mercredi 17 mars 2010

DE EDELE MORALITEIT VAN PROFEET MOHAMMED (VZMH)

In de eerdere hoofdstukken werd de nadruk gelegd op de fysieke en de geestelijke schade die het terrorisme oplegt, en werd aangehaald hoe het overdragen van de moraliteit van de godsdienst in de wereld van gedachte de belangrijkste stap in de culturele strijd tegen het terrorisme is. Het verklaren van de eigenschappen van de juiste moraliteit die in het Oude en het Nieuwe Testament en de Koran staan beschreven, namelijk liefde, medeleven, tolerantie en matigheid, is de enige manier om het eindeloze bloedvergieten van het terrorisme af te schaffen. De oplossing van het terrorisme dat in naam van een godsdienst tot stand komt ligt in het bijzonder in de correcte verklaring van de godsdienst- met andere woorden in het begrijpen van het model van de moraliteit die wij eerder hebben besproken. Welk model de mensen ook voor zichzelf nemen, er moet een bron zijn die zij als een gids kunnen beschouwen. Die bron is de Koran; het model is het leven van onze Profeet Mohammed (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn). Dit hoofdstuk neemt zijn leven onder de loep, in het licht van de verzen van de Koran en de Hadith (zijn leer en uitspraken).

Op elk moment toonde onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) een ethiek die God behaagde en leefde hij op de meeste perfecte manier. Elke maatschappij die zich naar de voorbeeldige Boodschappers van God vormt zal een meest significante hindernis bezorgen voor sociale kwaden zoals het terrorisme, welke in een dergelijk milieu niet zal kunnen overleven. De terroristen hebben een tekort aan elke concept van mensenliefde. Terwijl zij agressief, onbuigzaam, onverdraagzaam zijn, en niet in staat zijn om een dialoog met hen in te gaan die verschillend denken, en geen waarde zien in ideeën van anderen, proberen zij elke debat op te lossen door middel van geweld. In elke sociale ethiek die op liefde en tolerantie wordt voortgebouwd, kunnen zij hun doelstellingen nooit bereiken.


ONZE PROFEET (MOGE DE VREDE EN ZEGENINGEN
VAN ALLAH MET HEM ZIJN) WAS EEN MAN
VAN LIEFDE EN TOLERANTIE

In de tijd van Profeet Mohammed (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), was Arabie een woonplaats voor gemeenschappen van verschillende godsdiensten, culturen en ideeën. Joden, Christenen, Sabianen, Zoroastrianen, en afgodenaanbidders leefden allen naast elkaar, samen met vele verschillende stammen die vijandig waren tegen elkaar. Ondanks hun stam of geloof, nodigde onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) met affectie, geduld tolerantie en liefde de mensen uit tot de godsdienst. De Koran (3:19) beschrijft zijn aangename houding tegenover de mensen rond hem:

Gewis, de ware godsdienst voor Allah is de Islam. En degenen, aan wie het Boek was gegeven, verschilden eerst onderling uit afgunst, nadat kennis tot hen was gekomen. En wie de tekenen van Allah verwerpt, (wete) dat Allah vlug is in het verrekenen

Zoals eerder werd aangehaald, openbaart de Koran dat niemand onderdrukt zou moeten worden om de islam aan te nemen. Moslims worden slechts belast met het verklaren van de religie van God. Niemand kan de anderen dwingen te geloven of te aanbidden. Slechts door de wil van God kan een persoon de ware weg vinden en gaan geloven. Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) hield zich altijd nauwgezet vast aan dat verbod en verklaarde vaak dat een mens alleen volgens een godsdienst kan leven wanneer hij, in zijn hart, dat daadwerkelijk wilt. God vertelde onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) in één heilig vers (50:45) hoe hij zich moet gedragen ten opzichte van de anderen rond hem:

Wij weten het beste wat zij zeggen. En jij (O Mohammed) bent niet als een dwinger over hen aangesteld. Vermaan daarom met de Koran degenen die Mijn Waarschuwing vrezen.

Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) vertelde eens een gelovige, “Ik ben gestuurd om genade te tonen”.25 De sleutel van zijn edele ethiek wordt ook in deze termen beschreven: " Wie geen barmhartigheid voor mensen heeft, zal geen barmhartigheid van Allah ontvangen'." 26 Vele Hadith betreffen onze Profeets (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) medeleven, affectie en tolerantie. Bijvoorbeeld, hij zei eens, “Wie geen barmhartigheid toont zal geen barmhartigheid ondervinden”. Verder zegt hij: Mijn Liefhebbende heeft mij negen dingen bevolen: Om Hem te vereren, uiterlijk en innerlijk; om de waarheid te spreken, en met correctheid, in voorspoed en tegenspoed…28 Jullie zullen het paradijs niet binnentreden totdat jullie geloven en jullie zullen niet geloven totdat jullie elkaar liefhebben. Zal ik jullie op iets wijzen waardoor het verrichten ervan, jullie elkaar zal doen liefhebben; begroet elkaar zovaak mogelijk met de salaamgroet.29
In zijn verzameling van hadithinformatie, somt de grote islamitische geleerde imam Ghazali de houding van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) op tegenover de degenen rondom hem heen:
…Iedereen dacht dat de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) hem meer eerde. Wie ook maar naar hem toekwam zag zijn gezicht.
…Hij noemde gewoonlijk en eervol zijn metgezellen bij hun bijnamen en gaf gewoonlijk iemand een bijnaam die geen bijnaam had.
…Hij was zeer hartelijk en vriendelijk bij het behandelen van de mensen.
…Niemand kon in zijn bijeenkomst luid spreken.30
De liefde van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) voor zijn medemens, zijn overweging en affectie, bond diegenen rondom hem heen en moedigde hen aan om te geloven. Zijn voortreffelijke voorbeeld van moraliteit zouden alle Moslims moeten bepeinzen. Een vers (9:128) beschrijft de eigenschappen van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) die een voorbeeld is voor alle mensen:

