. Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed. Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid. Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet. (Romeinen 12, 9-14)

Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven. De liefde doet den naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet. (Romeinen 13, 8-10)

En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u; (1 Thessalonicensen 3, 12)

En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen? En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. (Markus 12, 28-33)
Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart; (1 Petrus 1, 22)

En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk; Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beerven. Want wie het leven wil liefhebben, en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen, dat zij geen bedrog spreken; (1 Petrus 3, 8-10)

Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken. Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren. Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods. (1 Petrus 4, 8-10)


HET LIEFHEBBEN VAN UW VIJAND

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; (Matthëus 5, 43-44)

Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten. Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen. Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen. Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks. En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben. En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde. En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen. Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen. (Lukas 6, 27-35)


EEN JUISTE MORALITEIT

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien. Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. ( Matthëus 5, 7-9)

En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden. (Lukas 6, 37-38)

En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet? Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is. (Lukas 6, 41-42)
Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo. En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid. (Kolossensen 3, 12-14)

Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; (Filippensen 4, 8)

Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade. Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden. Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Reinigt de handen, gij zondaars, en zuivert de harten, gij dubbelhartigen! Gedraagt u als ellendigen, en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren, en uw blijdschap in bedroefdheid. Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen. Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter. Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter. (Jakobus 4, 6-12)


HET HELPEN VAN DE BEHOEFTIGE
EN HET DOEN VAN GOEDE AKTEN

Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt; Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen. De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond. (Lukas 6, 43-45)

En gij, broeders, vertraagt niet in goed te doen. Maar indien iemand ons woord, door deze brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde; En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder. (2 Thessalonicensen 3, 13-15)
En de scharen vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen? En hij, antwoordende, zeide tot hen: Die twee rokken heeft, dele hem mede, die geen heeft; en die spijze heeft, doe desgelijks. En er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden, en zeiden tot hem: Meester! wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Eist niet meer, dan hetgeen u gezet is. En hem vraagden ook de krijgslieden, zeggende: En wij, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand overlast, en ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uw bezoldigingen. (Lukas 3, 10-14)

Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen, en gedenken aan de woorden van den Heere Jezus, dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen. (Handelingen 20, 35)

Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren; Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid. (Romeinen 12, 7-8)

Het is de wil van God, dat u door uw goed gedrag de onwetendheid van onverstandige mensen tot zwijgen brengt. Leef als vrije mensen, maar maak als dienstknechten van God van de vrijheid geen voorwendsel voor de ondeugd. Bewijs eer aan alle mensen, heb uw broeders lief, wees vol ontzag voor God, eer de keizer. (1 Petrus 2, 15-17)

Want wie het leven liefheeft en gelukkige dagen wil genieten, moet zijn tong weerhouden van het kwade en zijn lippen van het spreken van bedrog. Hij moet het kwade mijden en het goede doen, vrede zoeken en die nastreven. Want de ogen van de Heer zijn gericht op de rechtvaardigen en zijn oren op hun smeken. Maar zijn gelaat keert zich tegen hen die kwaad doen. (1 Petrus 3, 10-12)


HET KWAAD VERMIJDEN EN HET PLEITEN
VOOR VREDE

Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies uit voort? Toch alleen uit uw eigen hartstochten, die u niet met rust laten? U begeert wat u niet hebt. U moordt en u zet uw zinnen op wat u niet kunt krijgen. Dan gaat u vechten en strijden. U hebt niets, omdat u niet bidt. En als u bidt, krijgt u niets, omdat u verkeerd bidt, met de bedoeling namelijk om wat u krijgt, uit te geven voor uw eigen hartstochten.

Trouwelozen, weet u niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent? Wie met de wereld bevriend wil zijn, maakt zich tot vijand van God. (Jakobus 4, 1-4)

Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. (Matthëus 5, 9)

Leef, voorzover het in uw macht ligt, met alle mensen in vrede. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat dat over aan Gods toorn; er staat immers geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden, zegt de Heer. Als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten. Als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Zo immers stapelt u vurige kolen op zijn hoofd. (Romeinen 12, 18-20)

Kijk goed uit! Als je broeder zondigt, wijs hem dan terecht, en als hij zich bekeert, vergeef hem dan. (Lukas 17, 3)