Elk detail in dit heelal wijst op een superieure schepping. Daarentegen, is het materialisme, welke als doel heeft om het feit van de schepping te ontkennen, niets dan een onwetenschappelijke denkfout.
Zodra het materialisme ongeldig wordt gemaakt, worden alle andere theorieën die op deze filosofie worden gebaseerd ongegrond gemaakt. Belangrijkste van hen is het Darwinisme, namelijk de evolutietheorie. Deze theorie, welke redeneert dat het leven uit levenloze materie door toeval voortkwam, is omvergeworpen door de erkenning dat Allah het heelal creëerde. De Amerikaanse Astrofysicus Hugh Ross verklaart dit als volgt:
Atheïsme, Darwinisme, en vrijwel alle “isms” die van de achttiende tot de twintigste eeuw filosofieën afkomstig zijn, worden gebouwd op de veronderstelling, de onjuiste veronderstelling, dat het heelal oneindig is. De enkelvoudigheid heeft ons tegenover de oorzaak gebracht buiten/achter/vóór het heelal en alles dat het bevat, met inbegrip van het leven zelf. 64
Het is Allah Die het heelal creëerde en Die het tot het kleinste detail heeft ontworpen. Daarom is het onmogelijk dat de evolutietheorie, welke stelt dat levende dingen producten zijn van toeval, feitelijk is. Wanneer wij de evolutietheorie bekijken, dan zien wij onverbaasd dat deze theorie door wetenschappelijke theorieën in de kaak worden gesteld. Het ontwerp in het leven is uiterst complex en merkwaardig. In de levenloze wereld, bijvoorbeeld, kunnen wij onderzoeken hoe gevoelig de balansen zijn waarop de atomen gebaseerd zijn, en verder kunnen wij, in de levende wereld, waarnemen in welke complexe ontwerpen deze atomen werden samengebracht, en hoe buitengewoon de werkingen en de structuren zoals proteïnen, enzymen, en cellen zijn, die met hen zijn vervaardigd.
Dit buitengewone ontwerp in het leven maakte het Darwinisme aan het eind van de 20ste eeuw ongeldig.
Wij hebben dit onderwerp zeer gedetailleerd in sommige van onze andere werken behandeld, en zullen dit blijven doen. Nochtans, wij denken dat, gezien zijn belang, het nuttig zal zijn om hier eveneens een korte samenvatting van te maken.
DE WETENSCHAPPELIJKE INSTORTING
VAN HET DARWINISME
Hoewel dit dogma in het oude Griekenland werd bedacht, werd de evolutietheorie in de 19de eeuw op grote schaal ver ontwikkeld. De belangrijkste ontwikkeling die de theorie tot het grootste onderwerp van de wereld van de wetenschap maakte, was het boek van Charles Darwin met de titel The Origin of Species (vert. Het Ontstaan der Soorten) dat in 1859 werd gepubliceerd. In dit boek ontkende Darwin dat Allah verschillende levende soorten afzonderlijk heeft gecreëerd. Volgend Darwin hadden alle levende wezens een gemeenschappelijke voorouder en zullen ze zich in de loop van de tijd onderscheidden door kleine veranderingen. De theorie van Darwin was niet op een wetenschappelijke ontdekking gebaseerd; alhoewel hij die theorie aanvaardde, was het enkel een “veronderstelling”. Bovendien, zoals Darwin in het lange hoofdstuk van zijn boek met de titel: “moeilijkheden van de theorie” bekende, schiet de theorie te kort tegenover vele kritieke vragen.
Darwin investeerde al zijn hoop in nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, met de hoop de “moeilijkheden van de theorie” op te lossen. Hoe dan ook, tegen zijn verwachtingen in, breidden de wetenschappelijke bevindingen de grootte van deze moeilijkheden uit.
De nederlaag van het Darwinisme tegen de wetenschap kan onder drie basisonderwerpen worden herzien:
1. de theorie kan in geen geval verklaren hoe het leven op aarde voortkwam
2. er zijn geen wetenschappelijke vindingen die aantonen dat de “evolutionistische mechanismen” die door de theorie wordt voorgesteld ook maar de minste kracht hebben om zich te ontwikkelen
3. het fossielenarchief bewijst volledig het tegendeel van de voorstellen van de evolutietheorie.
In dit hoofdstuk zullen wij deze drie basispunten in algemene hoofdlijnen bekijken.
DE EERSTE ONOVERKOMELIJKE STAP:
DE OORSPRONG VAN HET LEVEN
De evolutietheorie draagt aan dat alle levende soorten van één enkele levende cel evolueerden die op de primitieve aarde 3,8 miljard jaar geleden te voorschijn kwam. Hoe één enkele cel miljoenen complexe levende soorten kon produceren en, als een dergelijke evolutie werkelijk voorkwam, waarom de sporen daarvan niet in het fossielenarchief waargenomen kunnen worden zijn enkele vragen die de theorie niet kan beantwoorden. Nochtans, moet het vooral vanaf de eerste stap van het zogenaamde evolutionistische proces worden onderzocht: Hoe kwam deze “eerste cel” voort?
Aangezien de evolutietheorie de schepping ontkent en geen enige soort van bovennatuurlijke tussenkomst aanneemt, beweert het dat de “eerste cel” toevallig binnen de natuurwetten voortkwam, zonder enig ontwerp, plan of regeling. Volgens de theorie moet de levenloze materie als resultaat van toeval een levende cel geproduceerd hebben. Dit is nochtans een bewering die onbestaanbaar is met zelfs de onaantastbaarste regels van de biologie.