Voorzeker, een boodschapper is uit uw midden tot u gekomen; het is hard voor hem wat u pijn doet; hij is bezorgd voor uw welzijn, liefderijk en barmhartig voor de gelovigen.

Liefde en affectie, tolerantie en medeleven, zijn gemeenschappelijke trekken van de boodschappers die God als leiders naar de ware weg heeft gestuurd. De Koran verklaart dat de andere profeten zijn geëerd met “zachtmoedige liefde” en neemt Profeet Johannes (vrede zij met hem), aan wie Hij wijsheid gaf, als een voorbeeld voor de mensheid. Vers 19:13 beschrijft dat heilige personage in deze termen:

En zachtmoedigheid van Ons en reinheid. En hij was vroom.


DE VRIENDELIJKE OVERWEGING VAN ONZE
(MOGE DE VREDE EN ZEGENINGEN VAN
ALLAH MET HEM ZIJN)

Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) was voortdurend in contact met alle groepen van de maatschappij en sprak met iedereen, van diegenen met de meeste macht tot de krijgsgevangen, kinderen en wezens. Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) voerde positieve gesprekken met mensen van verschillende sociale statussen, levensstijlen, karakters en gewoontes, en won hun affectie en behandelde hen met geduld en veel begrip.

Zoals overgeleverd werd door zijn metgezellen, was onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) “meest vriendelijk, onberispelijk moreel, elegant, beminnelijk en attent”. Zijn woorden "Ik ben slechts gestuurd om de goede manieren compleet te maken”31 is een uitdrukking van zijn goed karakter. Aisha, die hem erg goed kende, beschrijft zijn moraliteit in volgende woorden: “Zijn karakter was in overeenstemming met de Koran”.32

Anas, die in het huis van de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) werd grootgebracht en hem jarenlang diende, beschrijft zijn beleefdheid in deze termen:

Toen de Boodschapper van God (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zijn hand aan iemand gaf, trok hij zijn handen niet terug totdat de ander zijn hand terugtrok. Op dezelfde manier wendde hij zijn gezicht niet af totdat de ander zijn gezicht afwendde. En hij zette nooit zijn knieën vooruit tegenover degene met wie hij zat.33

Wanneer iemand met hem sprak, verbrak hij nooit de woorden van iemand die sprak en liet hem uitpraten34

Anas bin Malik (ra) zei: " Ik bediende de boodschapper van Allah tien jaar lang. Nimmer berispte hij mij. Nimmer zelfs vroeg hij mij: "Heb je dit gedaan, of waarom heb je dat niet gedaan?"35
Gedurende zijn leven heeft onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) duizenden mensen onderwezen. Door zijn invloed, begonnen de mensen die niets over de godsdienst wisten attent te zijn, bereid te zijn om opofferingen te maken, vriendelijke houding te hebben en een betere moraliteit te ontplooien. Zelfs nu, eeuwen na zijn dood, blijft onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) de beste gids en leraar, wiens woorden en ethiek miljarden mensen blijft inspireren.


ONZE PROFEET (MOGE DE VREDE EN ZEGENINGEN
VAN ALLAH MET HEM ZIJN) ADVISEERDE
DE GELOVIGEN OM LIEFDEVOL TE ZIJN

Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) verklaarde dat het buitengewoon belangrijk was voor de gelovigen om van elkaar te houden met oprechte liefde, geen rekening te houden met persoonlijke belangen, en nooit negatieve emoties te koesteren zoals haat, woede en jaloersheid.

In de Koran (42:23), beveelt God onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) om het volgende te zeggen:

Dit is het waarvan Allah aan Zijn dienaren die geloven en goede werken doen, de blijde tijdingen geeft. Zeg: "Ik vraag u geen loon voor (mijn prediking), behalve liefde van verwanten." En hij die het goede verricht zullen Wij in goedheid doen toenemen. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Waarderend.