“HET LEVEN KOMT UIT HET LEVEN”
In zijn boek verwees Darwin nooit naar de oorsprong van het leven. Het primitieve begrip van de wetenschap in zijn tijd rustte op de veronderstelling dat levende wezens een zeer eenvoudige structuur hadden. Sinds de middeleeuwse tijden, werd de spontante generatie, de theorie die beweerd dat niet-levende materies bij elkaar kwamen om levende organismen te vormen, in brede kringen geaccepteerd. Zo geloofde men bijvoorbeeld dat kikkers zijn voortgekomen uit modder, en muizen uit graan en ongedierte uit afval. Interessante experimenten werden uitgevoerd om deze theorie te bewijzen. Men plaatste wat graan op wat vodden met de verwachting dat er muizen zouden ontstaan. Dat er wormen op vlees kunnen ontstaan, werd eveneens gezien als een bewijs dat levende dingen kunnen voortkomen uit niet-levende dingen. Later begreep men echter dat de wormen niet spontaan ontstonden, maar voortkwamen uit onzichtbare larven die vliegen met zich mee hadden gedragen. Zelfs tijdens de periode toen Darwin The Origin of Species schreef, werd de overtuiging, dat bacteriën van niet-levende materie konden ontstaan, wereldwijd goedgekeurd in de wereld van de wetenschap.
Nochtans, vijf jaar na de publicatie van het boek van Darwin, kondigde Louis Pasteur zijn resultaten aan na lange studies en experimenten, welke de spontane generatie weerlegde, de hoeksteen van de theorie van Darwin. In zijn triomfantelijke lezing in Sorbonne in 1864, zei de Pasteur, “nooit zal het dogma van de spontane generatie zich kunnen herstellen van de verschrikkelijke slag die door dit eenvoudige experiment werd getroffen”65
De verdedigers van de evolutietheorie verzetten zich voor een lange tijd tegen de bevindingen van de Pasteur. Nochtans, aangezien de ontwikkeling van de wetenschap de complexe structuur van de cel van een levend wezen ontrafelde, kwam het idee, dat het leven bij toeval is ontstaan, tegenover een nog grotere impasse te staan.
ONOVERTUIGENDE INSPANNINGEN
IN DE TWINTIGSTE EEUW
De eerste evolutionist die het onderwerp, de oorsprong van het leven, opnam was de bekende Russische bioloog Alexander Oparin. Met diverse stellingen die hij in de jaren ’30 gevorderd had, probeerde hij te bewijzen dat de cel van een levend wezen uit toeval kon voortkomen. Deze bestuderingen werden, nochtans, ten ondergang tot mislukking gedoemd, en Oparin moest de volgende bekentenis maken: “Jammergenoeg, nochtans, is het probleem van de oorsprong van de cel misschien het duisterste punt in de gehele studie van de evolutie van de organismen”.66
Evolutionistische aanhangers van Oparin probeerden het probleem van de oorsprong van het leven op te lossen. Het best bekende experiment werd uitgevoerd door de Amerikaanse chemicus Stanley Miller in 1953. Het doel van Stanley miller was om een experimentele ontdekking naar voren te brengen die aantoonde, dat aminozuren, de bouwstenen van proteine, door het toeval in de levenloze aarde van biljoenen jaren geleden konden onstaan. In dit gasmengsel bestond ammonia, methaan, waterstof en waterdamp. Omdat deze gassen onder natuurlijke omstandigheden niet met elkaar reageren, voegde hij energie aan het milieu toe om een reactie te beginnen. Omdat hij aannam dat deze energie van de bliksem kon komen in het milieu van de oersoep, gebruikte hij een kunstmatige elektrische ontlader om de energie toe te voegen.
Nauwelijks een paar jaar was voorbijgegaan en het werd bekend dat dit experiment, welke toen als de belangrijke stap in de naam van de evolutie werd voorgesteld, ongeldig was, aangezien de atmosfeer die in het experiment werd gebruikt zeer verschillend was van de omstandigheden van de aardse oersoep.67
Na een lange periode van stilte bekende Miller zelf, dat de atmosfeer van de omgeving die hij in zijn experiment gebruikte, niet realistsch was.68
De inspanningen van alle evolutionisten gedurende de twintigste eeuw om de oorsprong van het leven te verklaren beeindigde met een mislukking. De volgende uitspraak van de geochemist Jeffrey Bada van San Diego Scripps Institute aanvaard deze feit in een artikel die in 1998 in de tijdschrift Earth is gepubliceerd:
Terwijl wij de twintigste eeuw verlaten, hebben we nu nog steeds het grootste onopgeloste probleem dat wij sinds het begin van de twinstigste eeuw hadden, namelijk: Hoe is het leven op aarde ontstaan?69
DE COMPLEXE STRUCTUUR
VAN HET LEVEN
De voornaamste reden dat de evolutietheorie in een dergelijke grote impasse beeindigde, betreffende de oorsprong van het leven, is dat zelfs die levende organismen, waarvan geacht wordt dat zij het eenvoudigst zijn, ongelooflijke complexe structuren hebben. De cel van een levende ding is complexer dan elk van onze kunstmatige technologische producten. Nu, zelfs in de meest ontwikkelde laboratoria van de wereld, kan een levende cel niet worden geproduceerd door organische chemische producten bijeen te brengen.
De voorwaarden die voor de vorming van een cel worden vereist, zijn te groot in hoeveelheid om door toeval weggeredeneerd te worden. De waarschijnlijkheid dat een proteine, de bouwstenen van de cel, door toeval gevormd is, is 1 tegen 10950 voor een gemiddelde proteine die uit 500 aminozuren wordt samengesteld. In de wiskunde wordt een kans die kleiner is dan 1 tegen 10 tot de 50ste statistisch als nul beschouwd. Een waarschijnlijkheid van 1 tegen 10 tot de 950 gaat ver over deze grens heen. Het is dus in praktsiche termen beschouwd als onwaarschijnlijkheid.
De molecule van de DNA, welke in de kern van een cel wordt gevestigd en welke genetische informatie opslaat, is een ongelooflijke databank. Als we de informatie moesten opschrijven die in het DNA gecodeerd is, dan zouden we een blibliotheek moeten samenstellen van 900 delen van een encyclopedie van ieder 500 pagina’s.
Een zeer interessant dilemma komt op dit punt tevoorschijn: terwijl het DNA zich alleen kan vermenigvuldigen met de hulp van een paar enzymen die eigenlijk proteine zijn, kan de vorming van deze enzymen alleen maar gerealiseerd worden door de informatie die op het DNA is opgslagen. Aangezien beide van elkaar afhankelijk zijn, moeten zij tegelijkertijd vóór de replicatie bestaan, of één van hen moet ‘geschapen’ zijn voor de ander. Dit brengt het scenario, dat het leven zichzelf voortbreng, op het dode het punt. Prof Leslie E. Orgel, een bekend evolutionist van de Universteit van San Diego, California, bekent dit feit in het tijdschrift “Scientific American”,:
Het is hoogst onwaarschijnlijk, dat proteinen en nucleinezuren, die beide een ingewikkelde structuur hebben, spontaan tegerlijkertijd op dezelfde plaats verschenen. Maar het is ook onmogelijk om het één zonder het andere te hebben. En zo zou men op het eerst gezich kunnen zeggen dat het leven eigenlijk nooit door chemische methoden tot stand zou kunnen zijn gekomen. (Leslie E. Orgel, “The origin of life on earth”, Scientific American, vol. 271, October 1994, p. 78.) 70
Geen twijfel dat als het onmogelijk is dat het leven uit natuurlijk oorzaken is voortgekomen, men moet aanvaarden dat het leven op een buitengewone manier werd “gecreerd”. Dit feit maakt uitdrukkelijk de evolutietheorie ongeldig, wiens hoofddoel het ontkennen van de schepping is.
HET DENKBEELDIGE MECHANISME
VAN DE EVOLUTIE
Het tweede belangrijke punt dat Darwins theorie ontkent is dat beide concepten die door de theorie als “evolutionistische mechanismen” naar voren worden gebracht, in werkelijkheid geen evolutionistische macht hebben.
Darwin baseerde zijn evolutionistische bewering geheel op het mechanisme van de “natuurlijke selectie”. De naam die hij aan zijn boek gaf, wijst erop dat de natuurlijke selectie de basis was van zijn theorie: De oorsprong der soorten door middel van de natuurlijke selectie…
De natuurlijke selectie houdt in dat levende wezens die het meest aan de natuurlijke omstandigheden van hun woongebied aangepast zijn, het best zullen overleven door het hebben van nageslacht dat zal overleven, terwijl degenen die niet aangepast zijn, zullen verdwijnen. Bijvoorbeeld, in een kudde herten zorgt de dreiging van roofdieren ervoor dat de snelste renners zullen overleven. Dat is waar. Maar ongeacht hoe lang dit proces zich zal voortzetten, het zal die herten niet in een ander levend soort veranderen, bijvoorbeeld, paarden. De herten zullen altijd herten blijven.
Daarom heeft het mechanisme van de natuurlijke selectie geen evolutionistische macht. Darwin was zich ook bewust van dit feit en moest dit in zijn boek Het ontstaan der soorten verklaren:
Natuurlijke selectie kan niets doen totdat gunstige individuelen onderscheiden of veranderingen plaatsvinden.71
HET EFFECT VAN LAMARCK
Dus hoe konden deze “nuttige variaties” zich voordoen? Darwin probeerde deze vraag vanuit de standpunt van het primitieve begrip van de wetenschap in die tijd te beantwoorden. Volgens de Franse bioloog Chevalier de Lamarck (1744-1829), die vóór Darwin leefde, passen levende wezens hun onderscheidende eigenschappen aan die zij gedurende hun leven verkregen hebben van de ene generatie tot de andere, en zullen zij zodoende evolueren. Hij beweerde dat deze eigenschappen, welke van generatie naar genaratie accumuleerde, zich vormen tot nieuwe soorten. Bijvoorbeeld, beweerde hij dat giraffen uit antiloopachtige dieren zijn geevolueerd door hun nekken generatie naar generatie uit te steken zodat zij bij steeds hogere takken konden komen om voedsel te pakken.
Darwin gaf ook gelijkaardige voorbeelden. In zijn boek “Het ontstaan der soorten”, bijvoorbeeld, zei hij:
Ik zie geen probleem in een soort beer die door natuurlijke selectie steeds meer in het water komt, met grotere en grotere monden, tot er een wezen gevormd was dat zo monsterachtig als een walvis was.72
Nochtans, vernietigde de wetten van de overerving die door Gregor Mendel zijn ontdekt en die door de wetenschap van de genetica zijn geverifieerd en in de 20ste eeuw is gebloeid, het sprookje dat de verworven eigenschappen werden doorgegeven. Dus raakte de natuurlijke selectie in ongunst als evolutionistische mechanisme.
NEO-DARWINSME EN MUTATIES
Om een oplossing te vinden, hebben de darwinisten aan het einde van de jaren dertig de ‘Moderne synthetische evolutietheorie’ geavanceerd, of zoals het algemener bekend is, het ‘neodarwinisme’. Het Neo-Darwinisme heeft de mutaties samengesteld, die worden omschreven als verbrekingen of veranderingen die in de DNA-molecule plaatsvinden. Deze verbrekingen of veranderingen zijn het resultaat van externe effecten, zoals straling of chemische handelingen, als oorzaak van ‘gunstige veranderingen’ bij willekeurige mutatie.
Het model dat nu opkomt voor de evolutie in de wereld is het Neo-Darwinisme. De theorie beweert dat miljoenen levende wezens zich vormden als resultaat van een proces waarin talrijke complexe organen van deze organismen (e.g., oren, ogen, longen en vleugels) “mutaties” ondergingen, namelijk genetische wanorde. Maar toch is er een openlijke wetenschappelijke feit dat deze theorie totaal aantast: de mutaties brengen de levende wezens zich niet ertoe om te ontwikkelen; integendeel, ze zijn altijd schadelijk.