Sommige Hadith betreffende onze Profeets (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) liefde, vriendschap en broederschap luidt:

Een gelovige wenst voor anderen wat hij voor zichzelf wenst.36

De boodschapper van God (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) nam gewoonlijk geschenken aan en gaf gewoonlijk iets in ruil daarvoor.37

Wie zoute basilicum wordt aangeboden, mag dit niet afkeuren, omdat het licht van gewicht is en een prettige geur heeft.38

Haat elkaar niet, misgun elkaar niet, verkoop niet wat je niet in je bezit hebt, betwist elkaar niet en belaster elkaar niet. De dienaren van God zijn broeders van elkaar.39
De gewoonten van de vroegere generaties hebben jullie aangetast – jaloezie en haat. Haat is afzetterij. Jullie zullen het Paradijs niet binnentreden totdat jullie geloven. Jullie zullen niet geloven totdat jullie elkaar liefhebben. Zal ik jullie op iets wijzen waardoor het verrichten ervan, jullie elkaar zal doen liefhebben; begroet elkaar zovaak mogelijk met de salaamgroet.40
De sterke man is niet degene die goed is in worstelen, maar degene die controle over zichzelf heeft tijdens een woede-aanval.41

Vermijd afgunst, want afgunst verslindt goede daden zoals vuur brandstof verslindt.42

Moslims zijn broeders van elkaar. Zij moeten noch bedriegen, liegen, noch elkaar vernederen.43


ONZE PROFEET (MOGE DE VREDE EN
ZEGENINGEN VAN ALLAH MET HEM ZIJN)
DWONG RECHTVAARDIGHEID AF

Door de regels die hij aan de moslims heeft gegeven; door zijn juiste en verdraagzame houding ten opzichte van andere godsdiensten, talen, rassen en stammen; en door zijn gelijke behandeling van iedereen, rijk en arm, is onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) een groot voorbeeld voor de mensheid. In een vers (5:42), vertelt God hem “En indien jij oordeelt, oordeel dan onder hen met rechtvaardigheid. Voorwaar, Allah houdt van de rechtvaardigen”. De Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) deed nooit de lichtste concessie op die rechtvaardigheid, zelfs niet in de moeilijkste omstandigheden.

Vele incidenten in zijn leven bewijzen de voorbeeldige houding van de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn). Een verscheidenheid van godsdiensten, rassen en stammen leefden allen samen in het land waar hij leefde. Deze gemeenschappen vonden het erg moeilijk om samen in vrede en veiligheid te leven, en veel minder werden diegenen in bedwang gehouden die verschil van mening wilden zaaien. Nochtans was de rechtvaardigheid van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) een bron van vrede en veiligheid, evengoed voor de niet-gelovige als voor de moslims. Tijdens zijn leven werd iedereen op het Arabische Schiereiland - Christenen, Joden of heidenen - op een juiste manier behandeld, zonder discriminatie.

De prettige houding van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), in overeenstemming met de Koran, geeft een voorbeeld voor diegenen met verschillende religies en toont aan hoe zij zich moeten gedragen ten opzichte van elkaar. Zijn rechtvaardigheid bewerkstelligde compromissen tussen mensen van verschillende rassen. In veel van zijn toespraken, zelfs in zijn afscheidspreek, heeft hij duidelijk gemaakt dat de superioriteit van de mensen niets te maken had met de achtergrond van ras, maar met de opofferingen die zij allen gemaakt hadden voor de islam, zoals God dat in de Koran (49:13) heeft geopenbaard. Andere Hadith betreffende dit onderwerp luiden:

Alle mensen zijn afstammelingen van Adam, en Adam kwam van aarde. Laat de mensen ophouden met het opscheppen over hun gestorven voorvaderen.44

Die voorvaderen van jullie zijn niet de reden om iemand smaad aan te doen. Er is geen superioriteit voor iemand boven een ander, behalve door goddienst en taqwa (vroomheid).45


ONZE PROFEET (MOGE DE VREDE EN
ZEGENINGEN VAN ALLAH MET HEM
ZIJN) MOEDIGDE VREDE ALTIJD AAN

Onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) heeft nooit naar oorlog verlangd, maar heeft in de loop van de jaren grote inspanningen geleverd om de islam door vreedzame middelen uit te spreiden. Hij was geduldig in aanwezigheid van zware aanvallen en drukte, behalve wanneer het omgaan met die drukte noodzakelijk werd. Wat dat betreft gaf hij toestemming om oorlog te voeren, gezien in het licht van de openbaring van God. Hij verklaarde nooit oorlog, mits er nog de kleinste mogelijkheid tot vrede was en zolang de aanvallen en de druk van een vijand geen dodelijk gevaar vertegenwoordigden. Tijdens het leven van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) was de Mu’tah Expeditie de bloedigste en de moeilijkste oorlog voor de moslims. Hij benoemde Zayd ibn Harithah tot de bevelhebber van het leger, en waarschuwde de troepen:

Bestrijd in de naam van God, in Gods weg, tegen diegenen die God ontkennen. Maar overtreedt de grenzen niet. Snijd niet de oren en de neuzen en andere delen van het lichaam af. Dood geen vrouwen en kinderen, de bejaarden, en vermijdt het om godsvruchtige mensen aan te tasten in hun plaatsen van aanbidding . Hak geen dadelpalm en andere bomen af, en verniel geen huizen.46

Gebaseerd op de Profetische bevelen betreffende de oorlog, worden de volgende principes, welke ook wel “De Islamitische principes van de strijd” kan worden genoemd, geschetst door de moslimgeleerden:

1. De oorlog mag alleen met diegenen gevoerd worden die aanmoedigen en daarin wikkelen.
2. Priesters in kerken, kinderen, vrouwen, en de bejaarden mogen nooit aangetast worden
3. Gezaaide gebieden mogen niet vernield worden
4. Vredesverdragen en overeenkomsten mogen niet gebroken worden
5. Dieren mogen niet aangetast worden
6. Er mag geen wreedheid en marteling zijn
7. Steden mogen niet vernield worden