De reden voor dit feit is zeer eenvoudig: het DNA heeft een zeer complexe structuur en willekeurige effecten kunnen deze stuctuur enkel schade toebrengen. De Amerikaanse geneticus B.G. Ranganathan zegt:
Ten eerste zijn de echte mutaties zeer ongewoon in de natuur. Ten tweede zijn de meeste mutaties schadelijk, aangezien zij willekeurig zijn, eerder dan ordelijke veranderingen in de structuur van de genen; elke willekeurige verandering in een hoogst ordelijke systeem zal een verslechtering zijn, niet een verbetering. Bijvoorbeeld, als een aardbeving een hoogst ordelijke structuur zoals een gebouw moest schudden, dan zou er een willekeurige verandering in het raam van het gebouw zijn dat, meer dan waarschijnlijk, geen verbetering zou zijn.73
Zoals men verwacht, is er geen mutatie voorbeeld tot dusver waargenomen, die gunstig is, namelijk welke in acht wordt genomen om de genetische code te ontwikkelen. Alle mutaties bleken schadelijk te zijn. Men begreep dat mutatie, welke als de “evolutionistische mechanisme” wordt voorgesteld, eigenlijk een genetische gebeurtenis is dat levende dingen berokken en hen tot een invalide maakt. (het meest gemeenschappelijke effect van de mutaties op mensen is kanker.) Natuurlijk, kan een vernietigend mechanisme niet een “evolutionistische mechanisme” zijn. “Natuurlijke selectie”, aan de andere kant, “kan bij zichzelf niets doen”, zoals Darwin ook accepteerde. Dit feit toont ons aan dat er geen “evolutionistische mechanisme” in de natuur bestaat. Aangezien er geen “evolutionistische mechanisme” bestaat, kan een dergelijk proces zoals de “evolutie” niet plaatsgevonden hebben.
HET FOSSIELENARCHIEF:
GEEN TEKEN VAN TUSSENVORMEN
Het duidelijkste bewijsmateriaal van dat het scenario, dat door de evolutietheorie wordt voorgsteld, niet plaatsvond is het fossielenarchief.
Het duidelijkste bewijsmateriaal van dat het scenario, dat door de evolutietheorie wordt voorgsteld, niet plaatsvond is het fossielenarchief.
Volgens deze evolutietheorie stamt iedere levende soort van een voorouder af. De soorten die voorheen bestonden zijn in de loop der tijden veranderd en dusdanig zijn alle soorten ontstaan. Volgens de theorie verliep dit proces geleidelijk, gedurende miljoenen jaren.
Als dit het geval was, dan zouden er ontelbare soorten bestaan moeten hebben die een overgang kenmerken en die lang in deze overgangsperiode geleefd zouden moeten hebben.
Bijvoorbeeld, er zouden in het verleden sommige half-vis/half-reptielen geleefd hebben, die bepaalde trekken van reptielen gehad moeten hebben naast die van de vis die ze reeds hadden. Of er zouden sommige reptiel-vogels bestaan moeten hebben, die wat trekken van een vogel moesten krijgen naast de eigenschappen van de reptielen die ze al hadden. Evolutionisten verwijzen naar deze denkbeeldige wezen, waarvan ze geloven dat die in het verleden geleefd hebben als ‘overgangsvomen’.
Als dergelijke dieren echt bestaan hebben, dan zouden daar miljoenen of zelfs miljarden van moeten zijn, in aantal en in varieteit. En wat nog belangrijker is, is dat de overblijfselen van deze dieren in het fossielenarchief aanwezig zouden moeten zijn. Het aantal van deze overgangsvormen zou zelfs groter moeten zijn dan het aantal dierlijke soorten van tegenwoordig en hun overblijfselen zouden over de hele wereld gevonden moeten worden. In ‘Het onstaan der soorten’, legt Darwin het volgende uit:
Als mijn theorie waar is, zouden ontelbare tussenvormen die nauw verbonden zijn aan de soorten van dezelfde groep zeker hebben moeten bestaan… Daarom zou bewijs van hun vroegere bestaan onder overblijfselen van de fossielen gevonden moeten worden.74
DARWINS HOOP VERBRIJZELDE
Hoewel de evolutionisten zware inspanningen hebben geleverd om vanaf het midden van de 19de eeuw over de hele wereld naar fossielen en ontbrekende schakels te graven en te zoeken, toonden alle fossielen die in opgravingen naar boven zijn gekomen, het tegenovergestelde van het geloof van de evolutionisten, namelijk het leven is plotseling op aarde gekomen en in een volledige vorm.
Een beroemde Britse paleontoloog, Derek V. Ager, geeft dit feit toe, ondanks dat hij zelf een evolutionist is:
Het punt is nu bereikt, dat, als we het fossielenarchief nauwkeurig bekijken, of dit nu naar verschillende orden of soorten is, we steeds ontdekken, dat er geen geleidelijke evolutie heeft plaatsgevonden, maar een plotselingen uitbarsting van een groep ten koste van een andere.75
Dit betekent dat in het fossielenarchief, alle levende soorten plotseling tevoorschijn kwamen in een volledige vorm, zonder enige tussenvormen ertussen. Dit is enkel het tegengestelde van Darwins veronderstelling. Ook dit is een zeer sterk bewijsmateriaal van dat alle levende wezens zijn geschapen. De enige verklaring van levende soorten die plotseling en volledig in elk detail zonder evolutionistische voorouders te voorschijn kwamen is dat ze waren geschapen. Douglas Futuyma, een belangrijk evolutionistisch bioloog, geeft dit feit toe en zegt:
De organismen verschenen volledig ontwikkeled op aarde of ze verschenen niet. Als zij dat niet hebben gedaan, dan moeten zij zich uit vroegere soorten door proces van modificatie ontwikkeld hebben. Maar als zijn in een volledig ontwikkeld stadium verschenen, dan moeten zij door een alomvattende intelligentie geschapen zijn.76
De fossielen tonen aan dat de levende wezens volledig ontwikkeld waren en in een perfecte staat op Aarde te voorschijn kwamen. Dat betekent dat ‘Het onstaan der soorten’, strijdig met Darwins veronderstelling, geen evolutie is, maar een schepping.
HET SCENARIO VAN DE MENSELIJKE
EVOLUTIE
Het onderwerp dat het vaakst door verdedigers van de evolutietheorie ter sprake wordt gebracht is het onderwerp van de oorsprong van de mensen. De darwinisten beweren dat de moderne mens van aapachtige schepselen evolueerden. Tijdens dit zogenaamde evolutionair proces, dat 4-5 miljoen jaar geleden begonnen zou moeten zijn, wordt er beweerd, dat er een paar ‘overgangsvormen’ tussen de moderne mens en zijn voorouders bestaan. Volgens dit denkbeeldige volledige scenario kunnen er vier basiscategorieen genoemd worden:
1. Australopithecine (meervoud van Australopithecus)
2. Homo habilus
3. Homo erectus
4. Homo sapiens
Evolutionisten beweren, dat Australopithecine de eerste zogenaamde gemeenschappelijke voorouder van mensen en apen is. ‘Australopithecus’ betekent Zuid-Afrikaanse aap. De Australopithecus was niets anders dan een oude apensoort dei uitgestorven is. Diepgaande onderzoekingen zijn gedaan op verschillende soorten van de Australopithecus door twee wereld beroemde anatomen uit Groot-Brittanie en de Verenigde Staten, namelijk Lord Solly Zuckerman en Prof. Charles Oxnard heeft aangetoond, dat deze wezens helemaal niet op twee voeten liepen, maar zich op dezelfde manier voortbewogen als de huidige apen.77
De evolutionisten classifiseerden het volgende stadium van de menselijke evolutie als ‘homo’, dat betekent ‘mens’. Volgens de beweringen van de evolutionisten zijn de levende wezens in de homoserie verder ontwikkeld dan de Australopithecus, en verschillen zij niet veel van de moderne mens. Evolutionisten bedenken een fantasierijke evolutieschema door verschillende fossielen van de deze schepselen in een bepaalde orde te schikken. Het schema is denkbeeldig, omdat men nooit heeft bewezen dat er een evolutionaire relatie is tussen deze verschillende classificaties. Ernst Mayr, een van de belangrijkste evolutionist in de twintigste eeuw, beweert in zijn boek Één lang argument dat “bijzonder historische (raadsels) zoals de oorsprong van het leven of Homo sapiens, uiterst moeilijk zijn en zelfs weerstand kan bieden aan een laatste, overtuigende verklaring.”78
Door het geven van de verbindingsketen: Australopithecines>homo habilis>homo erectus>homo sapiens, willen de evolutionisten beweren, dat iedere soort de voorouder van de ander is. Maar recente ontdekkingen van paleontologen hebben geopenbaard dat de Australopithecines, homo habilis en homo erectus in verschillende delen van de wereld in dezelfde tijd leefden. 79
Een bepaald segment van mensen die als Homo erectus worden geclassificeerd heeft tot het heden geleefd. Homo sapiens neanderthalensis en homo sapiens sapiens (de moderne mens) in dezelfde streek geleefd.80
Deze situatie wijst blijkbaar op de ongeldigheid van de bewering dat er voorouders zijn van elkaar. Een paleontoloog van de Harvard universiteit, Stephen Jay Gould, legt dit dode punt in de evolutie uit, hoewel hij zelf een evolutionist is:
Wat is er van onze ladder geworden als van de drie naast elkaar bestaande afstammingen van de mensachtigen (A. africanus, de robuuste Australopithecinus en Homo Habilis) niet één duidelijk van de ander afstamt? En verder vertonen geen van de drie tijdens hun bestaan op aarde enige evolutionistische trends.81
Kort gezegt, het scenario van de menselijke evolutie, welke wordt “bevestigd” met behulp van diverse tekeningen van een één of ander “half aap, half mens” schepselen die in de media en cursusboeken verschijnen, namelijk eerlijk gezegd, door middel van propaganda, is niets dan een verhaal zonder wetenschappelijke geloof.
Lord Solly Zuckerman is één van de bejenste en meest gerespecteerde wetenschappers van Groot-Brittannie. Jarenlang bestudeerde hij het fossielenarchief en heeft hij talloze gedetailleerde onderzoeken uitgevoerd. Hij werd geeerd met de titel ‘Lord’ voor zijn bijdrage aan de wetenschap. Zuckerman is een evolutionist. Daarom kunnen zijn opmerkingen over de evolutie niet gezien worden als doelbewuste perversé opmerkingen. Na jaren bestudering van de fossielen die in het scenario van de menselijk evolutie passen, kwam hij tot de conclusie dat er in werkelijkheid geen stamboom is.
Zuckerman heeft ook een interessante ‘spectrum van wetenschappen’ gemaakt. Hij vormde een spectrum van wetenschappen en ordende die van wetenschappelijk tot die van wetenschappen die hij als onwetenschappelijk zag. Volgens het spectrum van Zuckerman zijn de wetenschappelijkste - dat is, afhangend van de concrete data - wetenschapsvelden scheikunde en natuurkunde. Daarna komen de biologische wetenschappen en daarna de sociale wetenschappen. Aan het uiterste einde van het spectrum, wat het gedeelte is dat als het meest onwetenschappelijk gezien wordt, zijn concepten van paranormale waarneming zoals telepathie en het zesde zintuig en uiteindelijk ‘de menselijke evolutie’. Zuckerman legt zijn redenering daarvoor uit:
Dan verwijderen wij ons van het register van de objectieve waarheid naar die velden van de zogenaamde biologische wetenschap, zoals de buitenzintuigelijke waarneming of de interpretatie van de fossielengeschiedenis van de mens, waar voor de gelovigen alles mogelijk is – en waar de streng gelovige soms in staat is om tegerlijkertijd in verschillende tegenstrijdige dingen te geloven.82
Het verhaal van de menselijke evolutie komt neer op niets anders dan bevooroordeelde interpretaties van sommige fossielen die door bepaalde mensen worden ontgraven, die blindelings hun theorie aanhangen.