Het vredesverdrag van Medina, ondertekend door onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) en de Joodse en polytheïstisch gemeenschappen in de stad, was ook een belangrijk voorbeeld van rechtvaardigheid en wederzijdse eerbied tussen verschillende gemeenschappen. Het verdrag, welke opgesteld werd om een soort grondwet te vestigen tussen gemeenschappen van verschillende geloven en welke iedereen veroorloofde om zijn eigen principes na te leven, bracht vrede aan diegenen die jarenlang vijandig tegen elkaar waren geweest. Een van zijn opvallendste eigenschappen was hoe het de vrijheid van geloof vastlegde. Het artikel over dat onderwerp gaat als volgt:

De Joden van Banu ‘Awf zijn één natie met de moslims; de Joden hebben hun godsdienst, en de moslims de hunne…48

Artikel 16 van het vredesverdrag van medina luidt, “De Jood die ons volgt heeft zeker recht op onze steun en dezelfde rechten zoals die van ons. Hij zal niet geschaad worden noch wordt zijn vijand bijgestaan”.49
De opvolgers van de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) bleven zich loyaal aan die regels houden die hij goedkeurde, breidden het zelfs uit tot Berbers, Boeddhisten, Hindoese Brahmaans en diegenen met een ander geloof.

Eén reden waarom de tijd van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) met vrede en veiligheid werd gezegend, was zijn positie van rechtvaardigheid, die overeenkwam met de ethiek van de Koran. Zelfs de buitenlandse schrijvers waren onder de indruk van zijn superieure karakter en prijsden de moraliteit van onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) in hun werken. In The Genuine Islam (vert. De Echte Islam), beschreef George Bernard Shaw deze superieure eigenschappen:

Ik heb altijd de godsdienst van Mohammed gewaardeerd wegens zijn prachtige vitaliteit. Het is de enige godsdienst die in elke tijd aangepast kan worden en welke zich op elke tijd een beroep kan doen. Ik heb hem bestudeerd… hij zal de Redder van het Mensdom genoemd moeten worden. Ik geloof dat als de mens zoals hij de dictatuur van de moderne wereld zou moeten veronderstellen, hij op een dergelijke manier zal slagen in het oplossen van zijn problemen die de veelgevraagde vrede en geluk zou kunnen opbrengen…50

In onze eigen tijd eveneens, is het zich houden aan de moraliteit van de Koran de enige oplossing voor de conflicten, gevechten, en de instabiliteit in deze wereld. Wij zouden, net zoals onze Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), ons nooit moeten afhouden van de rechtvaardigheid, en altijd de rechten van de verschillende gemeenschappen en individuen moeten respecteren, ongeacht hun geloof of identiteit.



OPLOSSINGEN VOOR TERREUR
EN NARCHIE, VOLGENS
BEDIUZZAMAN SAID NURSI


De hele geschiedenis door, zijn er periodes geweest waarin plagen van terreur en anarchie hebben geïntensifieerd, welke een bedreiging voor de gehele bevolking vormde. Talrijke oplossingen zijn voorgesteld. Eén van hen die het belang van een volledige strijd tegen terreur en anarchie beklemtoonde was de grote Turkse Islamitische geleerde, Bediuzzaman Said Nursi (1877-1960). Hij zei dat de mensen eerst en vooral de ethiek van de Koran moeten uitspreiden; Daarvoor gaf hij een aantal aanbevelingen.

In de tijd van Bediuzzaman, doorstond de wereld radicale veranderingen. De Eerste Wereld Oorlog had in het bijzonder een invloed op zijn leven. Tijdens de Oorlog had hij de Ottomaanse militiekrachten geleid op de Kaukasische front tegen de binnenvallende Russen waardoor aan hem later een Oorlog Medaille werd toegekend. Hij werd in maart 1916 gevangene genomen en werd 2 jaar lang in Rusland gehouden. Begin 1918 ontsnapte hij van de gevangenis en begaf zich op weg terug naar Istanbul via Warschau, Berlijn en Wenen.

Dus was hij een goede getuige van de instorting van het Ottomaanse Rijk en de totstandbrenging van de Turkse Republiek. Hij zag zowel de Russische Revolutie het Communisme aan de macht brengen als het conflict tussen de grote Europese machten, en de moeilijkheden die de beide Wereld Oorlogen op de Turkse republiek oplegden. Zoals in zijn geschrift kan worden gezien, maakte hij een gedetailleerde analyse van deze gebeurtenissen, welke alle politieke ontwikkelingen volgens de verzen van de Koran evalueren. Altijd benadrukte hij hoe elke maatschappij die de godsdienst de rug toekeren aan grote schade zal lijden; en dat de moslims, slechts wanneer zij zich verenigen, groot succes kunnen ervaren tegenover de atheïstische ideologieën.

Bediuzzaman wist dat terreur en anarchie in zijn tijd, en naderhand, zou opkomen. Hij probeerde daarom de mensen te waarschuwen door hen een aantal mogelijke oplossingen voor deze vreselijke problemen te leveren. Volgens zijn woorden, “…De goddienst veroordeelt strijd en anarchie. Anarchie erkent geen rechten. Het verandert de menselijke ethiek en de werkzaamheden van de beschaving in de ethiek van de dieren,”51 was dit de best mogelijke uitdrukking van de islamitische opvattingen op terreur en geweld, welke Bediuzzaman zijn leven besteedde aan het uiteenzetten daarvan. Zoals hij eens zei, “Geduld en uithoudingsvermogen die een eind maken aan anarchie en openbare orde handhaven, zijn met alle oprechtheid in het dienen van het geloof noodzakelijk. Ik ben daarom volkomen tevreden om mijn reputatie daarvoor te offeren”.52 Hij verklaarde dat de gelovigen in de bestrijding van anarchie en terreur – een strijd die geduld en uithoudingsvermogen vereisten – een grote verantwoordelijkheid droegen.

Zijn ervaring en leidende woorden zijn vandaag van grote waarde. Wij zouden elke verklaring zorgvuldig moeten bespreken die door dit waardige individu wordt afgelegd, wie zijn leven doorbracht aan het proberen opbouwen van een wereld van liefde en wijsheid die gebaseerd is op de ethiek van de Koran.


SLECHTS DOOR LIEFDE KON, VOLGENS
BEDIUZZAMAN, HET TERRORISME
OVERWONNEN WORDEN

Het opmerkelijkste aspect van zijn verklaringen is het belang dat hij aan menselijke liefde en leven heeft gehecht, geïnspireerd door de ethiek van de Koran. Zoals hij eens zei,
De ware les van de Koran is dit: Als er tien monsters en één onschuldige persoon in een huis zijn… is het toelaatbaar om dat huis te verbranden… alhoewel de ethiek van de Koran dat verbiedt… om tien monsters omwille van één persoon te vernietigen? Zou het verbranden van dat huis niet de grootste mogelijke wreedheid en verraad zijn? ... De ethiek van de Koran verbiedt het in gevaar brengen van levens of het schade toebrengen aan 10 procent van onschuldige mensen omwille van 90 procent van monsters die de veiligheid bedreigt. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat wij gebonden zijn aan de godsdienst om de veiligheid te beschermen en ons te houden aan die les van de Koran…53

In deze woorden maakte Bediuzzaman het grote belang van het menselijke leven bekend, dat elk mogelijke offer zou moeten worden gemaakt om het leven van één enkel individu te redden, en dat het doen van het tegenovergestelde het begaan van grote wreedheid betekent. Moslims zouden moeten werken aan het vestigen van vrede en veiligheid. Omdat die verantwoordelijkheid een bevel van God is, gebruiken de gelovigen alle middelen te hunner beschikking om te helpen de ethiek van de religie uit te spreiden. Waar terreur en anarchie een vreselijke plaag wordt, lijkt een milieu waarin volgens de islamitische ethiek wordt geleefd op een hemel. Bediuzzaman heeft het volgende verklaard:

Als een moslim zich afwijkt van de moslimgemeenschap, wendt hij zich af van de religie en wordt een anarchist en heeft dan een giftig effect op de maatschappij, omdat anarchie geen rechten herkent, en de juiste aard van de mensheid en de werkzaamheden van de beschaving in de ethiek van primitieve dieren verandert.55

Hij maakt duidelijk dat het overbrengen van de ethiek van de godsdienst een grote dialoog zou openstellen, zelfs in de harten van de onverdraagzame, onverzoenlijke en agressieve mensen. De liefde van God zou de mensen van alle vormen van tirannie houden. Hij beklemtoonde dat het de plicht is van elke moslim om de schoonheden van de godsdienst en de waarheid van de Koran met elkaar in verband te brengen, om zo die liefde in de harten van de volkeren te brengen. Bediuzzaman beklemtoonde eens dat zijn Risale-l Nur ( “De Brieven van het Licht”, een inzameling van al zijn geschriften) die functie vervuld:

Ja, de Risal-l Nur en geloof die op waarheid en bewijs en op de waarheden van de Koran worden gebaseerd, verklaart en licht de kwesties nader toe op een manier die geschikt is voor elke tijd en zodanig dat de gemeenschap hen kan goedkeuren. Het heeft tot miljoenen mensen geleid die geloof en overtuiging onderzoeken. Ook heeft het de Islamitische liefde en dialoog in hun zielen opgewekt, en een geestelijke muur gebouwd tegen het atheïsme en immoraliteit, de tekens van anarchie. Ja, de vereniging van het geestelijke denkbeeld en het doel vormen een onoverwinnelijke kracht, een onaandoenlijke muur, en een geestelijke macht in de zielen, de harten en de gedachten van de volkeren.56


HET BELANG VAN DE KORANISCHE ETHIEK
IN OMSTANDIGHEDEN TEGEN TERREUR

Op elke gelegenheid herinnerde Bediuzzaman de mensen eraan dat in de bestrijding tegen terreur en anarchie, de verspreiding van de godsdienstige ethiek het belangrijkste wapen was. Zoals hij verklaarde,

De steden zijn ook de huishoudens voor onze inwoners. Als het geloof in het Hiernamaals niet de leden van die grote familie regeert, dan zullen de ondeugden zoals haat, eigenbelang, valse voorstellingen, egoïsme, kunstmatigheid, schijnheiligheid, omkoperij, en teleurstelling, overheersen—welke oprechtheid, hartelijkheid, deugd, ijver, zelfopoffering, het streven naar het genoegen van God en de beloning in het Hiernamaals, die de basissen van goed gedrag en ethiek zijn, zullen vervangen. Anarchie en wreedheid zullen regeren over de oppervlakkige orde en het mensdom, welke het leven van de stad zullen vergiftigen. De kinderen worden onruststokers, de jeugdigen zullen aan de drank komen, de sterken zullen zich begeven in onderdrukking, en de bejaarden zullen beginnen te betreuren.57

In de maatschappijen die de godsdienst de rug toekeren komen misleiding, onderdrukking, anarchie, geweld en terreur tevoorschijn. Deugden zoals samenwerking, opoffering en eerlijkheid gaan voorgoed voorbij. De mensen denken slechts aan hun eigenbelang, verlangen slechts naar hun eigen comfort en werken alleen voor henzelf. Maar toch zullen, wanneer de maatschappij volgens een godsdienst leeft, termen als samenwerking, vriendschap en broederschap heersen. Later in dezelfde verklaring, geeft Bediuzzaman voorbeelden van voordelen die de godsdienstige ethiek aan de familie en het sociale leven kan brengen:

Volgens analogie is het land ook een huishouden, en het vaderland, het huis van de nationale familie. Als het geloof in het Hiernamaals beheerst, dan zullen ware eerbied, ijverige medeleven, belangloze liefde, wederzijdse hulp, eerlijke dienst en sociale relaties, onschijnheilige liefdadigheid, deugd, bescheiden grootheid en voortreffelijkheid allen beginnen te ontwikkelen. Het zegt tegen de kinderen, “Geef het rondscharrelen op; er is Paradijs als beloning!” en onderwijst hen zelfcontrole door instructie in de Koran. Het zegt aan de jeugdigen, “Er is Hellevuur; geef uw dronkenschap op!” en brengt hen tot bezinning. En tegen de onderdrukkers zegt het, “Er is een strenge kwelling; je zult een klap ontvangen!” en laat hen zich buigen voor rechtvaardigheid. Tegen de bejaarden zegt het, “Het wachten op jou in het Hiernamaals is eeuwig geluk; veel groter dan al het geluk dat u hier hebt verloren, en de onsterfelijke jeugd; probeer hen te verslaan!” het verandert hun tranen in gelach. Het toont zijn gunstige invloeden op elke groep, particulier en universeel, en verlicht hen. Sociologen en moralisten, die bij het sociale leven van de mensheid betrokken zijn, zouden speciale nota moeten nemen. Als de rest van de duizenden voordelen en nuttigheden van het geloof in het Hiernamaals vergeleken worden met vijf of zes waarop wij hebben gedoeld, dan zal men begrijpen dat slechts het geloof het middel is van geluk in deze wereld en het Hiernamaals en in beide levens.58

Zoals deze voorbeelden voorstellen, is het gemakkelijk om de mensen te adviseren die volgens de godsdienstige ethiek leven, hen te verbieden het kwaad te begaan, en hen te keren tot de ware weg. Bediuzzaman zei vaak dat terreur en anarchie slechts vernietigd kunnen worden wanneer de mensen volgens de ethiek van de Koran leven— namelijk het afdwingen van liefde, tolerantie, vrede, vergiffenis, affectie en medeleven; het weerstaan van kwaad en verdorvenheid. Deze woorden van hem nodigen de moslims uit om de waarheden van de Koran te omvatten, welke opnieuw benadrukt dat slechts de heersende godsdienst de anarchie in de wereld kan beëindigen:

De enige oplossing voor de ruïne en de vernietiging die door anarchie worden veroorzaakt, welke dreigingen en vreselijke rampen op de mensheid heeft veroorzaakt, is de eeuwige en oneindige waarheden van een heilige en goddelijke religiën.59

Bediuzzaman beklemtoonde vaak dat de ethiek van de Koran, en zijn interpretatie in Risale-l Nur een grote bijdrage leverde aan het elimineren van terreur en anarchie, en dit zou blijven doen. Elke inspanningen om de ethiek van de Koran te verklaren en de mensen uit te nodigen tot de weg van de Islam vervult die plicht en spelen een belangrijke rol in de strijd tegen het terrorisme. Bediuzzaman vestigde de aandacht op het belang van dat: “Risale-l Nur heeft absoluut geen verband met de politiek. Maar aangezien het absolute ongeloof heeft vernietigd, wijst het de anarchie af, welke ten grondslag ligt aan het absolute ongeloof, en absolute despotisme.”60

In een andere verklaring stelt hij sommige hoofdzaken op om verlost te raken van anarchie: “Eerbied, medeleven, zich onthouden van zonden, veiligheid, het opgeven van woestheid en het gehoorzaam zijn aan de gezaghebber”.61 Later in dezelfde verklaring beschrijft hij hoe Risale-i Nur de plichten vervult die zij hebben overgenomen:

Wanneer de Risale-i Nur voor het leven van de maatschappij zal zorgen, dan zal het deze vijf grondbeginselen op een krachtige en heilige manier stichten en versterken en zal het de hoeksteen van de openbare orde bewaren… In de loop van de laatste twintig jaar zal “Risale-i Nur” honderd duizend mensen tot ongevaarlijk maken, namelijk weldadige mensen van deze natie en dit land.62


KUNST, WIJSHEID EN EENSTEMMIGHEID
ALS DOEL

In zijn werken biedt Bediuzzaman Said Nursi een uitvoerige beschrijving aan van de manier waarop de strijd tegen terreur, atheïsme, anarchie en de problemen van de Islamitische wereld aangepakt zou moeten worden: “Onze vijanden zijn: onwetendheid, armoede en innerlijke conflict. Wij zullen deze drie vijanden met de wapens van wijsheid, bekwaamheid en eenstemmigheid als doel moeten bestrijden.63

Deze belangrijke woorden vestigen de aandacht op drie ernstige gevaren: onwetendheid, armoede en conflict.

Het is belangrijk om het publiek te waarschuwen voor het eerste gevaar, namelijk onwetendheid. In de Islamitische wereld van vandaag heeft de grote meerderheid een zekere kennis van godsdienst en geloof in God. Maar zelden onderzoekt dezelfde meerderheid de godsdienst en de geestelijke waarden op een grondige manier. Omdat hun kennis over het algemeen oppervlakkig is en als een secondewijzer is opgepikt, is het onmogelijk voor hen om in zijn ware betekenis de juiste ethiek van de godsdienst uit te leggen. Het is daarom belangrijk om dat gebrek aan kennis af te schaffen.

De armoede van de Moslimwereld is het tweede gevaar die Bediuzzaman opnoemt. De armoede verhindert de mensen van het hebben van goed onderwijs en dus voorziet het hen van onwetendheid. Het geeft de mensen ook een zwak gevoel en dus voert het zowel frustratie als radicalisering in. Het derde gevaar is het innerlijke conflict over de vele kwesties in de Moslimwereld. Wanneer de partijen geen overeenkomsten over de basisvoorwaarden kunnen bereiken, loopt hun debat omtrent ideeën gewoonlijk uit op vijandigheden, conflicten en zelfs burgeroorlogen. Tolerantie en wederzijdse respect zijn zowel interbeschavende als intra-beschavende noodzakelijkheden.

Maar de waarheid is dat een constructieve houding deze problemen en conflicten kan tegenhouden. De wegen van het verstand en het geweten zijn één en hetzelfde. Om die reden moet de waarheid openlijk worden verklaard, in aanwezigheid van chaos en strijd die conflicten met zich meebrengen. Tegen deze drie gevaren beklemtoonde Bediuzzaman ook de maatregelen die moeten worden getroffen.

De eerste hiervan, namelijk de kunst, neemt een belangrijke plaats in en heeft verscheidene betekenissen: Als eerste heeft het als betekenis dat de mensen zouden moeten worden onderwezen om schoonheid en esthetica te begrijpen. Deze zegen van God zullen de menselijke zielen zich laten afwenden van geweld. Het weten dat de kunst een gunst is van God, en het dankbaar zijn daarvoor, verhoogt de geestelijke diepzinnigheid van de mensen. Om die reden is het belangrijk om de volledige schoonheid van de kunst van God, rondom ons, te tonen. De kunstenaars zouden volgens die kennis en volgens de godsvruchtige behoefte moeten handelen, om met diezelfde bewustheid zich te wenden tot kunst. Elke verklaring van de moraliteit van de godsdienst doen je aan de kunstzinnige waarden blijven denken. Het is uiterst belangrijk om de vrome, superieure, kunstzinnige begrippen in alle geschreven werken aan te tonen, met gekleurde beelden, eenvoudige en duidelijke taal, en met boekdrukkunsten die een uitstekende kwaliteit hebben.

Wijsheid is eveneens een vorm van kunst. De gebruikte woorden en voorbeelden, efficiënte middelen van uitdrukking, maken allen zeer belangrijke indrukken op de lezers. Wanneer het op het verklaren van de schoonheden van de godsdienst neerkomt, maken eenvoudige middelen van uitdrukkingen – in tegenstelling tot onduidelijke, verwarrende en diepzinnige manieren –het veel gemakkelijker om de waarheid te vatten en te begrijpen.

De ‘wijsheid’ waarnaar Bediuzzaman verwijst betekent het bezit van kennis. Moslims moeten de meesters van kennis zijn in de tijd waarin zij leven. Dat omvat natuurlijk wetenschap en sociale wetenschappen. Omdat een moslim een aardse vertegenwoordiger van de godsdienst is die God voor de mensen heeft uitgekozen, moet hij goed bedreven zijn in wetenschappen, culturen, gedachten en technologie van zijn tijd, evenals het efficiënt kunnen gebruiken van die kennis.

De laatste werkwijze die Bediuzzaman ons adviseert, namelijk eenstemmigheid als doel, moet door elke moslim bewerkstelligd worden die veiligheid en welzijn wil bereiken en de islamitische wereld opnieuw wil zien bloeien. De geschiedenis toont aan dat eenmaking en harmonie in de islamitische wereld altijd tot succes hebben gebracht. De gouden eeuw van de Profeet (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) en de eerste Kaliefen, De Abbasidische rijk, het rijk van Saladin (Salah al-Din), of het Ottomaanse rijk; al deze voorbeelden wijzen erop dat de eenmaking onder de moslims zelf tot een krachtige en overwinnende, vooralsnog eerlijke en tolerante staten leidde. In tijden van onrust, hebben zowel de moslims als de niet-moslims geleden.