DE TECHNOLOGIE VAN HET OOG
EN HET OOR
Een ander onderwerp dat door de evolutietheorie onbeantwoord is, is de uimuntende waarnemingkwaliteit van het oog en het oor. Voordat we het over het onderwerp van het oog hebben, moeten we eerst kort de vraag beantwoorden “hoe we zien” . lichtstralen komen van een object en vallen omgekeerd op de retina van het oog. Hier worden deze lichtstralen omgezet in elektrische signalen en zij bereiken en kleine plek achter in de hersenen die het gezichtscentrum wordt genoemd. Deze elektrische signalen dringen door in dit centrum van de hersenen als een beels na een serie processen. Dit is de technische achtergrond, laten we even verder nadenken. De hersenen zijn van het licht afgeschermd. Dit betekent dat binnenin de hersenen een diepe duisternis is, en dat het licht niet de plaats bereikt waar de hersenen zich bevinden. De plaats die het gezichtcentrum heeft, is een plaats van diepe duisternis, waar geen licht komt, en kan wel de donkerste plaats zijn die u ooit gekend heeft. Maar u kunt een lichte heldere wereld zien door deze duisternis. Het beeld dat in het oog gevormd wordt, is zo scherp en speciaal, dat zelfs de technologie van de twintigste eeuw niet in staat is het te evenaren. Bijvoorbeeld kijk in het boek dat u leest, naar de handen die het vasthouden, til dan uw hoofd op en kijk om je heen. Heeft u ooit op anderer plaatsen zo’n scherp en duidelijk beeld gezien als dit? Zelfs het meest ontwikkelde televisiescherm, dat door de grootste televisieproducenten ter wereld gemaakt is, kan voor u niet zo’n scherp beeld maken. Meer dan honderd jaar lang hebben duizenden ingenieurs geprobeerd deze scherpte te bereiken. Fabrieken, grote gebouwen werden opgericht, er werd veel onderzoek gedaan, plannen en ontwerpen werden voor dit doel gemaakt. Kijk nog eens naar het tv-beeld en het boek dat u in uw handen houdt. U zult een groot verschil in scherpte en onderscheid zien. En verder laat het tv-beeld een twee dimensionale beeld zien, terwijl u met uw ogen een driedimensionale waarneming heeft met diepte. Als u nog nauwkeuriger kijkt, ziet u, dat er een schittering in de televisie is, is er een schittering in uw blik? Natuurlijk is dat niet zo. Vele jaren hebben ingenieurs geprobeerd om driedimensionale tv te maken, die zichkwaliteit van het oog evenaart. Ja, ze hebben en driedimensionale televisiesysteem gemaakt, maar het is niet mogelijk daarnaar te kijken zonder brillen op te zetten; verder is het alleen maar een kunstmatige derde dimensie. De achtergrond is nog glimmender, de voorgrond lijkt op een papieren ontwerp. Nooit is het mogelijk gebleken om een scherp onderscheidend ziht te maken, zoals dat van het oog. Door zowel de camera als de televisie is er verlies aan beeldkwaliteit. Evolutionisten beweren, dat het mechanisme dat dit scherpe onderscheidene beeld maakt, door toeval gevormd is, dat de atomen juist op de goede plaats gekomen zijn ontvangst mogelijk te maken en om een beeld te vormen, wat zou u dan denken? Hoe kunnen atomen iets doen wat duizenden mensen niet kunnen doen? Bijna een eeuw lang hebben tienduizenden ingenieurs onderzoek gedaan en hebben er in hoog ontwikkelden laboratorie en grote industriele complexen met gebruik van de best ontwikkelde instrumenten ernaar gestreefd en zij konden niet beter doen dan dit dat zij gemaakt hebben. Als een ontwerp een primitiever beeld dan het oog weergeeft en niet door het toeval gevormd kon worden, dan is het heel duidelijk, dat het oog en het beeld dat door het oog gezien wordt, niet door het toeval gevormd konden worden.het vereist een veel gedetaillerder en wijzer plan en ontwerp dan dat van de tv. Het plan en het ontwerp dat zo onderscheidend en scherp als dit is, behoort tot Allah, Die de macht over alles heeft. Dezelfde situatie geldt voor het oor. Het buitenoor ontvangt de beschikbare geluiden op door de oorschelp en stuurt het door naar het middenoor; het middenoor vertaalt de geluidsvibraties en versterkst ze; het binnenoor stuurt deze trillingen naar de hersenen door ze om te zetten in elektrische signalen. Net als bij het oor eindigt de daad van het horen in het gehoorcentrum in de hersenen. De situatie van het oog geldt ook voor het oor. Dat wil zeggen, de hersenen zijn van het geluid afgeschermd, net zoals zij van het licht zijn afeschermd; zij laten geen geluid door. Daarom is, hoe lawaairig het buiten ook is, de binnenkant van hersenen absoluut stil. Maar toch worden de scherpste geluiden door de hersenen waargenomen. In uw hersenen die van het geluid zijn afgeschermd, luistert u naar de symfonieen van orkesten en hoort u alle geluiden van een drukke ruimte. Maar als het geluidsniveau in uw hersenen soor nauwkeurige apparaten op dat moment zouden worden gemeten, dan zou u zien, dat daar een volledige stilte heerst. Laten we opnieuw de hoge kwaliteit en de superieure technologie die in het oor en de hersens zijn, vergelijken met de technologie die de mensen maken. Net zoals het geval was met het beeld, zijn er decennia lang inspanningen ondernomen om een geluid te kunnen weergevendat net zoals het origineel is. Het resultaat van deze inspanningen zijn geluidsrecorders, hi fi systemen om geluid waar te nemen. Ondanks al deze technogie en duizenden ingenieurs en experts die aan deze verworvenheden gewerkt hebben, is er nog steeds geen geluid verkregen met de scherpte en duidelijkheid van het geluid dat in het oor komt. Denk maar aan de beste kwaliteit hi fi systemen die door de grootste bedrijven in de muziekindustrie gemaakt zijn. Zelfs bij deze opnamesystemen gaat er bij de opnamen wat van het geluid verloren; of als u de hi fi aanzet hoort u altijd een sissend geluid voordat de muziek begint. Maar de geluiden van het product van het technologie van het menselijk zijn; zijn buitengewoon scherp en duidelijk. Het menselijk oor neemt nooit een geluid waar dat samengaat met een sissend geluis of met storingen, zoals de hifi dat heeft; het neemt het geluid precies zo waar als het is, scherp en duidelijk. Dit is de manier waarop het al sinds de schepping van de mens is.
Tot dusver, is geen kunstmatig visueel of opnamenapparaat zo gevoelig en succesvol geweest als in het waarnemen van sensorische gegevens, zoals het oog en het oor zijn. Nochtans, wat betreft het zien en horen, ligt een veel grotere waarheid achter dit.
TOT WIE BEHOORT HET BEWUSTZIJN DAT ZIET
EN HOORT BINNEN IN DE HERSENEN?
Wie ziet een verleidelijke wereld in de hersenen, luistert naar symfonieen en het getjilp van de vogels, en ruikt de roos? De prikkeling die uit de ogen, oren en neus van een persoon komen, bereiken de hersenen als elektrische signalen. In de biologie, fysiologie en biochemieboeken, kunt u vele details vinden over hoe dit beeld zich in de hersenen vormt. Hoe dan ook, u zult nooit aan de belangrijkste feit komen: Wie neemt deze elektrische signalen waar als beelden, geluiden, geuren en zintuiglijke gebeurtenissen in de hersenen? Er is een bewustzijn in de hersenen die dit allemaal waarneemt zonder enige behoefte te hebben aan een oog, een oor, en een neus. Tot wie behoort dit bewustzijn? Natuurlijk behoort het niet tot de zenuwen, de vette laag, en de neuronen die de hersenen omvatten. Dit is waarom de Darwinistische-materialisten, die geloven dat alles door toeval word samengesteld, deze vragen niet kunnen beantwoorden.
Dit samenraapsel van waarnemingen die we de materiele wereld noemen wordt door de ziel waargenomen die is gecreeerd door Allah, welke noch de behoefte heeft aan het oog om beelden te zien noch het oor om geluiden te horen. Sterker nog, heeft het niet de hersenen nodig om te denken.
Iedereen die dit expliciete en wetenschappelijke feit leest, zal de Almachtige Allah moeten gedenken, vrezen en bescherming moeten zoeken bij Hem, aangezien Hij het gehele universum drukt in een pikdonkere plaats van een paar kubieke centimeters in een driedimensionale, gekleurde, schaduwrijke, en lichtgevende vorm.
EEN MATERIALISTISCHE GELOOF
De informatie die we tot dusver hebben voorgesteld toont ons aan dat de evolutietheorie helemaal niet op een wetenschappelijke basis gestoeld is. De bewering van de theorie betreffende de oorsprong van het leven is tegenstrijdig met de wetenschap, de evolutionistische mechanisme heeft geen evolutionaire macht voorgesteld en de fossielen tonen aan dat de vereiste tussenvormen nooit hebben bestaan. Dus is het zeker dat de evolutietheorie als een onwetenschaplijk idee ter zijde zou moeten worden geschoven. Zo vele ideeen, zoals het Aarde-gecentreerde heelal model, zijn de hele geschiedenis door uit de agenda van de wetenschap genomen.
Nochtans, de evolutietheorie is in de agenda van de wetenschap gehouden. Sommige mensen proberen zelfs kritieken rechtstreeks op de evolutietheorie te leveren als “een aanval op de wetenschap”. Waarom?
De reden is dat deze theorie een onontbeerlijk dogmatisch geloof is voor sommige kringen. Deze kringen zijn blind toegewijd aan de materialistische filosofie en keuren het Darwinisme goed omdat het de enigste materialistsche verklaring is die naar voren kan worden gebracht om de werking van de natuur te verklaren.
Interessant is, dat zij dit zo nu en dan toegeven. Een bekende geneticus en een uitgesproken evolutionist, Richard C. Lewontin van de Harvard Universiteit, bekent, dat hij “eerst een materialist is en dan pas een wetenschapper:
het zijn niet de methoden en wetenschappelijke instituten die ons tot de materialistische uitleg van de fenomenen in de wereld dwingen, integendeel, wij worden a priori tot de materialistische reden gedwongen om zo een onderzoeksapparaat te creëren en een aantal concepten op te zetten die een materialistische uitleg geven, ongeacht hoe tegenstrijdig, ongeacht hoe geheimzinnig dit ook is voor de niet-betrokkenen. Verder is het materialisme absoluut, dus kunnen we de Goddelijke Voet niet tussen de deur laten.83
Dit zijn expliciete verklaringen van dat het Darwinisme enkel bestaat omwille van het getrouw blijven aan het materialisme. Dit dogma beweert dat levenloze, onbewuste materie het leven creëerde. Het dringt erop aan dat miljoenen verschillende levende soorten (bijvoorbeeld: vogels, vissen, giraffen, tijgers, insecten, bomen, bloemen, walvissen, en mensen) uit levenloze materie zijn voortgekomen als resultaat van wisselwerking tussen materie, zoals stortregen, bliksem flitsen, enzovoort. Dit is in tegenstrijd met niet alleen de wetenschap, maar ook het verstand. Maar toch blijven de darwinisten het verdedigen enkel om zo “de Goddelijke Voet niet tussen de deur te laten”.
Iedereen die niet de oorsprong van levende wezens met een materialistisch vooroordeel bekijkt, zal deze duidelijke waarheid zien: alle levende wezens zijn de werken van een Schepper, die Almachtig is, Al Wijze, en Al Wetende. Deze schepper is Allah, die het gehele heelal van het niet-bestaande heeft gecreëerd, heeft ontworpen in de meest perfecte vorm, en alle levende wezens heeft gevormd
DE EVOLUTIETHEORIE: DE MEEST INVLOEDRIJKE
TOVERKRACHT IN DE WERELD
Iedereen die vrij is van vooroordelen en invloeden van elke ideologie, en wie slechts zijn of haar reden en logica gebruikt, zal duidelijk begrijpen dat de evolutietheorie, welke de maatschappij brengt tot het bijgeloof zonder kennis van wetenschap of beschaving, vrij onmogelijk is.