Dus is een heropleving van de islamitische wereld toe te schrijven aan de eenmaking van de moslims van de hele wereld die etnische, sektarische of sociale geschillen overtreffen. Zodra dit wordt bereikt, zal een vorming van een politieke eenheid – in termen van een islamitische unie – ook bij de hand zijn. Een dergelijke Unie zal de geschillen zowel onder de moslims en de niet-moslims als onder de moslims zelf oplossen; het zal de radicale elementen in de islamitische wereld helen door middel van onderwijs en overtuiging; en goede relaties tussen islamitische beschavingen en andere beschavingen vestigen.




CONCLUSIE


De 21ste eeuw zal net als de 20ste eeuw een tijd van terreur en geweld blijven, tenzij de noodzakelijke maatregelen getroffen worden en de diepgewortelde oplossingen worden genomen. De ideologische bestrijding tegen het terrorisme moet daarom aanvankelijk gestart worden met aandrang, om zeer grote aantallen mensen te omvatten. Deze strijd zal op het niveau van ideeën bestreden moeten worden – tussen mensen die in de ware godsdienstige ethiek geloven, die liefhebbend, vergevend, medelevend en in vol bezit van hun geweten zijn; en die hun kracht putten uit onwetendheid, arrogantie en geweld.

In een heilig vers (Soerat Hoed:116), vraagt onze Heer, “Waarom waren er onder de geslachten die vóór u waren dan geen verstandige mensen, die het verderf op aarde konden verhinderen…”. De gelovigen zouden de deugd moeten bezitten die God in dat vers beschrijft. Terwijl de terroristen door geweld hun doelstellingen hopen te bereiken, zouden de gelovigen moeten weten dat het ware succes slechts kan worden bereikt door zich strak aan de godsdienst van God vast te klemmen, en dienovereenkomstig te handelen. Als de Joden, Christenen en Moslims samen in die strijd toetreden, in de geest van respect voor alle geloven en ideeën, dan zullen zij, met de wil van God, van definitief succes genieten.

Een terrorist zou van buiten alle fundamentele bronnen betreffende zijn geloof kunnen leren. Maar toch is een dergelijke persoon nog onbewust van één duidelijke waarheid die hem geluk en inspiratie zal brengen, zowel in deze wereld als het volgende. Dat omdat hij in zijn hele leven is opgeleid door radicale ideologieën, in de context van het idee dat het leven een slagveld is waarin slechts de sterken overleven, waar geweld en onderdrukking de enige middelen van overleving zijn. Iedereen die tot het terrorisme zijn toevlucht neemt, ongeacht zijn godsdienst, ras of natie, moet begrijpen dat hij onder de invloed van een misleidende filosofie handelt, dat uiteindelijk afstamt van het materialistische en Darwinistische denken, hoewel het soms zich voordoet als een godsdienstig idee.

Zij die tot het seculaire terrorisme hun toevlucht nemen, zijn onbewust van het feit dat God en het Hiernamaals bestaan; dat deze wereld slechts een plaats van de beproeving is; en dat zij die oprecht geloven en hun godsdienstige plichten uitvoeren gered zullen worden. Zij die tot het zogenaamde “godsdienstige” terrorisme hun toevlucht nemen, zijn verre van het begrip van Gods bevelen tegen ellende en de waarde van het menselijke leven dat “…voor wie een ziel doodt – niet (als vergelding) voor een ziel of het verderf zaaien op aarde – het is alsof hij alle mensen doodde en dat voor wie iemand laat leven, het is alsof hij alle mensen deed leven”. (5:32)

Op dit punt, daalt een grote verantwoordelijkheid op alle ware gelovigen, ongeacht hun godsdienst. De joden moeten de verklaringen van het Oude Testament niet negeren die de mensen aanmanen tot vrede en tolerantie, en ook moeten zij alle andere Joden uitnodigen tot het bestrijden van het terrorisme – met inbegrip van het staatsterrorisme dat door Israël op de bezette gebieden wordt aangewend. Op dezelfde manier zouden de Christenen alle andere Christenen moeten aanmanen, terwijl zij de moraliteit die het meest geliefd is bij Allah als hun gids nemen. Zij zouden ook moeten beklemtonen dat “de oorlog tegen terreur” niet vertaald moet worden in gewelddadige wraak, en dat een vreedzaam “tegen-terrorisme” verkozen zou moeten worden, aangezien het Christelijke geloof het volgende afkondigt: “gezegend zijn de vredestichters”. Men zou niet moeten vergeten dat het terrorisme afstamt van verkeerde ideeën en dat de basisstrijd tegen het terrorisme op het niveau van ideeën zou moeten zijn. De gelovigen moeten verklaren dat deze ideeën verkeerd zijn volgens zowel hun theorie als praktijk. Geen idee kan door middel van geweld, onderdrukking en wreedheid heersen; en despotisme kan nooit zegevieren.

De ideologie van de terrorist is gebouwd op zand. Zijn stichtingen kunnen gemakkelijk weggevaagd worden door een juiste onderwijscampagne te mobiliseren. Oprechte gelovigen in alle delen van de wereld kunnen helpen de onwetendheid te beëindigen die het terrorisme kweekt door oplossingen te zoeken, boeken en artikelen te schrijven, het bevorderen van onderwijsactiviteiten en het verspreiden van hun eigen cultureel erfgoed.

Aucun commentaire:

Enregistrer un commentaire