Zoals hierboven is verklaard, denken zij die in de evolutietheorie geloven dat een paar atomen en moleculen die in een reusachtig vat worden geworpen de oorzaak zijn van het denken, van universitaire professoren en studenten; dergelijke wetenschappers zoals Einstein en Galileo; dergelijke kunstenaars zoals Humphrey Bogart , Frank Sinatra, Luciano Pavarotti; evenals antilopen, citroenbomen en anjers. Voorts als de wetenschappers en professoren die in deze onzin geloven opgeleide mensen zijn, is het vrij gerechtvaardigd om deze theorie “als de meest machtige toverkracht in de geschiedenis” te zien. Nog nooit heeft een ander geloof of idee het denkvermogen van de mensen weggehaald, geweigerd om intelligent en logisch na te denken en van hen de waarheid verborgen alsof zij geblinddoekt zijn. Dit is een nog slechtere en ongelooflijke blindheid dan de Egyptenaren die de Zon God “Ra” aanbaden, totem verering in sommige delen van Afrika. De mensen die Saba de Zon aanbaden, namelijk de stam van de Profeet Abraham (as) die idolen aanbaden die zij met hun eigen handen hadden gemaakt, of de mensen van de Profeet Mozes (as) die het Gouden kalf aanbaden.
In feite heeft Allah dit gebrek aan verstand of rede in de Koran benadrukt. In vele verzen, openbaart Hij dat de het verstand van sommige mensen gesloten zullen worden en dat zij machteloos zullen zijn om de waarheid te zien. Sommige van deze verzen zijn als volgt:
En (gedenkt) toen Mozes tot zijn volk zei: “voorwaar Allah beveelt jullie dat jullie een koe slachten.” Zij zeiden: “Maak jij ons tot (onderwerp van) bespotting?” Hij antwoordde: “Ik zoek bescherming bij Allah dat ik tot de dommen zou behoren.” (Al Baqara, 67)
En voorzeker, Wij hebben velen van de Djinn’s en de mensen voor de Hel geschapen. Zij bezitten harten waarmee zij niet begrijpen en zij bezitten ogen waarmee zij niet zien en zij bezitten oren waarmee zij niet horen, zij zijn degenen die als het vee zijn. Zij dwalen zelfs nog erger. Zij zijn degenen die de achtelozen zijn. (Al A’raf, 179)
En als Wij voor hen een poort van de hemel zouden openen, waardoor zij dan zouden kunnen blijven opstijgen. (Dan) zouden zij zeker zeggen: “Voorwaar ons gezichtsvermogen is beneveld; wij zijn zelfs een betoverd volk.” (Al Hidjr, 14-15)
De woorden kunnen niet alleen uitdrukken hoe verbazingwekkend het is dat deze
toverkracht een dergelijke brede gemeenschap in slavernij houdt, maar ook dat het de
mensen van de waarheid houdt, en dat deze toverkracht 150 jaar niet wordt gebroken. Het is begrijpelijk dat één of een paar mensen in onmogelijke scenario’s zouden kunnen geloven en aanspraak zouden kunnen maken op volledige stompzinnigheid en onlogica. Nochtans, “magisch” is de enige mogelijke verklaring voor mensen van over de hele wereld die geloven dat onbewuste en levenloze atomen plotseling samen beslisten te komen en een heelal te vormen en die met een onberispelijk systeem van organisatie functioneert, namelijk discipline, reden, en bewustzijn; een planeet genoemd Aarde met elk van zijn eigenschappen die zo volkomen geschikt is voor het leven, en levende dingen vol van talloze complexe systemen. In feite brengt de Koran het incident van Profeet Mozes (as) en Farao met elkaar in verband om aan te tonen dat sommige mensen die atheïstische filosofieën steunen eigenlijk anderen door magie beïnvloeden. Toen de Farao over de ware godsdienst werd verteld, vertelde hij Profeet Mozes (as) samen te komen met zijn eigen tovenaars. Toen Mozes (as) dat deed, vertelde hij hen eerst hun capaciteiten aan te tonen. De verzen gaan verder:
Hij zei: “Werpt.” Toen zij dan wierpen, betoverden zij de ogen van de mensen en joegen hen angst aan met geweldige tovenarij. (Al A’raf, 116)
Zoals wij hebben gezien, konden de tovenaars van Farao iedereen bedriegen, behalve Mozes (as) en zij die in hem geloofden. Nochtans, zijn bewijs brak de toverkracht, of “zette wat zij hadden gesmeed opzij”, zoals het vers duidelijk maakt:
En Wij openbaarden aan Mozes: “Werp jouw staf!” En toen verslond deze wat zij met hun bedrog hadden gemaakt. Toen werd de waarheid duidelijk, en bleek wat zij (de tovenaars plachten te doen valsheid te zijn. (Al a’raf, 117-118)
Zoals wij kunnen zien, toen de mensen realiseerden dat een toverkracht op hen werd
geworpen en wat zij zagen enkel een illusie was, verloren de tovenaars van Farao al hun geloofwaardigheid. Hetzelfde geldt voor nu, tenzij diegenen die onder de invloed van een dergelijke toverkracht, geloven dat deze belachelijke beweringen onder hun wetenschappelijke vermommingen zijn en hun leven besteden aan het beschermen
daarvan, en hun bijgeloof loslaten, dan zullen zij ook vernedert worden wanneer de volle waarheid tevoorschijn komt en de toverkracht gebroken is. Feitelijk, beweerde de wereldbekende schrijver en filosoof dit ook:
Ikzelf ben ervan overtuigd dat de evolutietheorie, vooral de uitgebreidheid hetwelk is aangebracht, in de toekomst één van de grote grappen in de geschiedenisboeken zal zijn. Nakomelingschap zal zich daarvan zo zeer ondeugdelijk en twijfelachtig bewonderen dat een hypothese zou kunnen worden aanvaard met de ongelooflijke lichtgelovigheid dat het heeft.31
Die toekomst is niet ver weg: Integendeel, de mensen zullen spoedig zien dat “toeval” geen godheid is en zullen terugkijken op de evolutietheorie als de slechtste misleiding en de vreselijkste toverkracht in de wereld. Die toverkracht begint reeds snel van de mensen opgeheven te worden over de hele wereld. Vele mensen die zijn waar gezicht zien zijn met verbazing benieuwd hoe zij ooit door dat binnengeleidt konden worden.
Zij zeiden: “Heilig bent U, wij hebben geen kennis,
behalve wat U ons onderwezen hebt: voorwaar,
U bent de Alwetende, de Alwijze.”
(Koran, 2:32)
mercredi 17 mars 2010
Inscription à :
Publier les commentaires (Atom)

Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire